Menu

De impact van precisielandbouw op residucontroles

Terug naar Actualiteit
Sector: 
De jaarlijkse studienamiddag van residu-analyselaboratorium Primoris stond in het teken van precisielandbouw. Verrassend was dat het perceel heterogener wordt door plaatsspecifiek te behandelen. Dat zal het staalnameplan beïnvloeden.

Lien Tyvaert (tuinbouwconsulent) en Patrick Dieleman

Directeur Lies Vanhee van Primoris ging in haar verwelkoming in op de verkeerde berichtgeving rond voeding die geregeld opduikt. “Primoris wil houvast bieden door kennis hierover te vertolken.”

De techniek

Bruno Gobin, directeur van PCS, PCG en PCA, herinnerde eraan dat precisielandbouw ervoor zorgt dat de juiste behandeling in de juiste dosis op het juiste moment op de juiste plaats gebeurt. De weg daarnaartoe verloopt via de ontwikkeling van selectieve middelen met hoge efficiëntie, verfijnde detectietechnieken en technologie voor lokale toepassing. Soms moet men meerdere specifieke middelen inzetten om een breedwerkend middel te vervangen, waardoor het aantal residu’s verhoogt. In die zin is er een tegenstrijdigheid tussen specificiteit en minimaal residu. Gobin bracht voorbeelden uit diverse sectoren. De mogelijkheden voor variabele bemesting en gewasbescherming nemen enorm toe met de evolutie van de technologie. Een verhaal apart is het in beeld brengen van variaties in de bodem en het gewas. Hij besloot dat variabele gewasbescherming sowieso de hoeveelheid actieve stof die ingezet wordt per ha zal verlagen. In verband met residubeperkingen ziet hij dit alleen mogelijk mits ook variabel geoogst wordt, wat niet voor alle teelten mogelijk is.

Koen Mertens van ILVO ziet de nauwkeurigheid van precisielandbouw evolueren van het veld (precisielandbouw 1.0) over een raster van deelperceeltjes (2.0) naar de individuele plant (3.0) en later zelfs een deel van de plant. Hij ging nader in op het in kaart brengen van verschillen met sensoren en multispectrale camera’s. In heel wat onderzoek wordt met drones over het veld gevlogen. Dergelijke beelden zijn ook heel nuttig bij selectie. We zagen een beeld van een veld waarop je de droogteresistentie van planten visueel kon onderscheiden op basis van een warmtebeeld. Heel wat onderzoek is erop gericht om de gebruikte hoeveelheid actieve stof naar beneden te halen door plaatsspecifiek te behandelen. Volgens Mertens zullen robots ingezet moeten worden om precisielandbouw 3.0 te bereiken en dus individuele planten te behandelen. Als uitdagingen ziet hij onder meer dat er voldoende breedbandinternet is om connectiviteit tussen machines en met de informatica op het bedrijf te realiseren, voldoende processing power om alle data van sensoren te kunnen verwerken, de beschikbaarheid van open data en standaardisering die het mogelijk maakt dat apps met elkaar communiceren.

Sabien Pollet van Inagro kwam vertellen over de app die ze samen met PSKW, PCG en UGent ontwikkeld heeft om residu-arm telen in sla, prei en komkommer te ondersteunen. De applicatie brengt in beeld welke middelen je op een bepaald moment van de teelt nog kunt gebruiken om binnen de residulimieten te blijven. Je kunt de app zelf testen door een login aan te vragen via www.residuarmtelen.be .

Het beleid

Patricia De Clercq van het departement Landbouw en Visserij lichtte toe dat gewasbeschermingsmiddelen nog steeds essentieel zijn om voldoende en veilig voedsel te produceren. De beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen komt echter wel onder druk staat. Daarom heeft de Vlaamse overheid onlangs het onderzoek naar innovatieve technieken om ziekten en plagen te bestrijden ondersteund. Voorbeelden daarvan zijn het onderzoek rond draadloze sensoren voor teeltopvolging en optimalisatie van de teeltomstandigheden, automatische monitoring van schadelijke insecten en de uv C-robot tegen schimmelinfecties. Daarnaast wordt gefocust op een versnelde invoering van innovaties. Via demonstratieprojecten worden de effecten van innovaties aan de Vlaamse land- en tuinbouwer voorgesteld.

Residucontrole

Doordat we met sensoren en spectrale technieken zieke planten kunnen onderscheiden van gezonde planten, wordt het mogelijk om alleen daar waar nodig corrigerende middelen in te zetten. De eerste prototypes worden al getest. Doordat deze vorm van precisielandbouw leidt tot een zeer plaatselijke dosering, kan het residu bij stalen van eenzelfde veld verschillend zijn. Hans Braeckman van Primoris rekende voor dat de variabiliteit enorm verhoogt wanneer het verschil tussen de planten op een perceel groter wordt. En dat heeft dus effect op de betrouwbaarheid van het analyseresultaat. Bij dezelfde bemonsteringstechniek kan het analyseresultaat enorm verschillen wanneer een deel van het staal al dan niet behandeld werd. Hij wees op het feit dat een staalnameplan nog belangrijker zal worden. Daarnaast kaartte hij de problematiek aan van biostimulantia en natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen waarvan de samenstelling niet altijd bekend is. De voedselveiligheid van natuurlijke producten is niet noodzakelijk beter.

Nadien bracht Walter Van Ormelingen van het FAVV de nieuwste resultaten van de monitoring van gewasbeschermingsmiddelen in dierlijke en plantaardige producten.

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Sector: