Menu

Terug naar Actualiteit >De vennootschapsbijdrage in 2017

Alle regio's
Alle sectoren

Vennootschappen die onderworpen zijn aan de Belgische vennootschapsbelasting of aan de belasting van niet-verblijfhouders, moeten zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en een jaarbijdrage betalen. Burgerlijke vennootschappen betalen deze bijdrage niet, tenzij ze de vorm aannemen van een handelsvennootschap.

Een landbouwvennootschap is standaard niet onderworpen aan de vennootschapsbelasting. Alleen als ze minstens drie vennoten heeft en een kapitaal van minstens 30.950 euro, kan ze opteren voor de vennootschapsbelasting. Als gevolg van die keuze moet ze zich wel aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en de jaarbijdrage betalen.

Hoe groot is de bijdrage?

De jaarlijkse bijdrage bedraagt 347,50 euro (wanneer het balanstotaal van het voorlaatste afgesloten boekjaar lager ligt dan 667.529,12 euro) of 868 euro (wanneer het balanstotaal boven dit bedrag ligt). Het balanstotaal is gelijk aan de totale boekwaarde van de activa van de vennootschap, zoals blijkt uit de balans neergelegd bij de Nationale Bank van België.

Wanneer moet je betaald hebben?

Vennootschappen moeten hun jaarbijdrage betalen vóór 1 juli. Concreet betekent dit dat de betaling ten laatste op 30 juni op de rekening van het sociaal verzekeringsfonds geboekt moet zijn. Vennootschappen die opgericht werden na 31 maart, hoeven hun bijdrage pas te betalen op het einde van de derde maand na de neerlegging van de oprichtingsakte. Op het bedrag dat niet tijdig betaald is, wordt een verhoging aangerekend van 1 % per maand.

De werkende vennoten, bestuurders of zaakvoerders van de vennootschap zijn samen met de vennootschap hoofdelijk gehouden tot betaling van de vennootschapsbijdrage, de verhogingen en de kosten. Zij kunnen dus aangesproken worden voor een onbetaalde jaarbijdrage.

Vrijstelling

Onder bepaalde voorwaarden kan een vennootschap vrijgesteld worden van de bijdrage

Vrijstelling voor startende vennootschappen. Startende vennootschappen krijgen drie jaar lang een vrijstelling van de vennootschapsbijdrage onder de volgende voorwaarden.

  • Het gaat om een personenvennootschap. Kapitaalsvennootschappen (nv’s en cvoa’s) komen niet in aanmerking.
  • De vennootschap is in de Kruispuntbank voor Ondernemingen (KBO) ingeschreven als commerciële onderneming of ambachtsonderneming.
  • In de tien jaar vóór de oprichting waren de zaakvoerders of bestuurders maximaal drie jaar zelfstandigen. Deze voorwaarde geldt ook voor de meerderheid van de werkende vennoten die geen zaakvoerder of bestuurder zijn.

De vrijstelling is mogelijk voor de eerste drie jaar vanaf de oprichting van de vennootschap en ze wordt voor elk van de drie startjaren afzonderlijk beoordeeld.

Een definitieve vrijstelling voor vennootschappen in moeilijkheden 

Wanneer een vennootschap in faling, in gerechtelijke reorganisatie of in vereffening is, is de vennootschapsbijdrage niet meer verschuldigd. Deze vrijstelling geldt vanaf het bijdragejaar waarin de vennootschap zich in deze situatie bevindt. Betaalde bijdragen worden wel niet terugbetaald.