Coens

“Door de stijgende kosten moet onze eierprijs ook omhoog”

12 april 2022

Pasen staat voor de deur en traditioneel stijgt dan de vraag naar eieren bij de eierhandels. Willem-Jan Coens en Sylvie Vandevoorde runden al vijf jaar een melkveebedrijf met akkerbouw, toen ze in 2016 een stal voor 15.000 bioleghennen bouwden. De kippen werden de passie van Sylvie. Maar de zo goed als stabiele eierprijs is met de alsmaar stijgende voeder- en energieprijzen een groot struikelblok. “Het is hoog tijd dat we een correcte, aangepaste eierprijs betaald krijgen”, zegt Willem-Jan.

Willem-Jan en Sylvie hebben op hun bedrijf het meeste werk met hun 100 Holsteinkoeien en 80 stuks jongvee. Maar ze beschikken ook over 90 ha akkerbouw, waaronder 14 ha aardappelen, plus mais, tarwe en grasland voor de koeien. De aardappelen worden door Colruyt vermarkt via een gezamenlijk project met de Aardappelhoeve uit Tielt.

Verder heeft het koppel ook een stal met 15.000 bioleghennen van het ras Lohmann Brown Lite. “In 2011 namen we een melkveebedrijf met een 40-tal koeien over in Poeke. Ik werkte toen nog buitenshuis”, vertelt Sylvie. “Drie jaar later voegden we ons bedrijf samen met het ouderlijk bedrijf van Willem-Jan in Ruiselede.

De koeien namen we mee uit Poeke, het jongvee brachten we naar daar. In 2016 zijn we gestart met de bouw van de bioleghennenstal en in januari 2017 konden we onze eerste ronde opzetten in het volièresysteem Natura Step. Vanaf toen ben ik thuisgebleven om vooral het werk bij de kippen te doen: ertussen lopen om te kijken of alles oké is, de eitjes afdraaien …

Als de kippen eieren beginnen leggen, loop ik heel veel door de stal om de buitennesteieren zo snel mogelijk te verwijderen. Omwille van de hygiëne, maar ook om de kippen te stimuleren om hun eieren in de nesten te leggen.” Sylvie verzorgt ook de administratie en helpt ’s morgens bij het melken.

“Ik doe al het andere werk: melken, de koeien voederen, kalvingen en droogstand opvolgen, bespuitingen uitvoeren …”, lacht Willem-Jan. “Het melkvee houden we in samenuitbating met mijn ouders, die volgend jaar met pensioen gaan.” Moeder Greet De Roo is een bezige bij, want als burgemeester van Ruiselede helpt ze ’s morgens nog bij het melken en het verzorgen van de kalveren. “We proberen altijd met drie te melken, maar dat lukt niet altijd. We melken in een visgraatsysteem (2 x 5). Dat is best intensief”, zegt Sylvie. Vader Raf springt ook bij bij de akkerbouwwerkzaamheden.

Coens

We willen gewoon efficiënter werken en moderner worden als bedrijf.

Coens
Bewuste keuze

“Mijn ouders hadden ook een gemengd bedrijf, met melkvee, varkens en akkerbouw”, vervolgt Sylvie. “Ik wou graag meewerken op het bedrijf, maar we wilden dat dat niet te groot werd. Via een tussenpersoon leerden we biokippen kennen. Dat vonden we een meerwaarde; een mooi concept met de kippen die naar buiten kunnen lopen. We wilden ook graag iets doen wat de meerderheid niet doet en waarvoor er een zekere afzetmarkt is.” Aanvankelijk kenden Willem-Jan en Sylvie enkele tegenslagen. “Zo hebben we al vogelgriep op ons bedrijf gehad; waarvoor we slechts een minimale vergoeding kregen”, zegt Willem-Jan. “We kwamen er op uit omdat enkele kippen in het midden van de stal plots stierven. Insleep door een ondermaatse bioveiligheid was dus haast niet mogelijk. We vermoeden nog steeds dat het virus in onze stal is binnengewaaid. Dat is boeren hè, je moet de risico’s er bijnemen. Bioveiligheid staat bij ons hoog aangeschreven.”

Vrije uitloop gefnuikt

Rekening houdend met de biowetgeving zijn de bioleghennen van Willem-Jan en Sylvie verspreid over vijf compartimenten van telkens 3000 hennen, zodat ze voldoende ruimte hebben, zowel in de stal als via de vrije uitloop naar de wintertuin (een soort overdekt terras) en een buitenloop van 6,5 ha. “Onze kippen maken gretig gebruik van die buitenloop om er te scharrelen”, stelt Sylvie.

“In de zomer zitten ze graag in de schaduw van de aangeplante bomen. Maar door de dreigende vogelgriep houden we onze kippen sinds november noodgedwongen binnen. Ze zien daar echt van af: de verveling slaat al snel toe, met pikkerij tot gevolg. We merken dat ook lichtjes aan onze resultaten.

Tot eind 2021 konden we onze kippen drie keer ontwormen; dat deden we voor hun dierenwelzijn. Door de invoering van de nieuwe EU-bioverordening begin januari kan je je eieren negen dagen niet als bio verkopen als je je kippen ontwormt. Met als gevolg dat er veel bioleghennenhouders wachten met het ontwormen en de immuniteit van de kippen afbrokkelt, wat dan weer leidt tot snellere insleep van ziektes.”

De eieren worden op het bedrijf machinaal gesorteerd, gestempeld en komen in zes stapels met telkens trays van 30 eieren terecht. Vuile en gebroken eieren gaan naar de brekerij. “We stapelen onze eieren op palletten met 10.800 eieren. De eierhandel haalt ze bij ons af en zal ze verder uitsorteren, controleren en verpakken om ze daarna bij de retail af te zetten”, legt Sylvie uit.

Vijf voor twaalf

De kippen krijgen 100% biologisch voeder. “De prijzen die we betalen voor die voeders zijn in vrij korte tijd geëxplodeerd: vandaag kosten ze ons liefst 35% meer dan een jaar geleden”, stelt Willem-Jan. “Onze huidige ronde startte in februari, maar in december hadden we al een eierprijs met onze afnemer afgesproken.

Door de meerprijs bij het voeder wordt ook de aankoop van de hennen duurder, net als de elektriciteit. De eierhandel en de retail bekijken nu of ze een hogere prijs kunnen betalen, maar het valt af te wachten of dit genoeg zal zijn om de gestegen kosten voor de aankoop van hennen en de voeders te kunnen doorrekenen. Het is toch de bedoeling dat elke partner in de keten er iets aan verdient?”

Coens

Willem-Jan en Sylvie twijfelen of ze nog met bioleghennen willen groeien. “Er is te veel onduidelijkheid over de kansen wegens het recente stikstofarrest en het PAS-verhaal. SBB begeleidt ons wel heel goed in ons evaluatieproces. We willen gewoon efficiënter kunnen werken, moderner worden als bedrijf en loon naar werken krijgen. Zo kunnen we betere resultaten en kwaliteit leveren én up-to-date te blijven. Als dat óók niet meer lukt, is dat toch doodjammer?”