Doordacht maaibeheer, waar let ik op?

Er zijn dit jaar grote verschillen in grasstand waar te nemen tussen verschillende percelen. Niet verwonderlijk bij de grote verschillen in beheer, waartoe we gedwongen werden door deze zeer natte winter en voorjaarsperiode. De percelen waar toch al relatief vroeg drijfmest en kunstmest op gebracht kon worden, laten al een mooie snede optekenen. Op heel wat percelen is het dan ook weldra tijd voor de eerste “echte” maaibeurt van het jaar.

Het optimale maaitijdstip is afhankelijk van zowel de groeifase van het gewas, geschatte opbrengst of grashoogte, de weersomstandigheden en voor grasklaver eventueel het klaveraandeel en de gewenste evolutie daarvan.

Weer beslissend

Uiteraard willen we maaien bij een gunstige weersvoorspelling, dit komt de kwaliteit en bewaring ten goede. Jammer genoeg hebben we dit niet te kiezen en ondanks een positieve weersvoorspelling kan het soms toch tegenvallen. Het zal dan ook niet altijd mogelijk zijn om voor alle factoren op het optimale tijdstip te maaien.

Probeer daarom ook steeds vooruit te denken. Als er reeds een redelijke snede op het perceel staat, en er wordt neerslag voorspeld de aankomende week, probeer dan nog tijdig te maaien en in te kuilen. Opnieuw wachten op goede weersomstandigheden kan anders leiden tot een te zware snede met doorschietend gras. Het doorschieten van gras leidt dan tot een sterke daling van de voederwaarde en kan dus best vermeden worden. Maak ook goede afspraken met je loonwerker.

Niet enkel het weer tijdens en na het maaien is van belang. Ook het weer de dagen voor het maaien heeft een invloed op de kwaliteit en bewaring van het gras. Enkele zonnige dagen voor het maaien zullen bijvoorbeeld bijdragen aan een hoger suikergehalte. Dit suiker speelt natuurlijk een belangrijke rol bij de fermentatie van de kuil en dus de bewaring.

jnnj
Zwaarte snede beïnvloed klaveraandeel

Bij grasklaverpercelen kan een zware snede er bijkomend ook voor zorgen dat de witte klaver zich niet goed kan handhaven. De voornaamste reden hiervoor is de concurrentie voor licht, die klaver vaak verliest van het gras. Klaver heeft namelijk een andere groeicyclus dan gras: in het voorjaar groeit klaver nog niet zo snel en wordt het makkelijk ondergenomen door het gras. Door een lichtere snede te nemen kan het aandeel witte klaver juist gestimuleerd worden. 

Schenk echter voldoende aandacht aan de soort klaver die in het mengsel werd gebruikt. In maaipercelen wordt er meestal ook een groot aandeel rode klaver meegezaaid. Maar witte en rode klaver reageren niet hetzelfde op verschillende maaitijdstippen en -hoogtes. Zo is het juist nefast voor rode klaver als er vaak een te lichte snede gemaaid wordt. In tegenstelling tot witte klaver, kan het voor de overleving van rode klaver zelfs nuttig zijn om in het najaar eens een zwaardere snede te maaien. De rode klaver kan dan tot bloei komen en reserves opslaan in de wortel. Pas echter op voor een teveel aan verhoute stengels die de voederwaarde anders onderuit halen.

Maai de klaver niet weg!

Traditioneel werd er vaak gemaaid op een hoogte van 5 cm. Voor de hergroei van Engels raaigras is wat hoger (6-7 cm) maaien beter. Afhankelijk van de geschatte opbrengst kan het zelfs nodig zijn om de maaihoogte nog verder bij te stellen. Bij het nemen van een zware snede zal het groeipunt van het gras hoger zitten, waardoor er beter op minstens 8 cm wordt gemaaid. 

Laag maaien kan dit groeipunt anders wegmaaien of beschadigen, waardoor het gras langer nodig heeft om zich te herstellen en aan de hergroei te beginnen. Laat dus geen witte stoppel achter na het maaien. Niet enkel naar hergroei toe is hoger maaien nuttig, ook de voederwaarde neemt toe. De onderste delen van het gras bevatten namelijk de minste voederwaarde en er komt zo minder ruw as in de kuil terecht. 

Afhankelijk van de aanwezige klavers en kruiden, moet er nog extra opgelet worden. Voor rode klaver, kruiden en ook bij rietzwenkgras is het aangeraden om op minstens 8 cm te maaien, zodat het groeipunt gespaard blijft. Witte klaver daarentegen kan weer worden gestimuleerd door juist kort te maaien, al heeft dit weer negatieve gevolgen voor de hergroei van het gras en dus de opbrengst.

Eens je hebt besloten wat de optimale maaihoogte is, stel je deze liefst op het perceel zelf in. Zo klopt deze zeker, in tegenstelling tot wanneer dit voorheen gebeurt op een verhard oppervlak.

Na het maaien

Eens er gemaaid is, begint de veldperiode. Deze wordt gekenmerkt door een verlies aan voederwaarde. Als eenvoudige regel, laat je de veldperiode best niet langer duren dan 2 dagen. 

Schudden kan hierbij helpen de benodigde veldperiode te verkorten. Let echter op voor eventueel bladverlies. Zeker bij het schudden van reeds drogere grasklaver kan er anders heel wat eiwit verloren gaan. Het eiwit zit voornamelijk in de bladeren. Schud daarom ook best kort na het maaien, hierdoor verkort je de veldperiode optimaal en blijft het bladverlies beperkt. Gebruik daarnaast ook geen te hoog toerental. Schudden zal echter niet altijd nodig zijn. Een overbodige schudbeurt zorgt dan ook weer voor een extra werkgang, iets waar de rode klaver niet blij van wordt. 

Meestal kuilen we in tussen 35 en 45% DS. Bij een jonge grassnede of eerste snede, wordt er bij voorkeur droger ingekuild (>40% DS). Door het drogen wordt de kuil wat geremd in zijn verteringssnelheid en neemt het aandeel DVE i.v.t. RE toe. Bij een zwaardere snede waarbij het gras al gaat doorschieten, kan er best natter worden ingekuild tot 30% DS. 

Dit materiaal is vaak minder goed verteerbaar, maar door de fermentatie in een nattere kuil kan dit wat worden bijgestuurd. Maar “te” is natuurlijk nooit goed. Een te natte kuil zal veel sapverliezen vertonen. Een te droge grasoogst daarentegen laat zich moeilijk aanrijden met gevolgen voor de bewaring. Er kan natuurlijk ook altijd overwogen worden om een gepast inkuilmiddel toe te passen. Deze kunnen extra zekerheid bieden naar een snelle conservering en goede bewaring.

Voor bijkomende vragen rond gras/klaverbeheer, kan je steeds terecht bij de adviseurs van het relance project Gras@vies.

Bron: Gras@vies.

njjn