Er bestaat geen algemeen aanvaarde definitie van dierenwelzijn, maar zowel de melkveehouder als de maatschappij erkent het belang van dierenwelzijn. Hiervoor moeten de dieren kunnen genieten van vijf vrijheden:

  • vrij zijn van honger en dorst
  • vrij zijn van ongemakken
  • vrij zijn van pijn, kwetsuren en ziektes
  • vrij zijn om natuurlijk gedrag te vertonen
  • vrij zijn van angst en stress

Door de zorg voor het dierenwelzijn kunnen de technische en economische resultaten van de koeien verbeteren. De goede gezondheidstoestand en het welzijn van de dieren zijn rechtstreeks gekoppeld aan de omstandigheden waarin de dieren gehuisvest zijn. De beschikbare ruimte, de properheid van de ligplaatsen en de goede verluchting van de stallen staan garant voor een goede hygiëne van dieren en melkproductie. Elke koe moet over voldoende bewegingsvrijheid beschikken om moeiteloos op te opstaan, te liggen en zich moeiteloos te bewegen. Een goede afstelling van de ligboxen en een aangepast ligbed zijn bepalend voor het koecomfort. De ventilatie van de melkveestal is voldoende om luchtverversing te verzekeren zonder tocht. Een overdreven concentratie van gassen (methaan, koolzuur, ammoniak …) kan schadelijk zijn voor de gezondheid van de koeien of van de melkveehouder. Een te hoge vochtigheid bevordert de ontwikkeling van ziektekiemen en beschadigt de gebouwen. Het is dus belangrijk dat de stal goed verlucht wordt, zowel om schadelijke gassen en vocht af te voeren als om de temperatuur in de stal te beperken. Vanuit het gezichtspunt van de consument en de maatschappij is melkproductie verbonden met grazende koeien in de wei. Weidegang is in de Belgische melkveehouderij de gangbare praktijk. Dat sluit evenwel niet uit dat op basis van bedrijfseconomische parameters melkveehouders een andere keuze maken.

Mogelijke initiatieven

1. De melkkoeien zijn gehuisvest in een vrije loopstal met voldoende licht, lucht (tochtvrij), ruimte en diercomfort. Het melkvee, inclusief droogstand, kan beschikken over minimaal 40 m³ (inclusief voer- en werkpaden, en wachtruimte indien toegankelijk buiten de melktijden). De melkveehouder kan dat aantonen via constructietekeningen.

2. Vachtverzorging. Er is minimaal één koeborstel aanwezig per groep productieve melkkoeien en/of de melkkoeien worden in het najaar geschoren.

3. De koeien kunnen rusten op een voldoende ruime, hygiënische en comfortabele ondergrond. In het ligbed zijn aangepaste materialen aanwezig:

  • een blijvend elastisch ligbed,
  • een diepstrooiselbox met zaagsel, stro, zand of gescheiden mest …,
  • een ingestrooide stal. Dit uit zich in het beperkt (<15%) voorkomen van dikke hakken

4. De melkveehouder zet in op de langleefbaarheid van de melkkoeien. De gemiddelde leeftijd van de koeien bij de slacht is groter dan 2.190 dagen (= 6 jaar) (MPR-rapport, Sanitel, bedrijfsboekhouding) of het vervangingspercentage (de verhouding tussen het aantal voor de slacht afgevoerde dieren+ het aantal gestorven dieren, ten opzichte van het gemiddelde aantal aanwezige melkkoeien) is lager dan 30%.