Menu

Convenant enterische emissies, een werk van lange adem

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Het convenant enterische emissies dat in 2019 door verschillende schakels in de keten werd ondertekend, is klaar om in de praktijk te worden omgezet. Het is de bedoeling haalbare maatregelen uit te rollen die de pensemissies van runderen reduceren. Maar waarom is dat belangrijk, en hoe pak je dat op bedrijfsniveau aan?

Nele Kempeneers

In 2015 ondertekenden de lidstaten van de Europese Unie het Akkoord van Parijs. Daarin werd overeengekomen om de klimaatopwarming te beperken tot 2 °C boven het pre-industriële niveau en te streven naar een maximale opwarming van 1,5 °C. Om dat te bereiken, werden er van elke lidstaat individuele inspanningen verwacht. Het Vlaams Energie- en Klimaatplan zegt dat België de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 35% zal reduceren ten opzichte van 2005. Ook landbouw maakt als sector deel uit van dit plan. Onze sector kreeg de doelstelling opgelegd om de broeikasgasuitstoot met 25% te verminderen. Het convenant enterische emissies werd in deze context in het leven geroepen en focust specifiek op de pensemissies die runderen produceren. Deze moeten dankzij dit convenant en de inspanningen van de sector tegenover 2005 met 19% verminderen, wat overeenkomt met een reductie van 27% ten opzichte van 2018. De toegenomen emissies na de afschaffing van het melkquotum moeten namelijk ook worden gereduceerd. Het convenant focust dus enkel op enterische emissies en niet op energetische uitstoot, bodememissies of uitstoot ten gevolge van mestmanagement.

De ene emissie is de andere niet

We hebben het nu dus over broeikasgassen die runderen vooral uitstoten door uit te ademen, de zogenaamde pensgassen. Concreet gaat het dan over methaan (CH4) dat bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Broeikasgassen zoals methaan, maar ook koolstofdioxide (CO2) en lachgas (N2O) komen in de atmosfeer van de aarde en hebben daar het vermogen om warmtestraling te absorberen en geleidelijk in alle richtingen af te geven. Een te veel aan deze gassen in de atmosfeer versterkt het broeikasgaseffect en heeft dus een impact op de opwarming van de aarde. Belangrijk is wel om te begrijpen dat we het hier niet over het stikstofdossier hebben. Ook bij stikstof spreekt men van emissies die deels vanuit de landbouwsector komen, maar deze gassen (NH3 en NOx) zijn vooral een probleem omdat deze stikstof in de lucht komt en daarna kan neerslaan op kwetsbare natuur. Dat kan leiden tot vermesting en verzuring, waardoor bepaalde plantensoorten minder groeikansen krijgen en andere net veel meer.

Pens en dikke darm

De landbouwsector is verantwoordelijk voor ongeveer 9,5% van de totale Vlaamse broeikasgasemissies. 50% daarvan is methaan, 24% is lachgas en 26% is koolstofdioxide. 70% van die broeikasgasemissies zijn enterisch (ontstaan in de spijsvertering van landbouwdieren), de overige 30% komt uit mest en mestopslag. De methaan die een dier uitstoot is eigenlijk een verlies aan energie die wordt opgenomen uit het voeder (zo’n 5 tot 12% van de opgenomen energie uit voeder verlaat het de koe onbenut in de vorm van methaan). In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, verlaat methaan het lichaam vooral via uitgeademde lucht (90%) en niet via winden (10%). Enterische emissies worden immers vooral gevormd in de pens en slechts in zeer beperkte mate in de dikke darm. Omdat het bij landbouw gaat om biologische processen die altijd zullen voorkomen wanneer je werkt met levende materie, kan de broeikasgasuitstoot niet naar nul worden gebracht. Reduceren kan echter wel, onder andere door de maatregelen die in het convenant enterische emissies worden voorgesteld. In andere sectoren die broeikasgas uitstoten, gebeurt dat niet door biologische processen maar voornamelijk door verbranding van fossiele brandstoffen (CO2).

Ketenaanpak

Nu we de context geschetst hebben kunnen we dieper ingaan op wat het convenant enterische emissies nu net voor de sector betekent. Het convenant is een mijlpaal omdat het gedragen wordt door verschillende schakels uit de agro-voedingsketen. Landbouworganisaties (Boerenbond, ABS, BioForum, Groene Kring en CAG), maar ook zuivel- en vleesverwerkende bedrijven (BCZ, Belbeef, CRV, Febev), mengvoederfabrikanten (BFA) en toeleveranciers (Fedagrim) en diverse entiteiten van de Vlaamse overheid hebben zich verenigd om samen naar haalbare maatregelen te zoeken en die te integreren in alle schakels van de keten. De zestien partners tekenden in maart 2019 het convenant in de proefstal voor melkvee van het ILVO. Er werden heel wat werkgroepen opgericht die de verschillende mogelijkheden voor emissiereductie bij melk- en vleesvee in de praktijk moesten aftoetsen en onderzoeken. Het resultaat van dit werk is nu bekend en klaar om uitgerold te worden op de rundveebedrijven die willen deelnemen.

Aan de slag

Rundveehouders kunnen werken aan drie grote groepen van maatregelen. Een eerste en belangrijke insteek is de samenstelling en kwaliteit van het voederrantsoen. Bepaalde grondstoffen of additieven hebben immers een methaan reducerend effect. Ten tweede is er de mogelijkheid om door een aangepast management de veestapel te optimaliseren op het vlak van langleefbaarheid en minder jongvee. Ten laatste is er ook genetica en selectie, waarmee je op langere termijn dieren kan aanhouden die beter scoren op het vlak van voederefficiëntie en lagere methaanuitstoot.

Voederstrategie

Zoals gezegd ontstaat methaan in de spijsvertering en is het een gevolg van onbenutte energie uit het opgenomen diervoeder. Aangepast voeder is dus zeker een interessante piste voor wie de enterische emissies op zijn bedrijf wil reduceren. Zo zijn er rantsoenen met beter afbreekbare vezels en meer zetmeel, waardoor er minder azijn- en boterzuur wordt geproduceerd en de methaanuitstoot vermindert. Ook het gehalte onverzadigde vetzuren heeft een invloed. Zo kan bijvoorbeeld geëxtrudeerd lijnzaad in het rantsoen een positief effect hebben, maar ook andere additieven zoals 3-NOP en nitraten kunnen de penswerking beïnvloeden. Deze voederstrategieën verminderen de methaanuitstoot doordat ze de microbiële populatie in de pens wijzigen of doordat ze het waterstofgas waarmee methaan gevormd wordt in de pens op alternatieve wijze verwijderen (zoals de productie van propionzuur).

Gezondere koeien

De tweede optie is methaanemissie reduceren door het aantal dieren dat je aanhoudt te optimaliseren. Een koe die je niet aanhoudt, produceert uiteraard ook geen methaan. Maar een aangepast management moet goed doordacht zijn. Door een snellere jongvee-opfok en dus vroegere afkalfleeftijd verklein je niet enkel de uitstoot (want je houdt minder niet-lacterende dieren aan), maar kun je ook de gezondheidsrisico’s van de dieren verkleinen. Een te hoge afkalfleeftijd verhoogt immers de kans op vervetting. Daarnaast kan je ook inzetten op gezondere melkkoeien, waardoor je ze langer kan aanhouden en dus minder jongvee moet aanhouden. Heel wat goede praktijken kunnen de diergezondheid verhogen en zorgen ook voor een hogere efficiëntie. Een lagere klimaatimpact is het resultaat. Maar het plaatje moet uiteraard ook economisch kloppen.

Klimaatvriendelijke genetica

Het inzetten op genetica met verbeterde voederefficiëntie of lagere methaanemissie is een praktijk die op iets langere termijn werkt, maar daarom niet minder interessant is. Je kan dus kiezen op basis van de klimaatimpact, maar ook gesekst sperma kan al een stap in de goede richting zijn als je zodoende de dieraantallen in de jongveestal reduceert. Dubbeldoelrassen kunnen bij bepaalde bedrijven interessant zijn omdat een dubbeldoeldier een lagere methaanemissie heeft dan een melkkoe. 

Wat past bij jou?

De mogelijkheden voor de rundveesector om de methaanuitstoot nog verder naar beneden te brengen, zijn er dus zeker. Belangrijk is wel dat deze maatregelen vrijwillig zijn en dat het dus ook de vrije keuze is van elke veehouder met welke maatregelen hij aan de slag gaat. Monitoring en borging van de maatregelen in het convenant zullen verlopen via de verschillende bestaande duurzaamheidsmonitors. Wat op het ene bedrijf werkt, past niet noodzakelijk bij de noden van zijn collega-veehouder. Ga dus zeker na welke actiepunten voor jouw bedrijf interessant kunnen zijn en verlies ook het economische plaatje niet uit het oog.

Wil je tips of advies? Onze technische consulenten helpen je graag op weg. Deze zomer zul je in Boer&Tuinder ook regelmatig praktijkvoorbeelden vinden over de verschillende maatregelen uit het convenant enterische emissies.

Financiële steun voor extra inspanningen

Diane Schoonhoven, adviseur Klimaat, Energie en Duurzaamheid, Studiedienst: “Ook al brengt dit convenant enterische emissies op dit moment geen verplichtingen met zich mee voor individuele bedrijven, toch moet de sector als geheel (melkvee en vleesvee) de gevraagde resultaten opleveren. De resultaten van het convenant zullen halverwege worden geëvalueerd (2025). Als er op dat moment onvoldoende resultaten geboekt zijn, zullen wel bepaalde verplichtingen volgen. Neem daarom nu al sowieso de maatregelen die voor je bedrijf geen probleem vormen, bijvoorbeeld de maatregelen op het gebied van bedrijfsmanagement die leiden tot het voorkomen van onnodig jongvee.

Daarnaast is het voor Boerenbond belangrijk dat landbouwers die extra inspanningen leveren, hierbij financieel worden ondersteund. Hiervoor zoeken we naar mogelijkheden binnen het Vlaams Klimaatfonds of het nieuwe GLB. Maar ook verwachten we dat de consument via de keten bijdraagt aan een vergoeding voor de klimaatinspanningen die de landbouwer leverde.”

Meer informatie

Sector: