Dierengezondheid: gezonde dieren, winst voor iedereen

15 oktober 2013

Melkkoeien zijn het belangrijkste productiemiddel op een melkveebedrijf. De gezondheid van de dieren staat dan ook centraal en heeft een directe invloed op de melkkwaliteit en – in het geval van zoönosen – de voedselveiligheid. Gezond melkvee is bovendien uitermate belangrijk voor de economische leefbaarheid van een exploitatie.

Voldoende aandacht voor een goede uiergezondheid van het melkvee en een duurzame zorg voor de dierengezondheid zijn gebaseerd op een goed evenwicht tussen preventie en deskundige behandeling van aandoeningen. De beste manier om het antibioticumgebruik te verminderen is ervoor te zorgen dat de dieren niet ziek worden. Hygiënemaatregelen gericht op preventie en een goed inzicht in de gezondheidsstatus van de veestapel kunnen voorkomen dat men te snel naar antibiotica grijpt. Een intensieve samenwerking met de bedrijfsbegeleidende dierenarts is hiervoor aangewezen. Voor de melkveehouder levert een gezonde veestapel bijkomend een dagelijkse arbeidsbesparing op.

Mogelijke initiatieven

  1. De melkveehouder sluit een contract af met een vaste bedrijfsbegeleidende dierenarts.
  2. De melkveehouder past op gestructureerde wijze individuele celgetalbepaling toe als monitoringtool voor de uiergezondheid van zijn melkveebeslag – MPR, celgetalmeting op melkrobot, op eigen initiatief aan de hand van analyses van MCC.
  3. Goed hygiënemanagement heeft geleid tot een goede uiergezondheid. Via een gestructureerde toepassing van individuele celgetalbepaling heeft de melkveehouder zicht op de individuele dieren. Over de laatste 12 maanden zijn er gemiddeld minder dan 15% attentiekoeien (een attentiekoe is een dier dat bij de laatste 3 metingen een geometrisch gemiddeld celgetal heeft van boven 250.000 voor koeien en 150.000 voor vaarzen). (cfr. MPR-rapport).
  4. De melkveehouder zet in op verantwoord antibioticumgebruik. Samen met de bedrijfsdierenarts wordt een jaarlijks te herzien en geargumenteerd plan van aanpak opgesteld, gebaseerd op bacteriologisch onderzoek en antibiogrammen en andere indicatoren. In dit plan wordt een inventaris gemaakt van te behandelen problemen, gebaseerd op de sanitaire situatie van het bedrijf (cfr. Modelplan AMCRA).
  5.  Een correct functionerende en goed afgeregelde melkinstallatie is belangrijk voor de dierengezondheid. De melkveehouder beschikt over een meet- en adviesrapport (MAR), dat gebaseerd is op een dynamische melkmachinemeting die niet ouder is dan 3 jaar.
  6. Para-tbc veroorzaakt economische schade aan een bedrijf door een verminderde melkgift, een vervroegde afvoer en een lagere slachtwaarde. De ziekte beperkt de inzetbaarheid van de geproduceerde melk. De melkveehouder participeert actief aan het para-tbc-programma van het Sanitair Fonds en voert serologische screenings uit op alle lacterende dieren. De positieve dieren worden opgeruimd volgens de gestelde termijnen. De melkveehouder kent zijn para-tbc-opvolgingsniveau, dat DGZ toekende (opvolgingsniveau A of B).
  7. Het bedrijf participeert actief aan de bovenwettelijke bestrijding van dierziekten (BVD, neospora, salmonella, parasieten, mycoplasma …) en kan dat aantonen via analyserapporten van DGZ of erkende laboratoria, of via vaccinatiebewijzen (bv. facturen van de dierenarts).
  8. De aankoop van dieren gebeurt volgens het aankoopprotocol (BVD, neospora, para-tbc, IBR), uitgevoerd door DGZ. Is er geen externe aankoop van volwassen dieren voor de melkveehouderij, dan mogen er op de lijst van aangekochte dieren van Veeportaal geen dieren voorkomen die ouder zijn dan 6 maanden bij aankoop.
  9.  Als preventieve maatregel tegen de overdracht van ziekten, draagt de melker bij elke melkbeurt melkhandschoenen. De melkveehouder kan dit staven via aankoopbewijzenen heeft melkhandschoenen in voorraad.