Menu

Gecoördineerde bestrijding gaat van start

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Het laagpathogene H3 virus blijft de pluimveesector teisteren. Het aantal nieuwe besmettingen neemt wel af maar de schade op de getroffen bedrijven is groot.

Wouter Wytynck, adviseur Dierlijke Veredeling Studiedienst Boerenbond

De bedrijven die op eigen initiatief geheel of gedeeltelijk zijn geruimd, hebben tot op vandaag geen zicht op een vergoeding voor de geleden schade vanuit het sanitair fonds. Het wachten op een gecoördineerde bestrijding van het virus duurt lang. Het gevaar dat het virus overslaat naar andere regio's blijft reëel en het is dankzij de genomen bioveiligheidsmaatregelen dat dit tot nu toe nog niet is gebeurd. Na een lange periode van overleg werd het koninklijk besluit, waarin de bestrijdingsmaatregelen zijn opgelijst, goedgekeurd en ondertekend. Dit wordt op donderdag 11 juli gepubliceerd en gaat dan meteen ook in voege.

Er wordt in het besluit een onderscheid gemaakt tussen de bedrijven die voor het inwerkingtreden van het besluit reeds besmet waren, en deze die nadien positief worden. Er wordt een maximaal beroep gedaan op het slachten van de dieren. Zieke kippen of kippen die niet gecommercialiseerd kunnen worden, zullen door het FAVV worden geruimd. Het besluit is een belangrijke stap voorwaarts in de bestrijding van de ziekte en hopelijk kan het virus nu snel een halt toegeroepen worden.

Wanneer moeten de besmette bedrijven geruimd zijn?

  • Bedrijven die besmet worden na de publicatie van het koninklijk besluit dienen binnen de 14 dagen te worden geruimd of geslacht
  • De bedrijven die besmet zijn voor de publicatie van het koninklijk besluit zullen een dodingsbevel ontvangen en hebben dan 21 dagen de tijd om de dieren te slachten of te laten ruimen.
  • Vleeskippen die na dag 14 na de opzet positief worden bevonden dienen 30 dagen na het dodingsbevel afgevoerd te worden naar het slachthuis.

Wat is de procedure?

  • Bedrijf wordt besmet na de publicatie van het KB:
    • LCE ( locale controle-eenheid FAVV) komt ter plaatse en verzamelt de nodige gegevens voor het maken van de inventaris en de epidemiologische enquête (bezoekersregister, uitval, leveringsbonnen kippen en voeders, ophaalgegevens Rendac).
    • LCE overhandigd een dodingsbevel gegeven.
    • Wanneer de dieren niet tijdig kunnen worden geslacht, dient de pluimveehouder een aanvraag te doen bij het LCE om de dieren te laten ruimen. Dat kan eventueel reeds wanneer de LCE ter plaatse is.
  • Bedrijf is besmet bevonden voor de publicatie van het KB:
    • LCE contacteert de pluimveehouder met de vraag om volgende documenten op te sturen (of te mailen):
      •      Gehandtekende inventaris
      •      Epidemiologische enquête met alle gegevens omtrent de contacten  vanaf 1 maand voor de eerste besmetting
      •      Stalfiche met productieparameters en uitval
      •      Leverbonnen kippen en veevoeder
      •      Ophaalgegevens Rendac
  • LCE stuurt een dodingsbevel door.
  • Indien de dieren niet in aanmerking komen om geslacht te worden (te klein of ziek) of er te weinig slachtcapaciteit is, waardoor de dieren niet op tijd geslacht kunnen worden, dient de pluimveehouder een aanvraag tot ruimen te doen bij het LCE.

Opmerking: Het LCE zal de inkomende aanvragen voor afdodingsbevelen volgens hun volgorde behandelen en controleren op de volledigheid. Pas dan wordt het afdodingsbevel afgeleverd en kan de pluimveehouder de nodige afspraken maken om de dieren te doden. In eerste instantie wordt dus maximaal ingezet op het slachten van de dieren en wanneer dit echt niet kan (zieke dieren, te jong, geen slachtcapaciteit) kan er een aanvraag tot ruimen ingediend worden. Het LCE zal dit ter plaatse komen beoordelen.
Het is dus belangrijk om zo snel mogelijk een aanvraag voor een dodingsbevel te doen bij het LCE: 
LCE West-Vlaanderen: info.WVL@favv.be of 050/30 37 10
LCE Oost-Vlaanderen: info.OVB@favv.be of 09/210 13 00

Hoe zit het met de operationele kosten?

Wanneer de dieren worden geslacht en in de voedselketen worden gebracht, worden de kosten gedragen door de pluimveehouder. De opbrengst van de dieren wordt in mindering gebracht van de vergoeding door het sanitair fonds. De operationele kosten van de ruimingen die lastens het FAVV worden uitgevoerd vallen ten laste van het FAVV.
Aangezien er momenteel geen retroactiviteit is, zullen enkel de dieren die nog aanwezig zijn op het moment van de publicatie van het KB worden vergoed conform de regels van het sanitair fonds. Voor de bedrijven die positief worden bevonden na de publicatie van het MB wordt de datum van bemonstering genomen.

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Sector: