Menu

Cashflowbarometer pluimvee

Terug naar Actualiteit
Sector: 
De cashflowbarometer geeft een zicht op de evolutie van de rentabiliteit in de intensieve veehouderij in Vlaanderen. De analyse gebeurt telkens voor een standaardbedrijf, met gemiddelde technische en bedrijfseconomische resultaten. In dit artikel bespreken we de pluimveehouderij.

Jan Leyten, KBC

Cashflow – het verschil tussen het geld dat binnenkomt en buitengaat – is de meest aangewezen financiële parameter om de rentabiliteit van een bedrijf of een sector in kaart te brengen. Hier hanteren we de operationele cashflow, die berekend wordt door de bedrijfsuitgaven af te trekken van de bedrijfsinkomsten, zonder de leninglasten (kapitaalaflossingen en rentes) in rekening te brengen. Ook de mestafzetkosten, premies en pachten worden niet meegeteld in de weergegeven cashflows, aangezien die sterk kunnen verschillen van bedrijf tot bedrijf.

Analyse van de braadkippenhouderij

De rentabiliteit in de braadkippenhouderij is de laatste jaren vrij stabiel, waarbij de cashflow in 2014-2018 gemiddeld 19 cent bedroeg per afgeleverde braadkip. 2018 liet wel een iets lagere cashflow optekenen, namelijk 18,1 cent per afgeleverde braadkip. Ook in het eerste kwartaal van dit jaar is de rentabiliteit zwak. De toegenomen concurrentiedruk op de exportmarkten door onder andere Brazilië, de sterke productiestijging in Polen en de toegenomen import van pluimveevlees uit Oekraïne liggen hier aan de basis. Door de aangetrokken braadkippenprijzen en de gedaalde voederkosten zijn de verwachtingen gunstiger voor het tweede kwartaal van 2019, waardoor het resultaat wellicht in de buurt van het langjarig gemiddelde uitkomt.

 

Analyse van de leghennenhouderij

In 2014-2018 bedroeg de gemiddelde cashflow per leghen ongeveer 3,50 euro voor de verrijkte kooihuisvesting (witte eieren) en zo’n 5,20 euro voor de scharrelhuisvesting (bruine eieren), met grote schommelingen over de jaren heen. Na extreme effecten van de fipronilcrisis op de prijzen en de rentabiliteit in 2017 en 2018, heeft de situatie zich in het vierde kwartaal van 2018 genormaliseerd. De resultaten in het eerste kwartaal 2019 zijn gemiddeld voor de scharrelhuisvesting (bruine eieren). Ze liggen beneden het vijfjarig gemiddelde voor de verrijkte kooihuisvesting (witte eieren), voornamelijk als gevolg van de relatief hoge importvolumes vanuit Oekraïne. Voor het tweede kwartaal 2019 worden veeleer gemiddelde cashflows verwacht.

 

 

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Sector: