Menu

Corona, een jaar later

Terug naar Actualiteit
De coronacrisis houdt nu al een jaar lang het maatschappelijk leven in zijn greep. De geleidelijke vaccinatie biedt perspectief. Maar het beperken van onze contacten en de derde lockdown wegen op de bevolking en op onze bedrijven. Precies een jaar na de eerste lockdown organiseerde Boerenbond opnieuw een enquête onder zijn leden om de economische impact van de pandemie in te schatten.

Bert Meulemans, coördinator Maatschappelijke werking, Landelijke Gilden

De corona-enquête van de Nationale Bank toont hoe de omzet van de Belgische ondernemingen slechts traag verbetert (nog steeds een omzetverlies van 9%). De vooruitzichten blijven somber met ook voor 2021 en 2022 omzetverlies. Binnen de land- en tuinbouwsector is het omzetverlies nóg groter dan in de totale economie. Maar er is hoop, zeker naar volgend jaar.

In dit artikel presenteren we de cijfers voor onze sector en vergelijken deze met de cijfers voor heel België. We kijken hoe de land- en tuinbouwers het afgelopen jaar doorkwamen en blikken met hen vooruit naar de toekomst.

Afzet en stijgende kosten zetten omzet verder onder druk

Momenteel ramen onze land- en tuinbouwers het omzetverlies door de coronacrisis op 17,5%. Dat is duidelijk hoger dan in de totale economie (9%). Bij het begin van de crisis (april vorig jaar) bleef de land- en tuinbouwsector nog relatief gespaard en was de impact kleiner dan in de totale economie. Vooral de sierteelt- en aardappelsector werden toen zeer zwaar getroffen. Maar terwijl de economie in mei stabiliseerde, zakte de land- en tuinbouw verder weg. In de loop van 2020 herstelde onze sector ook iets trager.

De toekomst zien de land- en tuinbouwers duidelijk met meer vertrouwen tegemoet. Voor dit jaar verwachten zij een vergelijkbare omzet als zonder de coronacrisiscoronacrisis, voor volgend jaar een groei van zo’n 4%.

Voor de globale Belgische economie zijn de ondernemers pessimistischer. Voor dit jaar verwachten ze dat de omzet nog 8% zal achterblijven op een economie zonder Covid, en voor volgend jaar 4%.

Figuur 1. Hoe beoordeel je de omzet in vergelijking met wat er zou zijn gebeurd zonder de coronacrisis (gemiddelde)?

De reden voor de omzetdaling vinden we zowel aan de kostenkant, als aan de kant van de opbrengsten. De belangrijkste redenen voor onze sector zijn de lage afzetprijzen in combinatie met een moeilijkere afzet en een lage consumentenvraag (aangehaald door respectievelijk 60%, 35% en 15% van de bedrijven). Een tweede belangrijke redenen betreft de stijgende grondstoffenprijzen. Niet minder dan de helft van de bedrijven wijst de stijging als (mede)oorzaak van de tanende omzet.

Onder het gemiddelde omzetverlies van 17,5% gaan grote verschillen schuil. Het aantal bedrijven met een zwaar omzetverlies (minstens een halvering), blijft gelukkig relatief beperkt (ongeveer 7%). In het begin van de crisis, was dat nog 13%. Ongeveer de helft van de bedrijven wordt geconfronteerd met een omzetdaling van 10% tot 50%. Voor 19% was de omzetdaling lager dan 10%. Voor ongeveer evenveel bedrijven bleef de omzet ongeveer hetzelfde. Voor een kleine minderheid (7%) was corona een opportuniteit, zij zagen hun omzet lichtjes stijgen (gemiddeld met 17%).

 

 

 

Liquiditeit verbetert lichtjes, algemene bezorgdheid blijft

Globaal is de liquiditeitspositie van de bedrijven verbeterd door het voorzichtige herstel en door de ondersteuning van de overheid. Momenteel staat bij 30% van de land- en tuinbouwbedrijven de liquiditeit onder druk. Dat is even hoog dan in de totale economie, maar aanzienlijk lager dan een jaar geleden.

Ook het faillissementsrisico en het aandeel bedrijven dat maximaal gedurende drie maanden zijn verplichtingen kan nakomen evolueren gunstig. Bovendien is het risico voor land- en tuinbouw aanzienlijk kleiner dan in de rest van de economie. In april vorig jaar achtte 5% van de bedrijven een faillissement nog waarschijnlijk of zeer waarschijnlijk, nu nog 1,3%. In de totale economie gaat het om 7%. Ook het aandeel bedrijven dat maximaal drie maanden aan zijn lopende financiële verplichtingen (afbetaling schulden, huur, btw, belastingen, RSZ …) kan voldoen daalde significant en halveerde van 23,3% naar 9,5%, in de totale economie 15,6%.

De algemene bezorgdheid over de impact van de coronacrisis blijft echter groot. Vóór de pandemie stond de ‘bezorgdheidsbarometer’ gemiddeld op 3,58. De barometer schoot bij het begin van de crisis de hoogte in en verdubbelde tot gemiddeld 7,56 op 10. Sinds april daalde de bezorgdheid systematisch, maar met 5,93 is ze nog steeds aanzienlijk hoger dan vóór de crisis. Land- en tuinbouwers waren in het begin een tikkeltje bezorgder dan de andere ondernemers, maar de evolutie is zeer gelijklopend.

Gelet op deze algemene onzekerheid schroeft een 40% van de ondernemingen zijn investeringen terug. Voor 2021 worden globaal de investeringen teruggeschroefd met zo’n 16,4% en voor 2022 met 12,0%.

Beschikbaarheid seizoenarbeid blijft prioritair

Ongeveer een op vier bedrijven stelt (buiten de bedrijfsleiders) een of meer mensen tewerk. Dat kan als werknemer of als helper zijn en zowel voltijds als deeltijds. Negen op tien zijn momenteel effectief ‘op de werkvloer’ aan het werk. Dat is aanzienlijk hoger dan in de totale economie, waar slechts 42% op de werkvloer aanwezig is en waar 47% (deels) thuis werkt. Dat telewerk nauwelijks voorkomt in de land- en tuinbouw (amper 3%) is logisch. Opvallend is echter dat ook de tijdelijke werkloosheid erg laag is. Die bedraagt 3%, terwijl de tijdelijke werkloosheid in de hele economie oploopt tot 7%.

Het optimisme over de toekomst zet zich ook door in de tewerkstellingskansen: zo’n 40% van de land- en tuinbouwers verwacht dit jaar een toename van de tewerkstelling op zijn bedrijf, evenveel verwacht een status quo en een kleine 20% verwacht een krimp.

Ongeveer een op vier bedrijven doet een beroep op seizoenarbeiders. Zij kunnen nu vlotter afreizen en langer worden ingezet. Bijkomend kan de binnenlandse arbeidsmarkt worden aangesproken met ‘Help de oogst’ en kunnen tijdelijke werklozen verder aan de slag gaan met gedeeltelijk behoud van hun uitkering. Maar de bezorgdheid bij de groenten- en fruittelers blijft groot; 43% vreest een tekort. Dat is nauwelijks lager dan vorig jaar.

Online- en thuisverkoop in de lift

Ongeveer een op vijf bedrijven verkoopt rechtstreeks aan de consument via thuisverkoop of online. De coronacrisis stimuleerde ook in de land- en tuinbouwsector de onlineverkoop. Het aandeel bedrijven steeg van 6,4% in 2019 naar 8,1% in 2020. Ook de klassieke thuisverkoop zat in de lift en steeg van 17,6% naar 18,8%. Voor volgend jaar zet de stijgende trend zich door. Als de concrete plannen worden uitgerold zal de onlineverkoop stijgen naar 8,7% en de thuisverkoop naar 19,8%.

Door de band genomen realiseren de thuis- en onlineverkopers 30% van hun omzet in de korte keten. Bovendien nam in 2020 voor ruim de helft van de bedrijven het belang ervan toe en ruim een derde tekende een status quo op. Minder dan 10% van de bedrijven zag het belang afnemen of stopte met de online- en/of thuisverkoop. Voor volgend jaar verwachten thuis- en onlineverkopers een verdere toename van de korte keten.

Aansluitend op de korte keten werd eveneens gepeild naar de exportactiviteiten. Een op vier bedrijven heeft de voorbije twee jaar zijn producten geheel of gedeeltelijk buiten België verkocht. Gemiddeld daalde de verkoop buiten België met 16%. Dat is vrij vergelijkbaar met het omzetverlies op de binnenlandse markt (17,5%).

 

Meer informatie