Van Hoorde Dendermonde

“Doen niets ongewoons, maar we zitten er wel dicht op”

19 oktober 2021

Niet ver van waar de Dender in de Schelde vloeit in Appels (Dendermonde) ligt de Koeboshoeve van Christoph Van Hoorde en Tineke Cerpentier. Samen met Christophs vader en twee vaste medewerkers melken ze 170 koeien én verwerken ze een deel van de melk zelf. “Door minder zelf te melken en meer in de stal rond te lopen, zie ik soms meer van mijn koeien”, aldus Christoph.

Christoph stapte in 2006 in het ouderlijk vlees- en melkveebedrijf. Toen bestond de veestapel uit een 70-tal melkkoeien, aangevuld met vleesvee. In de jaren erna nam het aandeel vleesvee steeds af, om dit jaar volledig van het bedrijf te verdwijnen. De interesse van Christoph en Tineke ging uit naar het melkvee. Tineke koos er twee jaar geleden voor om niet meer buitenshuis te werken en de thuisverwerking op te starten. Onder de merknaam ‘Lek’r Puur’ maakt en verkoopt de Koeboshoeve onder meer melk, yoghurt, desserts en hoeve-ijs. “Hoofdzaak is thuisverkoop, maar we leveren ook aan winkels in de buurt. Corona gaf de thuisverkoop een boost”, aldus Tineke. De hoevewinkel is drie dagen per week open, maar ook na de uren kunnen klanten in goed vertrouwen via zelfbediening hun producten kopen.

Scherp houden

De thuisverwerking vooraan het bedrijf heeft geen echte invloed op de keuzes die er achteraan tussen de koeien gemaakt worden. Hygiëne is voor thuisverwerking van groot belang, maar daar werd ook al voor er zuivel verwerkt werd hard op toegezien. “Voor onszelf legden we de lat al hoog, maar met de hoeveverwerking moet het al helemaal altijd in orde zijn. Klanten gaan al eens graag naar de kalfjes kijken, dus ook daar willen we het extra proper. Het houdt ons scherp, en op zich is dat wel gezond”, meent Christoph.

Hygiënisch werken

Om al het werk gedaan te krijgen op het bedrijf, heeft de Koeboshoeve twee vaste medewerkers in dienst: Mohammed en Lize. Mohammed neemt een groot deel van het melken voor zijn rekening, en werkt ook mee in de verwerking. Lize is pas recent in dienst en focust zich op de melkverwerking en de verkoop in de winkel. Mohammed is een Palestijnse asielzoeker waarmee de samenwerking heel goed loopt. Hij is geëngageerd en heeft veel voeling met de dieren. “Door zijn opleiding als verpleger heeft hij het hygiënisch werken in de vingers, wat perfect bij onze doelstelling aansluit.” 

Beter dan de activiteitsmeting

Hoewel Mohammed de hoofdmelker is in de 2 x 8 zij-aan-zijstal met rapid exit, maakt Christoph dat hij altijd in de buurt is en assisteert. “Ik heb soms meer gezien door in de stal te lopen, dan door vroeger vijf uur per dag zelf in de melkstal te staan.” Dat dit geen loze woorden zijn, bewijzen de transponders van de activiteitsmeting die in een doos stof liggen te vergaren. “Ik wil het systeem niet afbreken, want het heeft zeker zijn verdiensten. Maar in de huidige situatie ben ik beter dan de acitviteitsmeting die we hebben. De individuele producties kunnen opgevolgd worden via de computer en door zelf veel in de stal tussen de koeien te lopen, merk ik veel op.”

Onafhankelijk advies

Dat het met de vruchtbaarheid op het bedrijf goed zit, bewijst de tussenkalftijd van 383 dagen. Elke vier weken komt iemand van een onafhankelijk adviesbureau (Milkadvice) de koeien scannen. Wanneer een koe niet vlot drachtig wordt, is ovulatiesynchronisatie een van de opties. Ook rantsoenberekening gebeurt door het adviesbureau. Momenteel bestaat dit uit 22 kg maiskuil, 12 kg graskuil, 5 kg bierdraf, 4 kg bietenperspulp, 2,5 kg soja, 1 kg sojahullen en 1 kg gerst, aangevuld met 300 g gehakseld stro, 100 g natriumbicarbonaat en 100 g mineralen. Afhankelijk van de productie – gemiddeld 10.000 liter – krijgen ze nog krachtvoer bij in de krachtvoerautomaat. “We houden vast aan dat onafhankelijk advies. Het enige belang dat die adviseur heeft, is dat wij tevreden zijn. Dat ligt toch anders bij een verkoper die adviseert.”

Eerstekalfskoeien apart

Om de vijf weken wordt er aan melkcontrole (MPR) gedaan. Op basis van die analyses wordt gekeken waar er verbeterpunten zijn. Zo bleek uit voor-en-naopvolging dat het apart huisvesten van de eerstekalfskoeien leidde tot betere resultaten bij deze groep.

Het huisvesten van de koeien in twee groepen heeft een praktische achtergrond. De ‘oude’ stal uit 1996 werd wat klein voor alle melkkoeien. De meest recente stal, de jongveestal, dateert van 2015. Door wat ouder jongvee te verhuizen van deze stal naar de openfrontstal van het gewezen vleesvee, konden de eerstekalfskoeien in de recente jongveestal komen, relatief dicht bij de melkstal.

De keuze om in 2015 nieuw te bouwen voor het jongvee was een logische keuze, gezien de beperkte leeftijd van de ‘oude’ melkveestal, maar ook gezien de aandacht die Christoph en Tineke aan de kalveren willen geven. “Een kalf dat niet goed verzorgd wordt, zal nooit veel melk geven. Kalveren die goed groeien zijn sneller dekrijp”, vertelt Tineke. De jongveestal heeft een afgesloten deel voor de kleinste kalfjes, waar ze eerst individueel gehuisvest worden. Na veertien dagen gaan ze op de kalverdrinkautomaat. Na nog eens 66 dagen schuiven ze geleidelijk aan door. Vanaf een leeftijd van 6 tot 9 maanden komen ze bij het andere jongvee terecht, in ligboxcompartimenten.

Handige hekhoogte

Opvallend is dat de hekkens tussen de compartimenten op de theoretische hoogte geïnstalleerd zijn waarop er geïnsemineerd kan worden. Makkelijk om zicht te krijgen op de groei, al is de individuele conditie leidend. Door de intensieve opvolging en de goede groei, wordt het eerste jongvee al vanaf een leeftijd van één jaar geïnsemineerd. De gemiddelde leeftijd bij eerste kalving bedraagt 23 maanden. Daarmee hebben de koeien een goede start.

Brug naar de consument

De toekomst biedt met de huidige vergunningenproblematiek voor zoals bijna alle land- en tuinbouwbedrijven een aantal onzekerheden. Zal er ooit nog verdere ontwikkeling mogelijk zijn? Christoph: “Voorlopig zitten we goed op de huidige schaalgrootte. In de nabije toekomst zien we onszelf eerder meer inzetten op eigen verwerking dan op een productiestijging. We voelen dat er vraag is naar onze producten, en we kunnen de brug bouwen naar de consument. Mochten mensen meer weten wat melkveehouders doen voor de productie van lekkere en gezonde zuivel, dan zouden al veel vooroordelen vanzelf wegvallen, daar ben ik vast van overtuigd.”