Menu

Het GLB-spel kan beginnen

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Regio: 

Commissaris Hogan heeft vorige vrijdag zijn kaarten neergelegd. Wie welke troeven toebedeeld kreeg, is minder duidelijk. Maar de inzet is zeer groot. De ministers van Landbouw en het Europees Parlement zijn nu aan zet. Hieronder vind je al een eerste evaluatie.

Niemand gelukkig

De Europese Commissie heeft er alles aan gedaan om de voorstellen in een positief daglicht te stellen. De lidstaten krijgen een grote eigen bevoegdheid, de steun wordt gerichter, er is vereenvoudiging en de maatregelen voor het klimaat en het milieu worden vergoed. Geen enkele landbouwer is zo naïef dat hij dit gelooft, natuurlijk. Zo is slechts 60% van de budgetten van de eerste pijler gegarandeerd voor directe steun, terwijl dat vroeger 70% van een (waarschijnlijk) groter budget was. Terloops verhuist men de 30% voor de vergroeningsmaatregelen nu gewoon naar deze 60%, onder de noemer ‘inkomenssteun voor duurzaamheid’. De overblijvende 40% van de middelen gaat naar vrijwillige ecoschema’s, met maatregelen in de landbouw die het klimaat dienen. Vreemd genoeg spreken de ngo’s van een nederlaag voor het milieu en ze zetten meteen de druk heel hard op de ketel om verder te gaan.

Ook de macht die de lidstaten krijgen slaat door. Via een strategisch plan moeten de ministers van Landbouw elk hun beleid met de Europese middelen en instrumenten verduidelijken. Zo kunnen ze beslissen om tot 15% van de middelen uit pijler 1 (inkomenssteun) over te hevelen naar pijler 2 (plattelandsbeleid). Dat dreigt het gelijke speelveld in de EU, dat nog niet volledig bereikt is, alweer een eind verder weg te duwen. Verder moeten de ecologische en economische belangen in evenwicht blijven. Het GLB is in de eerste plaats een ondersteuning van de actieve boer.

De Europese Commissie moet de strategische plannen van de lidstaten goedkeuren. Lees goed: niet alleen de landbouwcommissaris maar ook zijn collega’s van volksgezondheid, leefmilieu, klimaat, energie … Er rijzen heel wat vragen over hoe we dat voor eind 2020 nog rond krijgen.

Binnen pijler 2 blijven de meeste mogelijkheden wel overeind. Zo zou investeringssteun zoals het VLIF nog steeds ingezet kunnen worden en aan jonge starters kan extra vestigingssteun gegeven worden. De maatregelen voor agro, milieu en klimaat uit het huidige GLB worden omgedoopt tot milieu-, klimaat- en overige verbintenissen. Hierin is ook steun voor de biolandbouw opgenomen.

Wanneer is alles duidelijk?

De Europese Commissie heeft nu het startschot gegeven voor een nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid 2021-2027. Zij heeft het recht om een initiatief op tafel te leggen, maar dat wil niet zeggen dat de finale tekst waarmee we moeten werken er ook zo zal uitzien. De ministers in de landbouwraad én het Europees Parlement hebben immers een mogelijkheid om de teksten aan te passen. Pas als zij hierover een akkoord hebben, kan men spreken van een nieuw kader. Daarom zal er de komende maanden zeer veel inkt vloeien om ieders belangen te dienen in de finale tekst. Om alles tijdig van kracht te hebben, zou er al vóór de Europese verkiezingen van mei 2019 een akkoord moeten zijn over het meerjarig financieel kader. Zo niet is het onduidelijk binnen welke grenzen een landbouwakkoord gemanoeuvreerd moet worden.

Boerenbond zal samen met Copa-Cogeca de belangen van de Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven zeer actief verdedigen. We zullen hierover ook regelmatig berichten. De nieuwsbrief die we vorige vrijdag uitgestuurd hebben, meteen na de bekendmaking, is een voorbeeld van hoe we iedereen willen betrekken bij deze dynamiek. Wie denkt dat hij nu al weet waar hij in 2020 aan toe is, komt bedrogen uit.

Standpunt van Boerenbond

Het Hoofdbestuur heeft onlangs de krijtlijnen goedgekeurd waaraan het GLB moet voldoen om onze goedkeuring te krijgen.

  • De Europese Unie zet nog steeds minimaal 0,40% van het bruto nationaal inkomen (BNI) in voor het landbouwbeleid.
  • Het GLB is opnieuw een meer economisch landbouwbeleid en zorgt in de eerste plaats voor een verbetering van en correcties op de marktwerking. Het versterkt dus het inkomen van de boeren en maakt de landbouwbedrijven crisisbestendiger.
  • Het GLB is gericht op de ondersteuning van de actieve boeren.
  • De rechtstreekse steun heeft een drieledig doel: een buffer tegen prijsschommelingen, een compensatie voor de hogere Europese normen en een vergoeding voor publieke dienstverlening vanuit de landbouw.
  • Een vaste hectarepremie, of het nu op Vlaams of Europees niveau is, is niet de finaliteit. Er blijft Europees ruimte voor gepaste accenten, die de grote diversiteit op het niveau van regio’s en sectoren erkent.
  • Het GLB focust zich op investeringen in de landbouwsector, met sterke aandacht voor jongeren en hun specifieke noden en behoeften.
  • Het GLB maakt werk van een aangepast risicomanagement, door een betaalbaar vangnet uit te werken dat crisissen snel en efficiënt kan opvangen.
  • Producenten kunnen hun positie in de keten verstevigen door zich te organiseren in slagkrachtige PO’s of BO’s. Collectieve afzet versterkt de onderhandelingsmacht en biedt meer mogelijkheden om diverse uitdagingen aan te pakken, zoals aanbod en vraag zowel kwantitatief als kwalitatief beter op elkaar afstemmen.
  • De land- en tuinbouw is als sector uitstekend geplaatst om bij te dragen aan de milieu- en klimaatdoelstellingen. Land- en tuinbouwers zijn wel degelijk bereid om hun deel van de verantwoordelijkheid rond de milieu- en de klimaatproblematiek op te nemen, weliswaar binnen de mogelijkheden van het landbouwbeleid en wat hun aandeel betreft.
  • Er is ook een duidelijke vraag naar een bijsturing van een klemtoon op sanctionering naar een meer stimulerend verhaal. De huidige reglementering is niet aangepast en onrechtvaardig vanwege de disproportionele korting in het kader van de randvoorwaarden en vergroening.
  • Het GLB ondersteunt jongeren die toegang willen tot de landbouwsector en maakt de sector voor hen rendabel, zodat meer jongeren deze stap zetten.
  • Het GLB biedt oplossingen op maat indien de marktwerking faalt. Het vertrekt vanuit de bedrijfsrealiteit van de boer en zorgt voor een brede waaier van maatregelen waaruit de boer kan kiezen.
Deel deze pagina: