Menu

Diversiteit in de landbouw is terug van nooit weggeweest

Terug naar Actualiteit
Onze coververhalen onder de rubrieknaam ‘Boer in de kijker’ tonen een diversiteit aan land- en tuinbouwbedrijven in Vlaanderen. De redactie heeft geen moeite om wekelijks een nieuw verhaal te brengen. Er zijn als het ware evenveel verhalen als er ondernemers zijn in de Vlaamse land- en tuinbouw. Geen twee verhalen zijn hetzelfde. De diversiteit in de Vlaamse landbouw is altijd groot geweest. Vanwaar dan het discours dat dit niet zo zou zijn? Was het dan ooit anders?

Jacques Van Outryve, senior writer. Illustraties: Joris Snaet

We gaan bijna 20 jaar terug in de tijd. Het Jaarverslag 2003 van Boerenbond had als titel ‘Groeien in diversiteit’. “De evolutie naar een geglobaliseerde landbouwmarkt en de nagenoeg permanente heroriëntering van het Europese landbouwbeleid zet de Vlaamse land- en tuinbouw aan tot nieuwe creativiteit en zelfredzaamheid”, schreef toenmalig Boerenbondvoorzitter Noël Devisch in zijn voorwoord. En hij vervolgde: “Dit zal ertoe leiden dat de diversiteit in het agrarisch landschap sterk zal groeien. Er zullen verschillende bedrijfstypes ontstaan. Individuele bedrijven zullen in diversiteit groeien naarmate ze nieuwe capaciteiten ontdekken en onvermoede mogelijkheden aanspreken. Deze verscheidenheid zal de overheid zowel als de landbouworganisaties voor nieuwe opdrachten plaatsen.” Hierop volgde een essay met uitdagingen zowel voor de leden, onder de titel ‘Individuele bedrijfsleiders staan voor zware keuze’, als voor Boerenbond. Wat Boerenbond betreft werd er gewezen op de grotere ledendiversiteit, op directe en open begeleiding en op belangenbehartiging in dialoog.

Bij haar aantreden als voorzitter wees huidig Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker op het belang van diversiteit in het ledenbestand. Deze diversiteit wordt jaarlijks aan het grote publiek getoond tijdens de Dag van de Landbouw. Boerenbond stimuleert een permanente zoektocht naar nieuwe verdienmodellen, weliswaar met nadruk op ‘verdien’. ‘Slimmer boeren met cijfers’ kan bedrijfsleiders op weg helpen naar diversiteit. Want nieuwe verdienmodellen zijn niet per se voor iedereen een garantie op succes. Diversiteit is maatwerk. En Boerenbond kiest voor maatwerk.

Tijdens de hoorzitting in de commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid van het Vlaams Parlement over alternatieve verdienmodellen in de landbouw op 9 december lichtten Nele Lauwers, consulent Nieuwe verdienmodellen bij Boerenbond, en Sander Van Haver, innovatieconsulent Bio-omschakeling bij het Innovatiesteunpunt, deze werking van Boerenbond toe aan de hand van voorbeelden. Tot zover het verleden en heden. Wat brengt de toekomst?

Blik op de toekomst

Naar aanleiding van zijn twintigste verjaardag in 2020 blikte het Innovatiesteunpunt van Boerenbond begin dit jaar in de artikelenreeks ‘Hoe ziet de landbouw eruit in 2040?’ twintig jaar vooruit. Welke boer(in) komen we dan tegen? Het Joint Research Centre (JRC) deed in opdracht van de Europese Commissie een gelijkaardige verkenning van de toekomt. Opgelet, een verkenning is geen voorspelling. Het kan ook geheel anders uitdraaien. Het JRC verkende de toekomst van de landbouw via workshops met Europese boeren en tuinders, stakeholders en ambtenaren van de diverse diensten van de Europese Commissie. Hun verwachtingen werden na een onderling debat op papier gezet. Het JRC bakende de drijfveren of aanjagers van verandering en megatrends af. Daaruit volgden – na een onderling debat – twaalf profielen of stijlen van boeren en tuinders, Farmers of the Future genaamd, wat ook de titel van de studie werd. Dat wil niet zeggen dat het bij deze twaalf blijft. Alle tussenvormen zijn mogelijk. Trouwens, heel wat van deze profielen zijn nu al herkenbaar of in wording. Wellicht zullen onze leden zich al in een of meerdere profielen herkennen. In andere dan weer (nog) niet.

Het spreekt voor zich dat demografische ontwikkelingen zoals groei van de wereldbevolking, vergrijzing, verstedelijking, migratie maar ook generatiewisseling zowel van landbouwers als van consumenten belangrijke aanjagers van verandering zijn. Daarnaast zullen digitalisering, robotisering, biotechnologie, klimaatverandering, beschikbaarheid van natuurlijke hulpbronnen, maatschappelijke ongelijkheid, consumentenvertrouwen, economische groei, globalisering, geopolitiek en beleid of reglementering medebepalend zijn voor de situatie van de Europese landbouw in 2040. Meteen vinden we deze aanjagers ook grotendeels terug bij de 25 megatrends die werden onderscheiden. Megatrends zijn wereldwijde trends die niet zomaar te stoppen zijn.

Onthoud als megatrends naast groeiende ongelijkheid, klimaat- en milieuverloedering, toenemende migratie, groeiend consumentisme, toenemende invloed van het Oosten (China, India, Indonesië) en het Zuiden (Afrika), gewijzigde werkomstandigheden, diversificatie in opvoeding en de manier van leren, ook de zeer diverse (lees: bijna individuele) uitdagingen inzake gezondheid, cybersecurity en toenemende invloed van nieuwe vormen van bestuur – denk aan burgerdemocratie.

Twaalf boerenprofielen

De ‘multifunctionele boer’ past zich aan alle nieuwe situaties aan. Als omgang met milieu is voor agro-ecologie gekozen. Het bedrijf is veerkrachtig en heeft de mogelijkheid om telkens nieuwe niches aan te boren. Steeds willen/moeten veranderen gaat ten koste van enige stabiliteit. Agro-ecologie is een ecologische benadering om aan landbouw te doen, waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van natuurlijke hulpbronnen en diensten zonder die te beschadigen. Naast ecologische aspecten worden ook sociale aspecten in het landbouwsysteem meegenomen. Agro-ecologie wordt in 2040 in de Europese landbouw eerder de regel, niet langer de uitzondering.

De ‘corporate boer’ is een hoogtechnologische branch operations manager in dienst van de voedingsindustrie of de retailsector. Hij produceert biologische producten of private label op een efficiënte manier en aan een lage kostprijs.

De ‘intensieve boer’ is zeer efficiënt en gebruikt de nieuwste technologie. Precisielandbouw is zijn ding. Hij is kostenbewust en produceert hoge kwaliteit voor de wereldmarkt.

De ‘erfgoedboer’ is traditioneel en conservatief. Zijn bedrijf heeft problemen met verandering of toepassing van nieuwe technologieën. Dat kan een gevolg zijn van de omgeving. Het bedrijf rekent op subsidies en/of een inkomen van buiten de landbouw. Behoud van het erfgoed is belangrijk, ook voor de volgende generatie.

De ‘boer in een gecontroleerde omgeving’ doet aan verticale landbouw (zonder grond). Het bedrijf heeft een volledige gesloten kringloop, werkt lokaal en kan soepel inspelen op de vraag van de consument. Maar de concurrentie in de stad is groot.

De ‘celboer’ kweekt cellen voor nieuwe voedingsmiddelen (novel food). Het is een hoogbiotechnologisch bedrijf. Denk aan meristeemcultuur in de sierteelt, maar dan voor voedingsdoeleinden. Het bedrijf produceert algen, kweekvlees en andere basisproducten voor voedingsingrediënten. Er is geen impact op het milieu.

De ‘zorgboer’ levert naast voedsel sociale zorgdiensten. De milieubenadering is agro-ecologisch. Contact met de natuur en handenarbeid zijn belangrijk, vandaar dat het bedrijf laagtechnologisch is. Het bedrijf is weliswaar afhankelijk van budgetten in de zorgsector.

De ‘lifestyleboer’ komt vanuit de stad naar het platteland om anders te gaan leven. De nadruk ligt op levenskwaliteit. Die is belangrijker dan de inkomsten. Het bedrijf wordt meestal deeltijds gerund. Er wordt biologisch geproduceerd en er is agro-forestry. Oude hoeves worden opgewaardeerd.

De boer die aan ‘herstellende landbouw’ doet, is sterk ecologisch en sociaal gemotiveerd. Er wordt maximaal ingezet op ecosysteemdiensten op een zeer holistische wijze.

De ‘stadsboer’ doet aan stadslandbouw. De nadruk ligt op de omgeving. Productie gebeurt op kleine percelen en op daken. Het stadsmilieu wordt verrijkt. De productie is biologisch en volgens de principes van permacultuur.

Voor de ‘serieuze hobbyboer’ is landbouw eerder een passie en vrijetijdsbesteding dan een inkomen. De waarde ligt in de activiteit en niet in de opbrengst. De milieubenadering is agro-ecologisch. Er is competitie met de beroepslandbouwers om de grond.

Tot slot is er de ‘gemeenschapsboer’, onder meer beter bekend als de CSA-boerderij (Community Supported Agriculture). Dit zijn kleine boerderijen (permacultuur) die een beroep doen op kleine maar hechte netwerken van burgers of consumenten, zowel in de stad als op het platteland. Voeding en voedselproductie wordt als beleving gezien. Het zijn exclusieve netwerken die buiten de formele economie opereren.

Wat als?

Deze diversiteit van boeren en bedrijven in 2040 roept vragen op die het JRC niet beantwoordt, maar voorlegt aan Europese beleidsmakers en stakeholders. Hoe kan je een samenhangend beleid verzekeren voor een dermate diverse landbouw? Hoe kan je verzekeren dat iedereen toch in dezelfde richting marcheert van meer duurzaamheid en klimaatneutraliteit, kortom van een meer ‘gezonde planeet’? Hoe kunnen deze zeer diverse bedrijven allen tot meer robuustheid transformeren? Zij zijn immers blootgesteld aan stijgende risico’s en crisissituaties. Hoe zullen boeren in deze verschillende modellen een effectieve band met hun consumenten smeden? Want zowel productie (boer) als consumptie (consument) spelen een rol bij de transitie naar meer duurzaamheid. Steeds meer actoren gaan zich met voedselsystemen bezighouden. Meteen stelt zich dan de vraag naar de definitie van ‘boer’. Wie zal nog van het GLB kunnen genieten? Tot slot, wat zal in 2040 nog de onderlinge afhankelijkheid zijn tussen boer en platteland? Zal er nog een noodzakelijk verband zijn tussen beide of niet? De vragen liggen op tafel.

Commentaarstuk door Nele Lauwers, Consulent Nieuwe verdienmodellen 

De ontwikkeling van een nieuw verdienmodel en dus van diversiteit in de landbouw is maatwerk. Ondernemers hebben nood aan een klankbord dat inspiratie levert en waar vragen, ook de moeilijkste, kunnen worden gesteld en beantwoord. Op basis daarvan moeten keuzes worden gemaakt. De uitvoerder van de keuze – doorgaans de boer(in)-ondernemer – staat hierbij centraal. Hij/zij moet weten waar zijn/haar interesses en vaardigheden liggen. Kan hij/zij die keuze aan? Soms moeten vaardigheden die cruciaal zijn voor een welbepaalde keuze bijgespijkerd worden. Er kunnen opleidingen worden gevolgd. Er kan een beroep worden gedaan op derden of op een of andere manier worden samengewerkt. Dat zijn slechts enkele van de mogelijkheden.

Een van de grootste uitdagingen van nieuwe verdienmodellen is de vermarkting van diensten die moeilijk vermarktbaar zijn. De maatschappij verwacht immers (te) veel van landbouwers, terwijl de markt daar te weinig tegenover stelt. Er is dan ook een bijzondere nood aan een overheidsbeleid op alle niveaus dat diversiteit van ondernemers kadert en ondersteunt.

Meer informatie