Menu

Goede reiniging, een must

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Hoe kun je ervoor zorgen dat er zo weinig mogelijk ziektekiemen op jouw bedrijf aanwezig zijn en blijven? DGZ geeft je enkele tips rond reinigen en ontsmetten.

Charlotte Brossé, DGZ

  1. Start steeds met een droge reiniging. Door eerst los vuil, mest, stro … te verwijderen, kan de natte reiniging nadien efficiënter verlopen. Maak hierbij ook elementen los waarachter of waaronder vuil zich kan opstapelen, zoals voederbakken.
  2. Week in om het vuil los te weken. Dit zorgt niet alleen voor een hogere reductie van kiemen na het reinigen, maar heeft ook een positief effect op het waterverbruik en de arbeidsduur.
  3. Reinig met koud of warm water. Met warm water reinig je sneller en verbruik je minder water.
  4. Breng inweekmiddel aan van onder naar boven, zo zie je welke oppervlakken je nog moet behandelen.
  5. Werk bij het uitspuiten van de stal van de nok naar de vloer. Zo vermijd je dat lager gelegen oppervlakken opnieuw vuil worden.
  6. Reinig ook plaatsen die niet rechtstreeks in contact staan met dieren (plafond, muren …), want ook daar kunnen zich kiemen bevinden.
  7. Ontsmet niet in een kletsnatte stal. Plassen kunnen het ontsmettingsmiddel verdunnen, waardoor het zijn effect verliest.
  8. Volg altijd de voorschriften van de fabrikant rond hoeveelheid, concentratie en inwerkingstijd.
  9. Vermijd hercontaminatie tijdens de leegstand. Lange leegstand zonder extra bioveiligheidsmaatregelen leidt niet tot een extra reductie van kiemen. Zorg dat alles goed is opgedroogd voordat je weer dieren toelaat in de stal.
  10. Gebruik afdrukplaatjes om het effect van je reinigingsprotocol na te gaan. Op basis van het resultaat kun je je protocol evalueren.
  11. Varkens. Rondgespat vuil en reinigingswater kan achterblijven in de voederbakken en een broeihaard vormen voor bacteriën. Schep de bakken daarom na reinigen en ontsmetten leeg en maak ze proper of gebruik hiervoor een aangepaste stofzuiger.
  12. Rundvee. Vooral in ruimtes waar jonge, gevoelige dieren staan (kalverhutjes, jongveeafdeling, afkalfbox, ziekenboeg) is reinigen en ontsmetten essentieel. Reinig en ontsmet deze plaatsen bij voorkeur na elk gebruik zonder dat er dieren in de buurt zijn, om te vermijden dat ze besmet worden door rondspattend vuil.
  13. Pluimvee. Dicht spleten in vloeren en muren en besteed extra aandacht aan afvoerputjes. Deze plaatsen zijn moeilijk te reinigen en ontsmetten, waardoor er makkelijk kiemen zoals salmonella in achterblijven.
Deel deze pagina: 

Meer informatie

Sector: