Eén kandidaat landschaps- en nationaal park naar volgende ronde

14 januari 2022

Deze week raakte bekend welke 13 kandidaat-parken worden toegelaten tot het begeleidingstraject dat finaal zal leiden tot de erkenning van 3 bijkomende nationale parken en 3 landschapsparken in 2023. In Oost-Vlaanderen is er één kandidaat-nationaal park en één -landschapspark geselecteerd om door te gaan naar de volgende ronde, het begeleidingstraject. Een derde landschapspark wordt getrokken door West-Vlaanderen, maar gaat ook over een gedeelte van Oost-Vlaanderen.

Scheldevallei

De geselecteerde kandidatuur voor nationaal park is Scheldevallei. Het gebrek aan garanties ten aanzien van de landbouwsector zorgt voor grote bezorgdheid waardoor ook geen draagvlak is bij de lokale landbouwers voor dit project.

Vlaamse Ardennen en Zwin

De geselecteerde kandidaturen voor landschapsparken zijn Vlaamse Ardennen en Zwin. Dat laatst ligt voor het grootste deel op West-Vlaams en Nederlands grondgebied, maar omvat ook delen van de gemeenten Maldegem en Sint Laureins. In de Vlaamse Ardennen is het zelfs nog niet helemaal duidelijk welke gemeenten zullen mee stappen in het project.

Bezorgdheden zijn groot

De vooropgestelde doelstellingen die in het oproepreglement zijn geformuleerd, zijn erg ambitieus en liegen er niet om. Voor de nationale parken wordt er een aanzienlijke impact verwacht op de land- en tuinbouwbedrijven die binnen de perimeter actief zijn. Over een termijn van 20 jaar moet de natuurkern van een nationaal park worden uitgebreid tot 10.000 ha. In het kleine versnipperde Vlaanderen is dat onmogelijk te realiseren zonder impact op de land- en tuinbouwsector. Deze 'zones voor natuurontwikkeling' die voor de uitbreiding van de natuurkern moeten dienen, kunnen in eender welke gewestplanbestemming – dus ook in het agrarisch gebied – komen te liggen.

Geen garanties

Maar ook voor de landschapsparken is het, bij gebrek aan een duidelijk wetgevend kader, niet duidelijk welke concrete maatregelen worden nagestreefd in deze parken en welke concrete gevolgen dit zal hebben voor de bestaande land- en tuinbouwactiviteiten. Dit wordt in handen gelegd van de lokale gebiedscoalities die in de mogelijkheid zullen zijn om – naast alle Vlaamse sectorale regelgeving (MAP, PAS, natuur en onroerend erfgoed, ...) die al zware druk op de sector legt – ook nog een bijkomend beleid te gaan voeren. Naast een ruimtelijke impact vrezen we ook een mogelijke impact op de vergunningverlening.

Geen steun van de landbouwsector

Boerenbond heeft meermaals aangegeven niet akkoord te kunnen gaan met de methodiek van 'projectwerking'. We hebben meermaals aangedrongen op de opmaak van een Vlaams kader waarbij duidelijke afspraken zouden worden vastgelegd in overleg met de verschillende Vlaamse administraties en met het middenveld. In aanloop naar de selectieronde bleek de onzekerheid, bezorgdheden over mogelijke gevolgen en onduidelijkheid te groot. Garanties konden na diverse overlegmomenten door niemand gegeven worden. In het verdere traject zullen we samen met de lokale bedrijfsgilden de belangen van de land- en tuinbouwsector blijvend verdedigen.

Contactpersonen Boerenbond