Menu

De waarde van je bedrijf zit onder de grond

Terug naar Actualiteit
Sector: 
In Boer&Tuinder brengen we deze week een dossier over Rusland. Sinds het instorten van de Sovjet-Unie is het land volop zijn economie aan het ontwikkelen en de landbouwsector speelt daar een grote rol in. Graszadenfabrikant Barenbrug nodigde bodemexpert Nick van Eekeren uit in Rusland. Hij liet zijn licht schijnen op wat er zich onder de grond afspeelt – iets waar we doorgaans nog te weinig aandacht voor hebben.

Nele Kempeneers

De black soil region rond Voronezh, Belgorod, Kursk, Lipetsk, Tambov en Krasnodar staat bekend om haar vruchtbare, gitzwarte bodem. Die kleur is wel niet per definitie een indicator van de vruchtbaarheid van de bodem, maar is veeleer een indicatie dat dit vroeger een bosrijke omgeving was. De grond was er vroeger zeer vruchtbaar, maar de bodemkwaliteit is aan het dalen, voornamelijk door een gebrek aan wetgeving die de bodem beschermt, een slecht bodembeheer en een ondermaatse monitoring van de bodemkwaliteit. Hetzelfde geldt voor het milieu in Rusland. Het gebrek aan voldoende wetgeving en gepaste sancties leidt tot problemen met afvalstortplaatsen, lozing van vervuilde stoffen in oppervlaktewater en klimaatverandering. Wanneer we aan Russische (landbouw)ondernemers vroegen wat ze verstonden onder duurzaamheid, kregen we vaak het veelzeggende antwoord: “Een toereikend en stabiel inkomen voor deze generatie en de volgende generaties.”

Streven naar een levende bodem

Nick van Eekeren is bodemexpert bij het Louis Bolk Instituut in Nederland. Hij begon zijn presentatie met een vergelijking om het belang van het bodemleven uit te leggen. “Voor elke hectare grasland rekenen we op twee à drie koeien die erop grazen, maar onder de grond moet je voor de massa van het bodemleven rekenen op het equivalent van vijf koeien.” Met dat bodemleven bedoelt Nick het geheel van organismen die in de bodem leven, of waarvan we in elk geval zouden willen dat ze daar leefden. Dat zijn bacteriën, nematoden, schimmels, aardwormen, micro-organismen … De plant, zijn wortels en het bodemleven maken deel uit van een zelfwerkend kringloopsysteem dat elkaar nodig heeft om optimale resultaten te behalen. “Een levende bodem, die zichzelf reguleert met een minimum aan input, moet het doel zijn.”

De ene worm is de andere niet

Zo’n 15% van het bodemleven bestaat uit aardwormen, in te delen volgens de diepte waarop ze leven. De eerste groep kennen we het best: de roze regenworm, die in de eerste centimeters onder het oppervlak leeft en het meest in contact komt met zonlicht. Maar de wormen die we echt willen, zijn degene die leven tot op een diepte van 20 cm tot zelfs 3 meter. Deze wormen zijn grauwer van kleur, bewegen trager, leven langer en planten zich minder snel voort. Ze zijn moeilijker aan te trekken, maar in de bodem zijn ze van onschatbare waarde voor een stabiel bodemmanagement. De gangen die deze dieren graven, zorgen voor een goede infiltratie van water en voorkomen het dichtslibben van de bodem.

De ploeg aan de kant?

Maar hoe krijg je een goede bodemkwaliteit? Niet-kerende grondbewerking kan een deel van de oplossing zijn, maar Nick is voorzichtig. “Wie niet-kerend begint te werken, verwacht dat het bodemleven het ploegen voor zijn rekening neemt. Dat kan ook, maar dan moet je al in een toestand met een zeer rijk bodemleven zitten. In veel akkerbouwpercelen is dat niet zo. Daar duurt het jaren voor het bodemleven op een goed niveau zit.” Nick verwijst naar onderzoeken die aantonen dat de bodemstructuur en -kwaliteit over het algemeen beter scoren bij blijvend en tijdelijk grasland dan bij akkerbouwpercelen. Akkerbouwers die de bodemkwaliteit willen verbeteren, raadt hij aan om goed na te denken over hun teeltrotatie en te kiezen voor teelten met een sterke wortelvorming.

Betere bodem, beter ruwvoeder

Aangezien de productie van de dierlijke zowel als de plantaardige sectoren in Rusland hoge toppen scheert, is aandacht voor de bodemkwaliteit meer dan ooit aan de orde. Zonder een stijging in de kwaliteit van het ruwvoeder zal de melkveesector tegen zijn limieten botsen. Er is nog heel wat vooruitgang te boeken in pensgezondheid en langleefbaarheid van de melkkoeien. Hoewel het gemiddelde aantal liters per koe in de moderne bedrijven vergelijkbaar is met de resultaten in het Westen, ligt het proteïnepercentage er nog te laag. Betere rantsoenen met hoogwaardig en voldoende ruwvoeder kunnen de sleutel zijn tot succes en daarvoor kijken we eerst naar de bodem.

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Sector: