Geert

“Een koe mag wat présence hebben”

6 december 2021
Geen Agribex dit jaar, en dat betekent ook geen prijskampen in Brussel. Geert Demasure uit het West-Vlaamse Avelgem had er met de deelname van een topdier nochtans zijn zinnen op gezet, maar het zal voor een andere keer zijn. “Een prijskampkoe is niet per definitie de meest economische koe. Maar de dieren op prijskampen zijn de laatste tien jaar geëvolueerd. Ik zie daardoor bij jongere vleesveehouders weer wat meer animo voor het prijskampgebeuren.”

Geert kreeg de deelname aan prijskampen niet met de paplepel mee, zoals nog wel eens gebeurt in het wereldje. Zowel Geerts grootvader als vader hadden niet echt interesse om zelf deel te nemen aan prijskampen. “Ook nu zijn er zeker collega’s die fanatieker zijn dan ik. Ik doe het naast de naambekendheid voor de eigen dekstieren ook om tussen het volk te zijn en als hobby.” Geert probeert selectief te zijn in zijn deelnames. Naast Agriflanders (Gent), waren er ook al dieren van Hof Van ter Bos te zien op de prijskampen van Wulpen, Erpe-Mere en Affligem.

Lineair beoordeelde toppers

Op het bedrijf in Avelgem houdt Geert rond de 430 witblauwe dieren. Er vinden zo’n 180 kalvingen per jaar plaats. “Als onze dieren zijn ingeschreven in het CRV-stamboek. Het voorbije jaar zijn 100 koeien lineair beoordeeld. Het afgelopen jaar waren we de grootste inzender van excellente koeien met meer dan 90 punten”, klinkt het trots. Op Agribex wou hij aantreden met Phinesse Van ter Bos, dochter van Darko de Centfontaine, met als moeders vader Or de Beaujeu.

De stierkeuze is cruciaal. Al 20 jaar worden op het bedrijf ook de allerbeste koeien gespoeld om de kwaliteit van de veestapel continu te verbeteren. Het verbeteren van de veestapel brengt niet automatisch prijskampwinnaars mee. “Sommige boeren maken kruisingen die uitstekend gespierde dieren opleveren, maar die een wat groter risico op erfelijke gebreken hebben of genetisch wat te dicht verwant zijn. Daar gaan wij met een wijde boog omheen.”

Probleemloze koeien

Geert wil voor alles probleemloze koeien. “De ideale koe heeft bij afvoer drie keer gekalfd, is nooit ziek geweest en heeft stevig beenwerk. Het zijn typisch dieren die in het dagelijks verzorgen wat onder de radar blijven, met weinig tralala.”

Prijskampen hebben de reputatie om conformatie boven alles te zetten, en dan nog liefst met alle ogen op de achterhand. Die tijd is gelukkig voorbij, meent Geert. “Ik schat dat de koeien op prijskampen de laatste tien jaar 100 kilo zwaarder zijn geworden. Nu zijn er meer koeien die vooraan opener zijn geworden, met een stevige rug en een goed ontwikkeld midden- en voorstuk. En lengte maal breedte maakt kilo’s.”

Ook op het bedrijf kiest Geert voor koeien die lengte en breedte bieden. “Een ideale koe heeft voor mij een karkasgewicht van 600 à 650 kg geslacht. Koeien van 700 kg karkasgewicht hoeven niet. Ze brengen niet per definitie het meeste op onder de lijn. Ze liggen moeilijker in de markt en mijn persoonlijke ervaring is dat ze op het bedrijf meestal extra aandacht nodig hebben naar vruchtbaarheid of gezondheid.”

Présence uitstralen

Witblauwe dieren laten zich vaak vlot sturen, al vraagt prijskampdeelname wat oefening aan het touw vooraf. Een zacht karakter is voor Geert een selectiecriterium, maar er mag ook wel wat pit in zitten. “Ik heb graag een koe die toch een beetje karakter heeft en een zekere présence uitstraalt. Dat zijn misschien wel de dieren die in de wei de staart in de lucht durven steken en zich moeilijker laten vangen, maar meestal zijn dat ook de dieren die vitale kalveren voortbrengen die na een halfuur rechtstaan.”

Liever twee maanden wachten

Alle dieren gaan de weide op, behalve de stieren, de kalveren onder de zes maanden en de dieren in afmestfase. Ze leren er het gras kennen en ook voor hun gezondheid is dit voordelig. Bijvoederen is wel nodig. “Het streefdoel is dat de vaarzen een eerste keer afkalven op 24 maanden. Maar het is voor mij geen ijzeren wet. Er zijn ook dieren die afkalven op 22 maanden, maar om dieren te hebben die op 13 maanden zwaar genoeg zijn moet je erg intensief en dus duurder voederen. Ik heb liever twee maanden te wachten. Voor jonge vaarzen zal ik ook sneller kiezen om te insemineren met vrouwelijk gesekst sperma. De kans dat het dan om een iets lichter kalf gaat is groter dan als je de vaars laat dekken door een jonge stier waarvan je nog niet goed weet welke kalveren die geeft.”

Biest boven alles

In 2017 won Geert de Bioveiligheid Award voor vleesvee van DGZ. “We zetten veel in op preventie. Daarmee kunnen we problemen zoals neospora of mycoplasma goed onder controle houden. Maar een goede bioveiligheid komt niet vanzelf. We grijpen vlug in, trekken op geregelde tijdstippen bloed om de gezondheidsstatus van de dieren te weten en na iedere prijskamp gaan de dieren ook in quarantaine. Prijskampen blijven op dat vlak een berekend risico.”

Wie preventie zegt bij witblauw vleesvee, zegt uiteraard ook biestbeleid. “Wij willen dat ieder kalf 3 liter biest krijgt van goede kwaliteit. Alle biest wordt gepasteuriseerd om mycoplasma en para-tbc tegen te gaan. We kopen ingevroren biest van melkveehouders. Met een refractometer controleren we alle biest op melkkwaliteit. Die biest van melkveehouders varieert van kwaliteit, maar de biest van onze witblauwe dieren ook. We koppelen minder kwalitatieve biest aan biest van superieure kwaliteit, zodat alle biest een brixwaarde heeft van 26%. Dat versterken we nog met selenium en vitamine E, om dan weer de vriezer in te gaan. Als er een kalf op komst is, hebben we de cassette biest maar in de pasteurisator te stoppen. Wanneer het kalf geboren wordt, is er warme melk van uitstekende kwaliteit voorhanden.”

Kalveren die zelf onvoldoende drinken, krijgen de biest toegediend via een sonde. Vervolgens krijgen ze 24 uur rust, waarna ze eerst elektrolyten en dan kunstmelk krijgen. “Het is een vast protocol, voor ieder kalf gelijk. Het is niet goedkoop en vraagt veel energie, maar een goed biestbeleid betaalt zich terug in minder zorgen achteraf”, besluit Geert.

Ik schat dat de koeien op prijskampen de laatste tien jaar 100 kilo zwaarder zijn geworden.

Geert Demasure