Menu

De blauwe planeet waarop wij leven

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Regio: 
Landbouw vervult een belangrijke rol in het bereiken van de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN.

Zoals koning Filip het in zijn kerstboodschap gevraagd heeft, drukken we even op de pauzeknop bij het begin van dit nieuwe jaar. ‘Moeder, waarom leven wij?’ De aarde waarop wij leven bestaat 4,6 miljard jaar. Pas 50 jaar geleden kreeg ze de bijnaam ‘blauwe planeet’, naar aanleiding van de eerste kleurenfoto’s van de aarde op grote afstand en de uitroep van verraste astronauten die verwonderd waren om zoveel schoonheid, maar ook zoveel broosheid en zoveel beperkingen.

Wij delen de aarde met velen. De menselijke bevolking en haar gemiddelde welvaart groeien gestaag, maar er is al meermaals geopperd dat er grenzen zijn aan die groei. Er is immers geen ‘plan B’, laat staan een ‘planeet B’. De aarde raakt letterlijk en figuurlijk verhit. Er is letterlijk en figuurlijk afkoeling nodig.

Wereldproblemen vragen om wereldwijde oplossingen. Complexe problemen vragen om complexe oplossingen. Dat belet ons niet om te beginnen bij onszelf. De Daila Lama zou gezegd hebben dat elk probleem opgelost kan worden, zo niet is het geen probleem maar een ‘gegeven’. Aan de regen kan je bijvoorbeeld niets doen en je moet je erbij neerleggen, maar aan de gevolgen van de regen kan je wel iets doen.

Terug naar de pauzeknop van koning Filip. Hij zei: “Het leven is een weg die je niet alleen aflegt, maar samen. Niet tegen elkaar, maar met elkaar. Ongelijkheid, armoede, onverdraagzaamheid en klimaatverandering zijn maatschappelijke problemen, die allesomvattende oplossingen vragen. Hiervoor hebben we elkaar nodig en we moeten naar elkaar luisteren.” Dat is zo in België, waar koning Filip regeert, maar dat is op wereldvlak niet anders. De jongste tijd twijfelen sommigen eraan, maar de internationale instellingen hebben wel degelijk nut. Ze brengen iedereen rond de tafel, luisteren naar iedereen en zetten iedereen vervolgens onder sociale druk om de problemen op te lossen, ook al is de besluitvorming niet steeds juridisch afdwingbaar. In het Klimaatakkoord van Parijs (2015) beloven de 195 landen die het akkoord ondertekend hebben dat ze de klimaatopwarming zullen beperken tot maximaal 2° Celsius hoger dan in het pre-industrieel tijdperk. Het akkoord is bindend, maar niet afdwingbaar. Voor sommigen is dat een reden om niet in zulke akkoorden te geloven, en toch zetten ze aan tot handelen. Een andere belangrijke internationale overeenkomst is de ‘Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling’. Ontwikkeling wijst erop dat duurzaamheid een dynamisch begrip is, voortdurend in beweging. Ontwikkeling is nooit af.

Het Klimaatakkoord van Parijs en de Duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) worden meegenomen in beleidsplannen, van overheden zowel als bedrijven, van hoog tot laag. Denk aan het GLB na 2020, gemeentelijke beleidsplannen, Vizier 2030 van de Vlaamse regering (een doelstellingenkader voor Vlaanderen in 2030) en de Visie 2050 (een langetermijnstrategie voor Vlaanderen). Niet iedereen is vertrouwd met zulke langetermijnvisies, zeker de landbouwsector niet.

Duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen

In 2015 hebben 193 lidstaten van de Verenigde Naties (VN) zich geschaard achter 17 Duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals – SDG’s). Elk van deze doelstellingen bevat een tiental subdoelstellingen, die tegen 2030 gerealiseerd moeten worden. Sinds 1972 houdt de Verenigde Naties zich met het leefmilieu bezig, dat is dus niet nieuw. Maar duurzame ontwikkeling is meer dan leefmilieu. De Agenda 2030 is trouwens de opvolger van de Millenniumdoelstellingen, waarvan sommige wel, andere dan weer niet helemaal gehaald zijn. De basisprincipes van de Agenda 2030 zijn universaliteit, niemand achterlaten, verbondenheid en ondeelbaarheid, inclusiviteit en partnerschap. ‘Universeel’ wil zeggen dat de doelstellingen toegepast moeten worden in alle landen, in alle omstandigheden en te allen tijde. In het Klimaatakkoord krijgen niet alle landen dezelfde lasten opgelegd. ‘Niemand achterlaten’ wil zeggen dat de doelstellingen iedereen ten goede moeten komen. ‘Verbondenheid en ondeelbaarheid’ verwijzen naar het feit dat het hier niet om een keuzemenu gaat, want de 17 doelstellingen zijn verweven met elkaar. Ze houden onderling met elkaar verband. Inclusief betekent dat iedereen moet bijdragen tot het verwezenlijken van de Agenda, van hoog tot laag. Tot slot roept de resolutie de belanghebbenden op om partnerschappen aan te gaan om zo kennis, expertise, technologie en financiële middelen te delen. Met andere woorden om de problemen gezamenlijk en allesomvattend op te lossen. Het is precies wat we van onze koning ook gehoord hebben. Wat zit er voor jou in?

Landbouw en voedingssector

Wie de 17 duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties met hun subdoelstellingen overloopt, vindt voor elk wat wils. Zelfs zonder in de details van de subdoelstellingen te verzeilen, kreeg de landbouw- en voedingssector tegen 2030 een zware opdracht. Maar niet alleen de landbouw- en voedingssector, want voor alle sectoren, overheden, bedrijven, zelfs individuen liggen er opdrachten. De meesten van hen maken deel uit van het probleem zowel als van de oplossing. Velen zijn tegelijk ook slachtoffer en hebben belang bij het bereiken van de doelstelling. Opgelet, de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen hebben heus niet alleen te maken met de situatie in ontwikkelingslanden. Ook in Vlaanderen komt armoede voor. Grote steden kampen met voedselwoestijnen, ook wij zijn gebaat met vrede, justitie en sterke publieke diensten. Denk aan de problemen die koning Filip in zijn kerstboodschap opsomde.

Duurzaamheid is dynamisch en voortdurend in beweging. Ze is nooit af. Vandaar duurzame ‘ontwikkeling’.

Volgens de Europese Commissie vervult de landbouw een belangrijke rol in het bereiken van de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN. In ‘De toekomst van voeding en landbouw’ (GLB na 2020) stelt de Europese Commissie precies dat ze het gemeenschappelijk landbouwbeleid wil vereenvoudigen en moderniseren, om maximaal te kunnen bijdragen aan deze SDG’s. Landbouw is volgens haar intrinsiek verbonden met zowat alle doelstellingen: armoede (1), honger (2), gezondheid en welzijn (3), onderwijs (4), gendergelijkheid (5), schoon water (6), duurzame energie (7), eerlijk werk (8), innovatie (9), ongelijkheid (10), duurzame steden (stadslandbouw) (11), verantwoorde consumptie en productie (12), klimaat (13), water (visserij) (14), levendig platteland, bodem en biodiversiteit (15), sterke publieke diensten (16) en partnerschappen om de doelstellingen te bereiken (coöperaties, PO’s, ketensamenwerking/ketenoverleg, innovatiepartnerschappen) (17).

En Boerenbond?

“De aandacht voor alle aspecten van duurzaamheid zit al verankerd in de missie van Boerenbond”, stelt Saartje Degelin, directeur Belangenbehartiging. Ze verwijst ook naar ‘Inzetten op duurzame groei’, de visienota van Boerenbond uit 2014. Deze nota dateert nog van vóór de SDG’s, maar ze stelde al dat business as usual geen optie is. Veel land- en tuinbouwers zijn van nature bezig met duurzaamheid omdat ze die zien als een kans om de leefbaarheid van hun bedrijf op lange termijn te verhogen, maar ook omdat deze investering bijdraagt aan de maatschappelijke waardering voor de sector. De visienota opende de weg om in overleg met de eigen bestuursleden en de voedingsketen concrete acties en roadmaps uit te werken.

Inmiddels hebben meerdere landbouwsectoren initiatieven ontwikkeld en doelstellingen uitgewerkt om tegemoet te komen aan de internationale SDG’s. Saartje Degelin somt er slechts enkele op, zoals de duurzaamheidsmonitor in de zuivelsector, in uitvoering van de ‘Dairy Declaration of Rotterdam’, waarin de zuivelsector internationaal het voortouw nam voor het realiseren van de SDG’s in eigen middens. Een ander voorbeeld is ‘Responsibly fresh’ in de groente- en fruitsector, een sterk voorbeeld van gezamenlijk maatschappelijk verantwoord ondernemen en maatschappelijke betrokkenheid. Maar de weg is nog lang. Daar is Saartje Degelin als hoofd van de Studiedienst van Boerenbond zich van bewust. “De moeilijke marktsituatie in een aantal sectoren maakt dat het vandaag niet eenvoudig is om als bedrijfsleider bijkomende investeringen te doen op het vlak van duurzaamheid die niet dadelijk resulteren in een betere prijs of betere opbrengst. Toch is het belangrijk om als sector stappen vooruit te blijven zetten. Boerenbond blijft hierover in dialoog met alle betrokken partijen.”

>> Raadpleeg hier de volledige resolutie over de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, met doelstellingen en subdoelstellingen.

Duurzame groei

De SDG’s vragen van de landbouw voldoende kwalitatief hoogstaand voedsel, duurzaam geproduceerd, rekening houdend met meerdere omgevingsfactoren. In antwoord op Vizier 2030 van de Vlaamse regering, waarin de SDG’s naar Vlaanderen vertaald worden, wees de SALV op enkele tekortkomingen. Vooreerst stelt de SALV ook dat een gedegen landbouwinkomen een voorwaarde is voor een duurzame voedselproductie. Daarnaast moet de hele agrovoedingsketen betrokken worden en mag het duurzaamheidsaspect niet verengd worden tot de voedselproductie. De raad vraagt specifiek aandacht voor maatregelen inzake bodemkwaliteit, bodemleven, het organischestofgehalte en het behoud van voldoende open ruimte en landbouwareaal. Om de bovenstaande problemen op te lossen, zal een goede afstemming met lopende beleidsprocessen, zoals het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV), essentieel zijn.

Saartje Degelin (directeur Belangenbehartiging Boerenbond)

Deel deze pagina: