Menu

Europees budget voorziet minder financiering voor landbouw

Terug naar Actualiteit
Thema: 
Afgelopen week bereikte de Europese Raad van regeringsleiders een akkoord over de Europese begroting 2021-2027. De korting van het landbouwbudget bedraagt maar liefst 40 miljard euro, terwijl de uitdagingen groot zijn.

Giel Boey, adviseur Internationaal Beleid, Studiedienst

Boerenbond reageerde scherp en stelde dat de nodige correcties moeten gebeuren in de verdere uitrol van de maatregelen om deze situatie recht te trekken.

Na vijf dagen van onderhandelingen in Brussel, kwam op dinsdagochtend omstreeks half zes ‘s ochtends de witte rook van Raadsvoorzitter Charles Michel. De bijeenkomst kan in die zin historisch genoemd worden, gezien de duurtijd van de onderhandelingen, maar ook de omvang van het budget. Een week voor de top lanceerde Michel namelijk een voorstel, waarin hij meer dan duizend miljard euro (1074 miljard) aan middelen in het reguliere financieel kader voorstelde, aangevuld met een economisch herstelfonds van 750 miljard euro. Het reguliere meerjarig financieel kader legt de verdeling van middelen vast in posten als land- en tuinbouw, visserij, onderzoek en ontwikkeling, cohesie of bijvoorbeeld Erasmus-uitwisselingen. Het voorstel om een herstelfonds te installeren werd in mei door de Europese Commissie gelanceerd om bedrijven en lidstaten te ondersteunen in de economische relance tijdens en na Corona.

Het is onder andere ook door het herstelfonds van 750 miljard euro dat de onderhandelingen moeizaam verliepen. Een aantal landen, genaamd de vrekkige vier, uitten namelijk grote reserves over de balans tussen leningen en subsidies in het fonds, maar ook over het beheer van het budget. Gezien zij het been stijf hielden werden doorheen de onderhandeling dan ook relatief grote aanpassingen gedaan aan het herstelbudget, waardoor ook de landbouwsector getroffen werd. In plaats van 15 miljard euro voor pijler 2 (plattelandsbeleid), zal namelijk maar 7,5 miljard euro ter beschikking gesteld worden om de economische relance te ondersteunen. Ondanks de daaropvolgende verhoging van de Europese middelen voor pijler 1 (marktmaatregelen en rechtstreekse betalingen) en pijler 2 in het reguliere kader, moet de sector het doen met 40 miljard euro minder, maar liefst een daling van 10% t.o.v. de huidige financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Zelfs met de specifieke toewijzing voor BelgiĆ« van 100 miljoen euro aan middelen voor plattelandsbeleid, is de balans moeilijk te vinden. De middelen die voorzien zijn voor het GLB zullen verder vergroenen, tegelijk zal de sector de nasleep van de coronacrisis nog lang voelen en daarenboven heeft de EU grote ambities en doelstellingen voor de land- en tuinbouwsector klaar liggen met de Europese Green Deal en ‘van-boer-tot-bordstrategie’. De vraag is hoe de sector dat met een dalend budget voor mekaar moeten krijgen. In de verdere uitrol van de instrumenten die door het financieel kader ondersteund worden kunnen de nodige correcties voor de sector uitgevoerd worden. Toegankelijkheid tot instrumenten faciliteren voor de actieve boer, middelen oormerken voor land- en tuinbouw in andere fondsen en Europese beleidscoherentie zijn van belang.

Naast de algemene daling van het landbouwbudget op EU niveau, werd ook beslist dat de herverdeling tussen lidstaten van middelen voor inkomensondersteuning (externe convergentie) zal verdergezet worden. Een negatieve impact op de Belgische middelen is te verwachten. Daarnaast werd het commissievoorstel rond ‘capping’ aangepast. Concreet zullen lidstaten zelf mogen kiezen of ze de maximumgrens van 100.000 euro aan hectaresteun per begunstigde zullen toepassen en mogen arbeidskosten in mindering gebracht worden. Ten slotte werd in het akkoord ook het percentage dat men van pijler 1 naar pijler 2 en omgekeerd mag transfereren vergroot. Dit kan een bijkomende negatieve impact hebben op de hectaresteun in pijler 1, wat niet wenselijk is.

De volgende zet in de besluitvorming is in elk geval aan het Europees parlement. Zij moeten hun goedkeuring of afkeuring nog verlenen aan het akkoord. De marge is echter relatief klein tussen een ja of een nee. In het najaar volgt een finale stemming.

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Thema: