Menu

Communiceren over hoevevlees

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Thema: 
Landbouwers, en meer specifiek veetelers, voelen zich vandaag de dag wel eens in het verdomhoekje gedrukt. Tijdens een sessie van FarmCafe Live kregen zij tips over hoe ze met negatieve communicatie kunnen omgaan.

Liesbet Corthout

En ook een kleine geruststelling van Griet Lemaire van Vilt: “Je bent niet alleen, elk beroep krijgt er wel van langs.”

Ondernemen

Laten we beginnen met het goede nieuws. Volgens de vzw EVA – wat staat voor Ethisch Vegetarisch Alternatief – eet 7% van de Belgen nooit vlees. Andere bronnen spreken van een iets lager cijfer. Dat wil meteen ook zeggen dat minstens 93% van de Belgen wel geregeld een lekker stuk vlees in de pan of op de barbecue legt. Dat zijn meer dan 10 miljoen Belgen aan wie we ons vlees kunnen verkopen. Daarnaast blijkt uit Amerikaans onderzoek dat ‘landbouwer’ niet terug te vinden is in de lijst met de laagst gewaardeerde jobs. Daarmee zit het dus ook wel goed. Maar we mogen natuurlijk niet blind zijn voor de realiteit. De vleesconsumptie staat onder druk. In de media vind je geregeld negatieve nieuwsartikels over de veehouderij; boeken over het eten van vlees (of beter: over het niet eten van vlees) vullen de rekken in de boekhandels; in de nieuwe voedingsdriehoek heeft vlees een plaats die verre van gunstig is en multinationals investeren grote sommen geld in de ontwikkeling van kweekvlees. Hoe kan je als veehouder hiermee omgaan? Het antwoord is: door meer en beter te communiceren.

Sociale media

Meer transparantie en openheid aan de dag leggen, is een must. Landbouwers dragen zorg voor onze voeding, nu en in de toekomst. Dat is een heel belangrijk element dat je als boer kan meenemen in je communicatie. De sociale media zijn daarvoor een heel geschikt middel, maar natuurlijk moet je ze op een correcte manier benutten en behandelen. Krijg je een ongepaste reactie? Word dan niet boos. Het is niet evident om mensen met een sterk standpunt te overtuigen. Vaak willen ze het niet begrijpen. Je kan altijd uitleggen waarom je doet wat je doet, maar als dat niet helpt, zwijg dan of verberg eventueel de aanstootgevende reactie.

Overigens leest 67% van de Vlamingen nog een krant – in Wallonië ligt dat cijfer wat lager. Daarnaast gebruikt 65% van alle Belgen sociale media, met Facebook als absolute koploper. Het is dus geen verhaal van ‘of’, maar van ‘en’: en de traditionele media bespelen, en aanwezig zijn op sociale media.

Vijf tips voor positieve communicatie

Tip 1. Ratio is niet alles

De mens handelt niet rationeel. Daarom zijn argumenten vaak niet de beste manier om iemand te overtuigen. Wij beslissen meer met onze buik dan met ons hoofd. We staan vooral open voor feiten die onze voorkeur bevestigen. Wat niet in ons kraam past, geloven we niet. Communiceer je zelf, dan moet je hierop inspelen. Vertel positieve verhalen en doe dat op een menselijke manier, zonder te veel technische informatie of jargon.

Tip 2. Wapper met de witte vlag

Val niet aan, wees niet meteen defensief. Focus op het gemeenschappelijke en op de goede zaken. Wees beleefd en toon begrip. Probeer niet per se je gelijk te halen. Als je echt niet kan doordringen, stop dan met communiceren.

Tip 3. Herhaal, herhaal, herhaal

Iedereen kent Coca-Cola en toch blijft deze multinational reclame maken. Zorg ervoor dat mensen jou kennen dat je blijft hangen.

Tip 4. Monkey see, monkey do

Mensen imiteren andere mensen. Hoe meer wij allemaal, als veehouders, hetzelfde vertellen, hoe bekender ons verhaal wordt.

Tip 5. Let op je woorden

Het zit soms in kleine dingen. Zeg niet ‘pesticiden’, maar gebruik het woord ‘gewasbeschermingsmiddelen’. Spreek niet over mestvarkens of mestkuikens, maar spreek over braadkippen en vleesvee’. Gebruik het woord ‘euthanaseren’ in plaats van ‘afmaken’. Wees positief, maar creëer ook geen idylle. Toon het wel zoals het is: je mag zeker en vast een mooie foto gebruiken, maar ga niet photoshoppen om het mooier te maken dan het in feite is. En gebruik daarbij geen jargon. Als je het tegen een absolute leek hebt over ‘droge koeien’, denkt die misschien dat je je dieren geen drinken geeft.

De Franse boer en de chique boutique

Tuur Vandeweyer begon vijf jaar geleden samen met zijn echtgenote Stephanie Van Hove een vleesveebedrijf met veel verbredingsactiviteiten. Hij noemt zicht een “Franse boer”, en dat heeft dan weinig te maken met de vleesveerassen waarvoor hij kiest – Aubrac en Blonde d’aquitaine – maar alles met de nonchalance die wij associëren met onze zuiderburen. “Ik wil het mij zo gemakkelijk mogelijk maken”, zegt Tuur en dat doet hij vooral door goed te communiceren. “We hebben een stal gezet voor 150 koeien, maar we hebben er maar 40. In een rommelhoekje maakten we een vergaderzaal, we organiseren kinderfeestjes en rondleidingen en hebben een hoevewinkel. Er komen dus veel mensen bij ons over de vloer. Dat geeft mij de kans om met hen te praten en te vertellen over onze sector. Het heeft ook wel wat andere gevolgen. Zo strooien wij overmatig. We gebruiken een pak meer stro dan een andere boer, omdat dat er beter uitziet voor het publiek. Boeren en politici zijn hier welkom. We doen ons best om de pers over de vloer te krijgen, door geregeld evenementen te organiseren. Wij zetten onszelf bewust in de kijker. Met 40 koeien je boterham verdienen blijft wel een uitdaging hoor. Daarom gaan we op zoek naar samenwerkingen met mensen die de grond hebben waaraan het ons ontbreekt en we doen aan natuurbeheer.”

Kris Geurts herkent het verhaal. Hij startte met de Farm Beef Boutique: een winkel waar je terechtkan voor hoevevlees en eigen gemaakte charcuterie. “Het zelf uitbenen en de eigen charcuterie maken kosten veel tijd, maar daar kies je zelf voor. Ik heb een slagerijopleiding gevolgd en heb dan hulp gekregen van een slager. Wij kiezen bewust voor een kleine toog en alles wat daar in ligt, maken we zelf – met uitzondering van kaas en salami (want die moet lang drogen en daar is op het kleine bedrijf geen plaats voor). Door een raam kunnen de klanten ook binnenkijken in de slagerij. De dieren staan dicht bij de hoevewinkel en onze klanten mogen ernaar gaan kijken. Mensen zien dat graag en ze vertellen het door. Wij hebben nauwelijks reclame gemaakt, maar ons cliënteel is sinds de opening van de zaak enorm hard gegroeid. We verkopen nu ongeveer één beest per week. Dat zouden er meer kunnen zijn, als we naar ruimere openingsuren gaan.”

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Thema: 
Sector: