Menu

"Er komt veel op ons af, maar we moeten vooruit"

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Dirk Van De Keere is voorzitter van de sectorvakgroep Melkvee. We praten met hem over de uitdagingen in de sector.

Nele Kempeneers

“De vakgroep is een uitlaatklep voor mij. Sinds ik voorzitter ben, stel ik me wel wat gematigder op en zoek ik mee naar compromissen.” Aan het woord is Dirk Van De Keere, voorzitter van de sectorvakgroep Melkvee en melkveehouder in Lochristi. We horen hem en secretaris Roel Vaes uit over de beleidsprioriteiten van de vakgroep. “Prijsschommelingen zijn een zware uitdaging, maar ik denk dat we die als ondernemers moeten aankunnen.”

Het eerste actiepunt van de sectorvakgroep brengt de producentenorganisaties ter sprake. Kunnen die vandaag het verschil maken?

Dirk: “Het is zeker niet altijd makkelijk om als PO je stempel te drukken, maar ik denk dat de PO’s toch heel wat gerealiseerd hebben. PO Dairycam van FrieslandCampina heeft door te onderhandelen de melkprijssystematiek doen aanpassen en PO Beste Melk van Danone heeft de parameters in het model voor risico-indekking beïnvloed, wat de voorbije drie jaar zeker niet nadelig was. Natuurlijk valt daar af te wachten wat de nieuwe contracten zullen inhouden en hoe de melkprijs evolueert. Je staat als PO vaak lijnrecht tegenover de melkerij en dan mag je al tevreden zijn als je de scherpe kanten van een voorstel kunt wegvijlen. Dat lijkt geen grote realisatie, maar dat is het wel. We moeten er absoluut over waken dat PO’s niet misbruikt worden om slecht nieuws te communiceren aan de leden. Het is geen verrassing dat ze soms moeilijk mensen vinden die zich hiervoor willen engageren.”

Roel: “Dat is uiteraard niet de bedoeling van een PO. Een melkerij die haar PO respecteert, neemt haar mee in het beslissingsproces. In discussies rond bijvoorbeeld productiebeperking zijn de belangen vaak tegengesteld. De eindbeslissing ligt dan nog altijd bij de melkerij.”

Worden er nog nieuwe PO’s of branche-organisaties opgericht?

Dirk: “De drie bestaande officiële producentenorganisaties zullen niet meteen gezelschap krijgen. Bij Inex zien we de meeste mogelijkheden, maar een PO is ook daar nog niet voor morgen. Bij Olympia en Limelco is er weinig initiatief tot het oprichten van een producentenorganisatie. Ik ben zelf nog maar sinds kort lid van een PO, want ik maakte onlangs de overstap van Inex naar Milcobel. Wat de branche-organisaties betreft, is er de intentie om er op korte termijn een op te richten.”

Roel: “Een PO behartigt de belangen van een groep leveranciers bij een melkerij. Een branche-organisatie werkt overkoepelend. BCZ en de landbouworganisaties werken momenteel samen aan een branche-organisatie, die dit voorjaar het levenslicht zal zien. Ze zal inzetten op afspraken die de sector overkoepelen en een globaal kader schetsen. Het voorzitterschap zal bij de landbouwers terechtkomen.”

Ik wil het even hebben over de prijsschommelingen op de zuivelmarkt. Zien jullie oplossingen op het vlak van risicobeheersing?

Dirk: “We zien mogelijkheden in een combinatie van strategieën. De brede weersverzekering kan daar een onderdeel van zijn, maar voor de  melkveehouderij zie ik hier niet veel toekomst in. Teelten als gras en mais kunnen bijvoorbeeld sterk lijden onder droogte, maar dat vertaalt zich niet altijd in minimale opbrengstverliezen zoals een verzekeringsmaatschappij die zou meten.”

Roel: “Er is geen wondermiddel om de risico’s te beheersen. Elke bedrijfsleider zal moeten uitzoeken welke mix voor hem of haar optimaal werkt. Ook een inkomensverzekering of de termijnmarkten kunnen een rol spelen.”

Dirk: “Daarnaast hebben veel landbouwers nog een lange weg te gaan in het verwerven van meer inzicht in hun bedrijf. De nieuwe bedrijfseconomische boekhouding Focus kan die drempel zeker verlagen.”

De eisen op het vlak van duurzaamheid worden steeds hoger. Voldoet de duurzaamheidsmonitor van IKM nog?

Dirk: “Die is zeker nuttig en hij heeft een breed gedragen en goede basis, maar we zien dat hij nu overschaduwd wordt door individuele initiatieven. Als we de collectieve duurzaamheidsmonitor van IKM willen behouden, zal hij een upgrade moeten krijgen. Samen met de zuivelindustrie bekijken we welke bijsturingen er precies nodig zijn. De melkerijen hebben in dat proces een belangrijke stem. Eisen op vlak van CO2, dierenwelzijn, weidemelk en een ggo-vrije productie komen overgewaaid uit de buurlanden. Ook de Belgische melkveehouders zullen op een of andere manier in dit verhaal mee moeten stappen.”

Roel: “Het zou naïef zijn om te denken dat we met deze upgrade alle strengere eisen zullen tegenhouden, maar we kunnen wel werken aan een realistische basis. De duurzaamheidsmonitor is vrijwillig en zal dat ook blijven.”

Dirk: “Gemiddeld krijg je voor ggo-vrije melk 1 cent per kilo meer betaald, maar het valt nog te bekijken of die meerprijs de meerkosten van het voeder effectief dekt. In de Oostkantons zal dat misschien minder een probleem zijn, maar in intensievere systemen in Vlaanderen lopen de kosten snel op.”

Ook het sectorconvenant moet bewijzen dat de melkveehouderij klimaatinspanningen wil doen.

Dirk: “Onze sector heeft de doelstellig om de methaanuitstoot tegen 2025 met 26% te reduceren. De overheid wil daarom onder meer een convenant sluiten met een maatregelenpakket om de uitstoot te beperken. We moeten bekijken welke maatregelen haalbaar zijn, welke eventueel generiek of op bedrijfsniveau geïmplementeerd kunnen worden. Het is belangrijk dat die maatregelen stimulerend werken, maar ook geen nadelig effect hebben op andere milieuparameters. Het zal van elke melkveehouder inspanningen vragen om de doelstellingen te halen.”

Roel: “Anderzijds verwachten wij ook veel van de overheid. Derogatie behouden in MAP 6 is bijvoorbeeld echt noodzakelijk. Dat heeft niet alleen zware gevolgen voor de melkveehouders, maar heeft ook een impact op andere sectoren.”

Hoe staat het met de ontwikkeling van de hub voor de zuivelsector waarmee data verzameld en uitgewisseld kunnen worden?

Dirk: “Die wordt volop ontwikkeld. Elk bedrijf heeft een schat aan informatie, maar het komt erop aan deze gegevens te verzamelen en er kennis uit te vergaren. Om de administratie te vereenvoudigen is het handig dat informatie uitgewisseld kan worden met andere partners. Hier valt veel mee te winnen. Maar de eerste bekommernis is uiteraard het eigenaarschap van de gegevens en de bescherming van de privacy van de boeren. Het is ook een uitdaging om iedereen mee te krijgen, want deze snelle digitale evolutie is soms moeilijk bij te houden.”

Het laatste puntje van de beleidsprioriteiten is de organisatie van arbeid. Is er zoveel werk op de bedrijven?

Roel: “De bedrijven worden groter en de vraag naar arbeid volgt die evolutie. Er is steeds meer nood aan externe arbeidskrachten, maar het is niet altijd evident om die te vinden in België. Omdat de welvaart in een aantal Oost-Europese lidstaten ook stijgt, zijn hun inwoners minder geneigd om werk te zoeken in het buitenland. We bekijken momenteel de mogelijkheden om arbeidskrachten uit landen buiten de Europese Unie in te zetten. Daarnaast is het belangrijk om meer flexibiliteit te creëren, zodat arbeidskrachten ingezet kunnen worden op maat van de bedrijven. Tot slot moeten de bedrijfsleiders bekijken wat arbeid voor hun bedrijf betekent en welke opties er zijn.”

Dirk, waarom ben jij destijds in de sectorvakgroep gestapt?

Dirk: “Ik ben gestart in 2003, maar provinciaal ben ik al actief sinds 1998. Ik heb het altijd een groot voordeel gevonden om bij de eersten op de hoogte te zijn van de thema’s die op tafel liggen. Ik kreeg de kans om hierover te discussiëren en het Boerenbondstandpunt te helpen bepalen. De vakgroep was een uitlaatklep voor mij en ik voerde er af en toe wel eens het hoge woord. Nu ik voorzitter ben, stel ik me gematigder op.”

We werken aan een branche-organisatie die in het voorjaar van start zal gaan.

Dirk Van De Keere, voorzitter Sectorvakgroep Melkvee Boerenbond

Wat zie jij als een van de grootste uitdagingen voor jouw eigen bedrijf?

Dirk: “Toegang tot landbouwgrond is voor ons altijd een uitdaging geweest, grotendeels als gevolg van onze locatie in Lochristi. Voor mijn zoon Thomas, die al deels in het bedrijf zit, zie ik arbeid als een van de grootste uitdagingen. Hij wil liever geen personeel aannemen, dus komt het erop aan heel efficiënt te werken. We hebben de veestapel laten uitgroeien om de nieuwe stal uit 2013 te vullen en we zijn blij met de huidige omvang van ons bedrijf. Thomas heeft vooral plannen om kwalitatief te verbeteren.”

Welke beleidsprioriteiten zijn volgens jou cruciaal om de Vlaamse melkveehouderij te verduurzamen?

Dirk: “Als we afbouw van de veestapel willen vermijden, zullen we maatregelen moeten nemen die het klimaat beschermen. Ook de prijsschommelingen zijn een grote uitdaging, maar ik denk dat die voor de ondernemer in ons geen onoverkomelijk obstakel zijn. De wetgeving die steeds ingewikkelder wordt, baart me meer zorgen. Er komt veel op ons af, en we moeten allemaal met onze tijd mee evolueren.”

Topprioriteiten van de vakgroep Melkvee

  • Een brancheorganisatie oprichten en de rol van producentenorganisaties versterken
  • Op bedrijfsniveau antwoorden zoeken op volatielere zuivelmarkt
  • De zuivelketen verder verduurzamen
  • Een convenant uitwerken voor de zuivelsector
  • Actief de datahub voor de zuivelsector mee ontwikkelen
  • Een kader creëren en ondersteuning bieden rond externe arbeid op melkveebedrijven
Deel deze pagina: 

Meer informatie

Sector: