Menu

Een hersteljaar voor omzet, maar (nog) niet voor rentabiliteit

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker laat haar licht schijnen over de Vlaamse land- en tuinbouw in 2019.

Jacques Van Outrvve / Illustratie: Flor Aguilar

De magere jaren voor de Vlaamse land- en tuinbouw zijn niet achter de rug. Zo blijkt uit de eerste berekeningen van de jaarresultaten voor 2019. Met een geraamde omzet van 5,3 miljard euro herstelt de Vlaamse boerderij zich. Ze zet een gemiddeld resultaat neer, zowel in de plantaardige als in de dierlijke sector. Maar gemiddelden zeggen niets over de sterke verschillen tussen deelsectoren en tussen bedrijven binnen sectoren. Omzet is bovendien slechts één element van rentabiliteit. Die laat te wensen over, als gevolg van de gestegen kosten. We vragen Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker om duiding bij deze jaarcijfers.

Naar aanleiding van zijn Nazomerontmoeting pakt Boerenbond al jaren in de maand oktober uit met jaarresultaten van de Vlaamse land- en tuinbouw. Het jaar heeft dan nog een kwartaal te gaan. In hoeverre kan men al betrouwbare jaarcijfers berekenen? Is het opstellen van zulke jaarresultaten geen taak van de overheid?

“Het is een lange traditie van Boerenbond om na de eerste grote oogstwerkzaamheden al een balans op te maken van het teeltseizoen. Op basis van bekende gegevens over de eerste acht maanden van het jaar maken we een raming voor het hele jaar, aan de hand van verwachte marktevoluties en de stand van de gewassen op het veld. Het is van belang om kort op de bal te spelen, onder meer in het kader van onze actie ‘Slimmer boeren met cijfers’.

Het is juist dat het jaar nog niet om is en dat we voor onze berekeningen gebruik maken van veronderstellingen voor het vierde kwartaal. We nemen aan dat bepaalde marktevoluties en evoluties op het veld zich zullen doorzetten. We zijn daar niet zeker van en zeggen dat ook. We houden een slag om de arm. Ook de overheid maakt dergelijke berekeningen, weliswaar tegen het einde van het jaar. Dat gebeurt in opdracht van Europa, om een Europese vergelijking tussen lidstaten en regio’s mogelijk te maken. Maar deze cijfers laten steeds op zich wachten. Wij willen sneller gegevens ter beschikking stellen, om sneller te kunnen schakelen in onze reacties naar de overheid zowel als op de bedrijven.”

Boerenbond heeft bij zijn berekeningen het begrip ‘Vlaamse boerderij’ losgelaten. Het is nochtans een eenvoudig begrip en gemakkelijk voor de media: aan de hand van een enkel cijfer wist men of het beter of slechter ging met de Vlaamse land- en tuinbouw.

“Het begrip ‘Vlaamse boerderij’ gaat ervan uit dat alle Vlaamse land- en tuinbouwproducten geproduceerd worden in een enkele grote gemengde boerderij. Vroeger was dat min of meer de afspiegeling van de vele klassieke gemengde bedrijven in Vlaanderen en dus was het een goed vergelijkingspunt, ook op bedrijfsniveau. Dat is echter steeds minder het geval. De Vlaamse boerderij is nog steeds een handig instrument om de Vlaamse land- en tuinbouw in Europees verband te vergelijken, maar landbouwsectoren en individuele landbouwbedrijven herkennen er zich niet meer in, alhoewel zij er deel van uitmaken. De Vlaamse landbouw is niet langer een optelsom van gelijkaardige bedrijven, maar van zeer verschillende sectoren en bedrijven, die elk hun eigen weg zijn gegaan. Hoe deelsectoren en bedrijven presteren, haal je dus niet langer uit zo’n macroconcept. De Vlaamse boerderij is niet langer representatief voor de realiteit in onze land- en tuinbouw. Dus zijn we onze berekeningen anders gaan opvatten, al is deze verandering ook nog niet perfect.”

Bedrijven schrijven elk hun eigen verhaal.

Sonja De Becker

Hoezo?

“De omzet van sectoren blijft relevant. Omzet is het begin van alles. Hij is het product van opbrengst en prijs. Vandaar ook dat we in onze jaarresultaten nog altijd de omzet van sectoren zullen vaststellen en vergelijken met het voorgaande jaar, beter nog met het gemiddelde van de voorgaande vijf jaren (referentieperiode). Omzet stijgt wanneer opbrengst en/of prijzen stijgen. Omzet daalt wanneer omzet en/of prijzen dalen. Maar naast de omzet is het vooral de rentabiliteit van sectoren die ons interesseert. Je moet rekening houden met de omzet, maar ook met de kosten. Onze rentabiliteitsbarometers geven dan ook de werkelijke dynamiek van sectoren aan. Die moeten juist geïnterpreteerd worden. Voor sommige sectoren is de productie een continu proces, andere sectoren oogsten slechts eenmaal per jaar en moeten daar hun rentabiliteit uit halen. Vandaar dat voor bepaalde sectoren de rentabiliteitsbarometer per kwartaal wordt berekend op basis van onze boekhoudingsgegevens (Focus) en voor andere sectoren op jaarbasis. Rentabiliteitsbarometers maken integraal deel uit van onze jaarresultaten. Zij worden ook telkens in Boer&Tuinder gepubliceerd (zie vorige week: derde kwartaal melkveehouderij). Wanneer deze resultaten verrekend worden naar individuele bedrijven, met individuele gegevens uit de economische bedrijfsboekhouding (Focus), dan krijgt de bedrijfsleider een goed beeld van de huidige situatie op zijn eigen bedrijf.”

Is het toch niet wat vroeg om in oktober al besluiten te trekken voor het hele jaar?

“We zeggen ook duidelijk dat we ons baseren op de eerste acht maanden van het jaar en op verwachtingen voor de rest van het jaar. De ervaring heeft ons geleerd dat we doorgaans in de goede richting zitten. Maar het blijven veronderstellingen voor de rest van het jaar. Er kunnen nog verrassingen uit de bus komen. Zullen de teelten die nog op het veld staan op een behoorlijke manier geoogst kunnen worden? Ook wat de prijzen betreft, kunnen er zich altijd nog verrassingen voordoen.”

Je spreekt over 2019 als een hersteljaar …

“… wat de omzet betreft, niet wat de rentabiliteit betreft! Na de droogte en hitte van vorig jaar kennen de meeste teelten in 2019 normale opbrengsten. Bij varkens en melkvee steeg de omzet voornamelijk als gevolg van hogere prijzen onder invloed van internationale omstandigheden. De omzet is min of meer genormaliseerd, maar ook hierbij moeten kanttekeningen gemaakt worden. Dat was niet het geval voor alle sectoren, voor alle streken in Vlaanderen en op alle bedrijven. Dat maakt het juist zo moeilijk om algemene besluiten te trekken. Ook in 2019 hebben droogte en hitte sporen nagelaten. Denk aan bepaalde groentesoorten en de fruitsector. Ook de dierlijke sector zette in 2019 een genormaliseerde omzet neer, maar de pluimveesector kende zijn laagste omzet van de voorbije vijf jaar. Bovendien dragen heel wat sectoren aan hun kostenzijde nog de gevolgen van de droogte van 2018 mee. We noteren in 2019 hierdoor hogere kostprijzen voor ruwvoeder, zaaizaden en pootgoed. In de perenteelt had kwaliteitsverlies van de oogst in 2018 zware gevolgen op de prijzen in 2019.”

Welke lessen trek je uit al het cijfermateriaal van 2019?

“We krijgen een steeds grotere variatie tussen sectoren, en tussen bedrijven binnen sectoren. We bemerken een verdere specialisatie van bedrijven enerzijds en een diversificatie en verbreding van activiteiten op bedrijven anderzijds. Het gemiddelde bedrijf bestaat niet meer. Bedrijven schrijven elk hun eigen verhaal. Dat is een zeer goede zaak! Maar dat maakt het ons niet gemakkelijk om dit in algemene jaarresultaten te gieten. We missen in onze cijfers trouwens een stuk van het verhaal, met name de omzet en de kosten of de rentabiliteit van de diversificatie en de verbredingsactiviteiten. Denk aan productie van energie, thuisverwerking en thuisverkoop of zelfvermarkting, nieuwe teelten, nieuwe productieconcepten (labels) en nieuwe verdienmodellen. Wij staan absoluut achter deze nieuwe evolutie. Het is onze opdracht om na te gaan hoe we deze evolutie in onze jaarresultaten kunnen integreren, gelet op het feit dat zij een steeds groter deel van de omzet op onze land- en tuinbouwbedrijven zullen uitmaken. Wij willen met onze jaarresultaten immers een zo getrouw mogelijk beeld schetsen van de evolutie in onze Vlaamse land- en tuinbouwsector.”

Deze evolutie naar specialisering enerzijds en diversificatie en verbreding anderzijds brengt ook nieuwe investeringskosten met zich mee. Wordt daar rekening mee gehouden?

“In onze berekeningen is alleen rekening gehouden met variabele kosten. Die zijn in 2019 gestegen. We houden geen rekening met investeringskosten, zoals je terecht opmerkt. Onder meer als gevolg van die specialisatie, diversificatie en verbreding zijn die ook toegenomen. Alle kosten stijgen. Variabele kosten stijgen ook als gevolg van maatschappelijke verzuchtingen en beleidskeuzes. Denk onder meer aan kosten voor gewasbescherming. Kosten stijgen ook als gevolg van de markt. Denk aan kosten voor veevoeders, zaaizaden en pootgoed. Loonkosten stijgen als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Kosten stijgen ook als gevolg van noodzakelijke aanpassing aan de klimaatverandering. Denk hierbij aan opvang van water en gebruik voor irrigatie. Daarnaast moet sneller geschakeld worden wat investeringen betreft om aan maatschappelijke verzuchtingen en beleidskeuzes te beantwoorden. Investeringen moeten op kortere termijn afgeschreven worden. Vroeger kon bedachtzamer en meer op eigen ritme geïnvesteerd worden. Vandaag wordt de sector voortgestuwd door overheid en maatschappij.”

De sector is dat niet gewoon?

“Deze snelheid van verandering sluit niet onmiddellijk aan bij de eigenheid van de sector. De landbouw werkt met natuurlijk kapitaal zoals bodem, planten en dieren. Dat wordt ook ‘geduldig kapitaal’ genoemd, omdat het slechts langzaam, maar wel fundamenteel bijgestuurd kan worden. Je kan ook niet zomaar terug. Onze bedrijfsleiders hebben de nodige kennis om daarmee om te gaan, maar men moet hen tijd gunnen. Men moet hen ook nieuwe kennis en technologie aanreiken, die dan weer extra investeringen vragen in tijden waarin er weinig financiële ruimte is. Daarom is er vertrouwen nodig vanuit het beleid en de keten, en een bereidheid om samen mee te investeren in de toekomst van onze sector.”

Dat brengt ons meteen ook bij een andere les uit de jaarresultaten van 2019. Bedrijven zijn steeds meer op zoek naar maatwerk om hun eigen verhaal te ondersteunen. Boerenbond verwacht maatwerk van de overheid. Ook Boerenbond gaat voor meer maatwerk. Ben je tot nog toe tevreden van de weg die de organisatie ingeslagen is? Met andere woorden, hoe staat het met je tevredenheidsbarometer als voorzitter?

“De grote variatie aan en tussen bedrijven maakt inderdaad dat zowel vanuit de overheid als vanuit onze kant meer maatwerk geboden moet worden. Er zijn heel wat initiatieven genomen, maar we zullen nog meer de weg van het maatwerk voor onze leden moeten opgaan. Het is geen eindig verhaal! De nieuwe managementtool Focus is gestart en biedt ‘Slimmer boeren met cijfers’ op maat. Inzake communicatie en informatie zijn er de nieuwsbrieven op maat per sector en per regio. Er is dienstverlening op maat. Het Innovatiesteunpunt van Boerenbond heeft projecten op maat om de diversificatie en verbreding te ondersteunen. We hebben een specifieke consulent voor nieuwe verdienmodellen … Nogmaals, dit verhaal is niet af! Er zal nog meer maatwerk geleverd worden ter ondersteuning van specialisatie enerzijds en van diversificatie en verbreding anderzijds. En, zoals je wel weet, ik ben niet snel tevreden.”

Botst individueel maatwerk niet met solidariteit? Komen we niet tot een situatie van ‘ik’ tegenover ‘wij’? Of – gelet op het gebruik van algoritmes – dat de ene boer met het ene verdienmodel zich afzet tegen de andere boer met een ander verdienmodel of dat hij de problemen van de andere niet eens meer kent?

“Het is geen of-ofverhaal maar een en-enverhaal. Boerenbond is gebouwd op solidariteit. Solidariteit zit in ons DNA. Solidariteit blijft noodzakelijk en is de sokkel waarop maatwerk steunt. Solidariteit is nodig voor problemen, gebeurtenissen en crisissen die sectoren en verdienmodellen overstijgen. Solidariteit mag het individueel ondernemerschap niet in de weg staan, maar moet het stimuleren en ondersteunen. Het ondernemerschap in onze sector neemt allerlei vormen aan, elk met een eigen risicoprofiel. Daar is maatwerk voor nodig. Voor de grote risico’s die sectoren overschrijden, blijft solidariteit nodig. Nieuwe concepten zijn nodig om de hele sector vooruit te helpen. Als we geen maatwerk leverden, zouden we een rem zetten op diversificatie, innovatie en verandering. Dus het ene houdt het andere niet tegen. Integendeel. Zo heeft de biologische landbouw de gangbare landbouw beïnvloed wat duurzaamheid betreft, en omgekeerd heeft de gangbare landbouw invloed gehad op de biologische landbouw wat opschaling betreft. Nieuwe concepten van de ene werken inspirerend voor de andere. Diversiteit ondersteund door maatwerk helpt ons allen vooruit! Solidariteit als sokkel is hierbij essentieel.”

Waaruit bestaat die sokkel?

“Die sokkel bestaat uit normen en waarden, maar ook uit mechanismen of instrumenten en overheidsmaatregelen. Neem het voorbeeld van de brede weersverzekering. Enerzijds wordt een private brede weersverzekering ingesteld, waarin iedereen zich volgens zijn eigen keuze op maat kan laten verzekeren. Daarnaast blijft solidariteit bestaan via het rampenfonds, voor uitzonderlijke omstandigheden en onverzekerbare schade. Solidariteit als vangnet blijft nodig, over de sectoren heen. Ook in de structuur van Boerenbond zie je dat – naast het maatwerk van de sectorvakgroepen – overleg en besluitvorming over de sectoren heen sterk behouden blijft. Een ander voorbeeld: er zijn enerzijds de elektronische nieuwsbrieven op maat en anderzijds het wekelijkse magazine Boer&Tuinder, zowel op papier als elektronisch, als breed solidair informatiekanaal voor iedereen.”

Nog een laatste boodschap?

“Een nieuwe Vlaamse regering gaat van start. Wij bieden een uitgestoken hand. We hopen dat de Vlaamse regering onze sector vertrouwen geeft in plaats van hem te wantrouwen. Dat ook voor onze sector geïnvesteerd wordt in kennis en technologie, zodat we de transformatie die men van ons verwacht op een goede manier kunnen doorvoeren. We verwachten dat men ons hiervoor de tijd geeft en geen overhaaste maatregelen oplegt. 

Aan onze leden zeg ik: durf te veranderen. Maar durf ook samen te werken op basis van goede afspraken. Dat laatste is trouwens ook mijn boodschap aan de hele voedingsketen. We zullen allen samen zowel letterlijk als figuurlijk meer moeten investeren in de Vlaamse land- en tuinbouw. Ik vraag het volle respect en ondersteuning voor de diversiteit in onze sector en pleit nogmaals voor meer maatwerk, met behoud van een brede sokkel van solidariteit.”      

Raadpleeg hier de 'Jaarresultaten Vlaamse land- en tuinbouw 2019'

Deel deze pagina: