Menu

Een brief die alles verandert

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Regio: 
Luc en Katia Vandenbossche-De Schepper kregen in 2015 het nieuws dat er geen toekomst meer was voor hun melkveebedrijf op de toenmalige locatie in Deinze.

Nele Kempeneers

 Volgens de rode brief die ze ontvingen in het kader van IHD/PAS was de stikstofimpact op het nabijgelegen bos te groot. Maar dankzij het doorzettingsvermogen van Luc en Katia en de ondersteuning van Boerenbond gingen ze op een nieuwe locatie van start. “Stoppen met boeren was voor ons geen optie”, klinkt het.

Het zijn vergaderingen die menig landbouwer zich nog goed zal herinneren: de infoavonden die Boerenbond in 2014 organiseerde over de donkere IHD/PAS-wolk die boven de sector hing. Vanaf 2012 werd immers bekend dat men de Europese natuurdoelstellingen zou gaan linken aan het Vlaamse vergunningenbeleid. “Wat niet duidelijk was, was de impact die dat in de praktijk zou hebben op de landbouwsector”, begint Bart Beliën het verhaal. Hij was toen als adviseur Studiedienst Boerenbond een van de mensen die sterk betrokken waren bij de IHD/PAS-problematiek. Een van de verhalen die hem het meest zijn bijgebleven, is dat van Luc Vandenbossche en zijn vrouw Katia De Schepper, melkveehouders in Deinze. Samen met Bart brengen we een bezoek aan het nieuwe bedrijf van Luc en Katia en blikken we terug op een bewogen periode.

Geen cadeau

Luc en Katia zijn beiden afkomstig uit een landbouwersgezin en namen elk het ouderlijke bedrijf over. “Toen we elkaar in 2000 leerden kennen hadden we de keuze op welke locatie we een gezamenlijk bedrijf zouden gaan uitbaten”, vertelt Luc. “Aangezien het bedrijf van mijn ouders in woonuitbreidingsgebied lag en er heel wat woningen rond lagen, leek het ons beter om een toekomst uit te bouwen op het bedrijf van Katia’s ouders. Dat lag niet ver van een bos, een hele rustige omgeving waar we niemand tot last zouden zijn, dachten we. In die tijd was er helemaal nog geen sprake van Europese natuur of stikstofuitstoot door landbouw.” Maar tijden veranderen, merkten Luc en Katia. “We melkten 100 koeien en hadden 130 zeugen met afmest. We wilden graag investeren in een melkcarrousel en uitbreiden naar 150 koeien”, weet Katia. “Maar toen we gingen informeren voor onze omgevingsvergunning kregen we vaak de opmerking dat we toch wel dicht bij het bos in de Zeverenbeekvallei gelegen waren. Daar hadden we nooit een probleem in gezien. In 2014 kregen we onze milieuvergunning dan toch, maar we voelden dat we nog niet gerust konden zijn. Degene die ons de vergunning overhandigde, zei zelfs dat ze ons hiermee waarschijnlijk geen plezier zou doen. Achteraf gezien hadden we die milieuvergunning nooit mogen krijgen, want men moet geweten hebben dat we nooit aan bouwen zouden toekomen.”

Eindelijk duidelijkheid

In juni 2014 ontvingen Luc en Katia hun milieuvergunning, drie maanden later kregen ze op een Boerenbondvergadering in Beervelde te horen dat er geen toekomst meer was voor hun toenmalige bedrijf. “We hebben in die periode veel vergaderingen rond IHD/PAS georganiseerd”, herinnert Bart Beliën zich. “Landbouwers hadden nood aan informatie. De overheid had immers besloten om de bescherming van Europese natuur te koppelen aan het vergunningenbeleid, maar wat de implicaties op het terrein zouden zijn was nog niet duidelijk. Er was nog geen communicatie geweest van de overheid of de VLM naar de landbouwers, laat staan dat er al een flankerend beleid werd voorzien. De eerste toelichting die men kreeg, kwam dus van Boerenbond.” De vergaderingen blijven bij Bart in het geheugen gegrift. “We konden bepaalde mensen geruststellen, maar voor heel wat landbouwbedrijven die in de buurt van Europese natuur lagen was de boodschap die we moesten brengen zeer hard. We probeerden er vanuit Boerenbond in de eerste plaats te zijn om te informeren, maar zeker ook om getroffen landbouwers op te vangen.” Ook Luc en Katia waren aanwezig om klaarheid te vinden. “We wisten dat er ons iets boven het hoofd hing, maar niet hoe erg het zou zijn. De toenmalige Boerenbondvoorzitter heeft ons toen vlakaf gezegd dat er op onze locatie geen toekomst meer zou zijn voor landbouw”, herinnert Katia zich. “Dat was heel hard om te horen, maar toen hadden we tenminste eindelijk duidelijkheid. We hebben die avond veel gepraat met Bart en zijn collega’s. Ze hebben ons opgevangen en zo veel mogelijk ondersteund, maar voor oplossingen was het toen nog te vroeg. Toen we die avond naar huis reden voelden we ons heel klein.”

Flankerend beleid

Aan de grondslag van het IHD/PAS-verhaal ligt de Habitatrichtlijn uit 1992. Deze werd in het leven geroepen om de natuurlijke habitats van fauna en flora te beschermen. Er werden speciale beschermingszones of Natura 2000-gebieden aangeduid. “Op het moment van de aanduiding heeft men niet gedacht aan de verstrekkende gevolgen zovele jaren later”, zegt Bart. “Maar ook toen IHD/PAS in 2014 werd uitgerold, was er geen klaarheid over de gevolgen. Boerenbond liet zelf studies uitvoeren om de impact op de sector in kaart te brengen en vroeg steeds opnieuw naar klaarheid over de impact op de landbouwbedrijven. Omdat het dossier zeer lang een abstract dossier bleef, hebben we aangedrongen om de landbouwers individueel te informeren over hun situatie. Dat heeft voor onrust gezorgd, maar het maakte voor het eerst tastbaar wat de mogelijke gevolgen voor de bedrijven was.” Toen de brieven werden uitgestuurd, had de overheid nog geen flankerend beleid voorzien. “Het waren slopende onderhandelingen om getroffen landbouwers toch de steun te kunnen bieden die ze minimaal nodig hebben”, weet Bart. “Voor rode bedrijven waren er uiteindelijk drie opties: stoppen met boeren, reconversie en afbouw van de veestapel of uitwijken naar een nieuwe locatie. Maar het was uiteraard belangrijk dat de getroffen landbouwers ook een correcte vergoeding zouden ontvangen voor het bedrijf dat ze moesten achterlaten. Daarover is er lange tijd onzekerheid geweest.”

Verhuizen voor de toekomst

Voor Luc en Katia was het vrij snel duidelijk dat een nieuwe locatie voor hen de weg vooruit was. “Ik heb even geopperd om te stoppen met boeren en dacht erover om met beiden uit werken te gaan, maar Luc wilde hier niet van weten”, lacht Katia. “Stoppen met melken was voor ons geen optie, dus zijn we gaan uitkijken naar een geschikt perceel waar we een nieuw bedrijf konden bouwen. Een bestaande hoeve kopen wilde ik niet, omdat je dan vaak voor onvoorziene kosten en problemen komt te staan.” Luc en Katia kwamen uit bij een perceel bouwgrond aan de andere kant van het bos, op 5 km van hun oorspronkelijke locatie. De koop was een sprong in het onbekende. Niet alleen wisten Luc en Katia nog niet welk bod de VLM zou doen op hun toenmalige bedrijf, ook moest er weer een heel nieuwe procedure worden opgestart om de nodige vergunningen te krijgen voor de nieuwe locatie. “Het was een zeer slopende periode, waarin we gelukkig op heel wat ondersteuning konden rekenen. In de eerste plaats van de Boerenbondmedewerkers, maar ook van SBB”, zegt Luc. “We kijken met warme gevoelens terug op de vele late avonden waarop we aan de keukentafel zaten met verschillende adviseurs om te werken aan ons dossier. Ik heb veel bewondering voor de manier waarop ze zich voor ons hebben ingezet. Je voelde dat het hen na aan het hart lag. En nog steeds.”

Niet meer dezelfde

Intussen melken Luc en Katia anderhalf jaar in hun nieuwe bedrijf, maar het verleden is nog niet helemaal verwerkt. “De lange periode van stress heeft ons gekraakt, we zijn niet meer dezelfde mensen als 10 jaar geleden”, zegt Katia. “Natuurlijk zijn we blij dat we nu op een nieuw bedrijf kunnen werken, maar dit is zeker geen geschenk zoals mensen soms denken. De emotionele en financiële impact weegt zwaar. We moeten, net als onze koeien,  nog wat onze draai vinden op de nieuwe locatie.” In Vlaanderen kregen zo’n 100 bedrijven in 2014 een rode PAS-brief in de bus. “Dankzij de ervaring die we hebben opgedaan binnen het dossier van Luc en Katia hebben we heel wat rode bedrijven kunnen ondersteunen”, zegt Bart. “Doordat het Natura 2000-beleid vervat zit in strenge Europese regels, moeten we er als Boerenbond alles aan doen om de gevolgen voor de sector zo veel mogelijk te beperken. Ze tot nul herleiden is echter niet mogelijk, en dan rest niets anders dan het maximale eruit te halen voor onze leden. In dat geval, onder meer door te ijveren voor flankerend beleid, maar ook door een persoonlijke begeleiding van getroffen bedrijven. Dit is een werk van lange adem dat moeizaam op gang komt. Voor de rode bedrijven zijn er al verschillende dossiers afgerond, maar de opstart van het flankerend beleid voor de oranje bedrijven loopt moeizaam. Ook daar zetten we onze schouders onder.”

Samen met getroffen families traject gaan

Bart Beliën, directie-adjunct Beroepswerking: “In navolging van de IHD/PAS-beslissing in 2014 kwam het flankerend beleid voor de getroffen bedrijven moeizaam tot stand. Eerst dat voor de rode bedrijven en nadien dat voor de oranje bedrijven. Ook de toepassing van het flankerend beleid is geen sinecure. Voor de rode bedrijven zijn de kaders min of meer helder. De opstart van het flankerend beleid voor de oranje bedrijven loopt niet vlot, maar stilaan worden daar ook stappen vooruit gezet in concrete dossiers.

Te vaak verliest men uit het oog dat de landbouwers, de families die vaak al generaties lang actief zijn op een bepaalde locatie, geen vragende partij zijn om hun activiteiten stop te zetten, te verplaatsen of een reconversie door te voeren. Ook uit het relaas van Luc en Katia blijkt dat het veel meer is dan een centenverhaal. Daarom zetten we ons vanuit Boerenbond hard in om, samen met de getroffen families, een traject te gaan. Veel luisteren, opties naast elkaar zetten, duidelijke taal spreken, tijd geven om een keuze te maken ... Slopende trajecten die veel tijd en inspanningen vragen van alle betrokkenen. Van de VLM die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het flankerend beleid, verwachten we niet alleen de correcte toepassing van de procedures, maar ook een houding die getuigt van het mee zoeken naar oplossingen.”