Menu

Meldingsplicht voor vervoer van grondbrij

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Thema: 
Regio: 
Vanaf 1 april 2019 is de nieuwe meldingsplicht van kracht voor het transport van bodemmaterialen. Deze is ook van toepassing op het transport van grondbrij. Dit is de grond die vrijkomt bij het wassen en triëren van (voedings)gewassen uit de volle grond. Vanaf deze datum moeten landbouwers die grondbrij over de weg transporteren, aangesloten zijn bij een erkende bodembeheersorganisatie en een jaarlijkse melding doen.

Caroline Van der Heyden, adviseur milieubeleid, Studiedienst Boerenbond 

Wijziging van VLAREBO

De Vlaamse regering keurde op 21 september het nieuwe VLAREBO definitief goed. Dit uitvoeringsbesluit  over bodemsanering en bodembescherming bevat o.a. de vernieuwde grondverzetsregeling, alsook de inkanteling van een aantal ‘bodemachtige’ materialen, waaronder grondbrij, waarvan het gebruik tot nu toe geregeld werd in het VLAREMA, het uitvoeringsbesluit over afvalstoffen en materialen.

Door de inkanteling van grondbrij in het VLAREBO, moet grondbrij ook voldoen aan de huidige voorwaarden voor het gebruik van uitgegraven bodem en de traceerbaarheidsprocedure. Aan de voorwaarden voor het gebruik van uitgegraven bodem moest al worden voldaan in de VLAREMA-regeling en hier verandert niets. De traceerbaarheidsprocedure is voor grondbrij een nieuwigheid. Binnen de traceerbaarheidsprocedure werden wel een reeks vereenvoudigingen voorzien voor grondbrij omdat het risico op fraude en vervuiling minimaal is.

In wat volgt, wordt eerst de algemeen geldende traceerbaarheidsprocedure gekaderd omdat dit inzicht geeft in de context waarom sommige eisen worden gesteld. Daarna zullen de specifieke eisen voor grondbrij worden uitgelegd.

Algemeen geldende traceerbaarheidsprocedure

De algemene principes voor het gebruik en de traceerbaarheid van bodemmaterialen wordt geregeld in de grondverzetregeling. Voor uitgravingen van meer dan 250 m³ of voor verdachte grond moet er een technisch verslag worden opgemaakt door een bodemsaneringsdeskundige, zodat de kwaliteit van de grond bepaald wordt. Dit technisch verslag of bodemonderzoek wordt opgestuurd naar de erkende bodembeheersorganisatie om het conform te verklaren. In Vlaanderen zijn twee bodembeheersorganisaties erkend, namelijk grondbank vzw en grondwijzer vzw. De opdrachtgever geeft door aan de bodembeheersorganisatie hoeveel grond er zal verplaatst worden en naar waar. De bodembeheersorganisatie levert een grondverzettoelating af waarna de werken kunnen starten. De afvoer van de grond gebeurt met vrachtbrieven. Na uitvoering van de werken vraagt de initiatiefnemer een bodembeheerrapport aan bij de bodembeheersorganisatie.

Er was een vrijstelling van deze procedure voor uitgravingen van onverdachte grond met volumes kleiner dan 250 m³. De uitzonderingbepaling werd soms misbruikt door zowel bouwheren als grondwerkers om hun verplichtingen te ontwijken. Deze situatie werkte de valse concurrentie in de hand en maakte het voor de grondwerkers die de regels wel respecteren uiterst moeilijk. De uitzondering bemoeilijkte bovendien de handhaving doordat de vervoerders bij een wegcontrole eenvoudigweg antwoordden dat de grond die ze vervoerden van een kleine uitgraving (<250 m³) afkomstig is. Het was dan ook voor de politiediensten en de bevoegde toezichthoudende ambtenaren quasi onmogelijk om dit ten gronde te verifiëren.

Daarom wordt voor het transport van bodemmaterialen op regelmatige basis in het kader van beroepswerkzaamheden een meldingsplicht ingevoerd. De meldingsplicht kadert in de verbetering van de traceerbaarheidsprocedure en het resultaat volgt uit het feit dat de reglementering ervan dit soort transport beter controleerbaar maakt. Het transport van bodemmaterialen, uitgezonderd transporten met voertuigcombinaties van minder dan 3,5 ton MTM (maximaal toegelaten massa), worden aan de bodembeheerorganisatie gemeld. Niet alle vervoerders zijn onderworpen aan de meldingsplicht, maar de uitzonderingen beperken zich tot de transporten door particulieren, zelfstandigen en kleine ondernemers die niet over voertuigcombinaties van meer dan 3,5 ton MTM beschikken.

Onderlinge overeenkomst voor grondbrij

Ook voor grondbrij is een vrijstelling voorzien. Aangezien de grond afkomstig is van het perceel waar het weer terug naartoe gaat, is het risico op verontreiniging minimaal. Daarom is de opmaak van een technisch verslag niet nodig. Onder de huidige regeling van VLAREMA moet de exploitant van de inrichting waar de grondbrij vrijkomt aantonen dat de grondbrij voldoet voor gebruik als bodem. Boerenbond heeft erop aangedrongen de voormalige manier van werken niet aan te passen.

Door de verstrenging van de traceerbaarheidsprocedure is er vanaf nu wel een melding nodig voor het transport van grondbrij bij de erkende bodembeheerorganisaties. Deze melding kan echter gedaan worden in de vorm van een onderlinge overeenkomst, zodat de lasten minimaal worden. Zowel landbouwbedrijven als voedingsverwerkende bedrijven worden geconfronteerd met de nieuwe meldingsplicht. Daarom hebben de twee erkende bodembeheerorganisaties een overeenkomst uitgewerkt, in samenspraak met sectorfederaties FEVIA, Vegapom, Vegebe, alsook met Boerenbond. Binnen het wettelijke kader gestreefd naar een zo praktisch mogelijke en betaalbare procedure.

Er zijn twee situaties waarin grondbrij ontstaat en waarvoor een regeling moet getroffen worden. In de eerste situatie worden de groenten en aardappelen rechtstreeks geleverd aan de voedingsverwerkende bedrijven. Hierbij wordt af en toe een vracht grondbrij terug meegenomen en op de akkers gevoerd. Het voedingsverwerkend bedrijf neemt de melding dan op zich. Er ontstaat echter ook heel wat grondbrij bij landbouwers op het bedrijf, bijvoorbeeld bij het inschuren van aardappelen of het verwerken van witloof. Dan valt de meldingsplicht bij de landbouwer.

Meldingsprocedure voor de landbouwer of het voedingsverwerkend bedrijf

  • De landbouwer of het voedingsverwerkend bedrijf sluit zich aan bij één van de twee erkende bodembeheerorganisaties (eBBO), Grondwijzer vzw of Grondbank vzw. Hiervoor rekent de eBBO wel een jaarlijkse kost aan. Landbouwers krijgen een speciaal gereduceerd tarief (95-100 euro per jaar). Voor voedingsverwerkende bedrijven ligt de aansluitingskost op 240-250 euro per jaar.
  • De landbouwer of het voedingsverwerkend bedrijf doet dan een periodieke melding bij de eBBO waar hij is aangesloten. Dit kan bij Grondbank vzw elektronisch en bij Grondwijzer vzw telefonisch of via mail. Een landbouwer meldt zich aan met zijn landbouwnummer. Deze periodieke melding geldt voor een periode van maximaal één jaar.

  • Via de online applicatie van Grondbank vzw kan een vrachtbrief worden gedownload waarop het unieke meldingsnummer staat. Grondwijzer vzw registreert de overeenkomst in haar online-applicatie waarna via mail een bewijs van de overeenkomst en een vervoersdocument met uniek referentienummer afgeleverd wordt. De vrachtbrief of het vervoersdocument moet tijdens het transport van de grondbrij kunnen getoond worden.

  • De voedingsverwerkende bedrijven moeten een afvoerregister bijhouden. Dit is een detailregister waarin alle afvoer van grondbrij wordt bijgehouden met minstens de vermelding van datum en uur van het transport, het vervoerde volume en welke afnemers de grondbrij terug meenemen. De locatie naar waar de grondbrij wordt gevoerd, moet niet worden geregistreerd. Via een register van de transporten kan worden geverifieerd of een welbepaald transport (bv bij wegcontrole) voldoet aan de traceerbaarheidsregels van VLAREBO. Voor landbouwers volstaat de ingevulde vrachtbrief van Grondbank vzw of het ingevulde vervoersdocument van Grondwijzer vzw als register van de transporten.

  • Na afloop van de periode geeft de landbouwer of het voedingsverwerkend bedrijf het totaal afgevoerde volume door aan de eBBO en doet een nieuwe melding voor de volgende periode. Het totaal afgevoerde volume is gemakkelijk af te leiden via het bijgehouden register.  

Er kan natuurlijk ook altijd met grondwerkers of aannemers gewerkt worden. Zij kunnen de melding voor het transport van grondbrij via hun normale werking zelf melden. Dan hoef je als landbouwer zelf niets extra meer te doen.

De vrachtbrief of een kopie van de overeenkomst van de eBBO waarvan in de procedure sprake is, vervangt nooit de CMR-vrachtbrief of het identificatieformulier, indien deze laatsten verplicht zijn.

Het transport van grondbrij naar eigen velden in Wallonië, blijft ook na 1 april onder de bepalingen van de afvalstoffenwetgeving vallen. Het gebruik van een identificatiebon voor afvalstoffen is verplicht. Op het identificatieformulier dient de correcte euralcode vermeld te worden. Voor grondbrij geldt de volgende euralcode: 17.05.04 = Niet-verontreinigde bodem. Meer informatie hierover is te vinden via volgende linken: https://www.ovam.be/gebruik-identificatieformulier en https://ovam.be/identificatieformulier-afvalstoffen

Het CMR-verdrag (Convention Relative au Contract de Transport International de Marchandises par la Route) werd in het leven geroepen voor grensoverschrijdend transport binnen (voornamelijk) Europa. Het gebruik van de CMR-vrachtbrief is ook voor transporten binnen België verplicht, indien het transport in opdracht van derden wordt uitgevoerd. M.a.w. indien een grondwerker voor de afvoer van uitgegraven bodem beroep doet op een externe transportfirma, dient deze transporteur voor elke vracht een CMR-vrachtbrief op te maken. Transport naar het buitenland wordt eveneens aanzien als een grensoverschrijdend transport van afvalstoffen waarvoor de EVOA-regelgeving van toepassing is. Meer info: https://ovam.be/evoa. Voor de afvoer van grondbrij door een landbouwer is geen CRM-vrachtbrief nodig.

Via onderstaande links van de erkende bodembeheerorganisaties vindt u meer informatie over de aansluiting: www.grondbank.be en www.grondwijzer.be.

Deel deze pagina: