Menu

Brexit hoe dan ook een verhaal van verliezers

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Thema: 
De Britten weten wel degelijk wat ze willen. Zij gaan eruit, uitstel of niet. Nochtans is alles nog mogelijk. Ze kunnen hun aangekondigde vertrek zelfs nog intrekken, mochten ze dat willen. Maar Britten zouden geen Britten zijn als ze niet zouden doorzetten. Ze hebben in een referendum beslist dat ze hun soevereiniteit terug willen en dat mag hen wat tijd, geld en zelfs ontbering kosten.

Jacques Van Outryve

Het Verenigd Koninkrijk wil absoluut af van de bemoeienis van Brussel en dat zal ook gebeuren – vroeg (op 29 maart) of wat later. Deze week beslissen de 27 staatshoofden en regeringsleiders hoe het verder moet, maar de bal ligt in het kamp van de Britten. Het is niet de EU die van de Britten af wil, maar omgekeerd.

De jongste weken is gebleken hoe slecht we het VK, zijn inwoners en zijn politici inschatten. Het land heeft een gedenkwaardige geschiedenis en kent een bijzondere structuur. Op het Europese vasteland gebruiken we de begrippen Engeland, Groot-Brittannië (Engeland, Wales Schotland) en het Verenigd Koninkrijk (plus Noord-Ierland) door elkaar, terwijl het drie verschillende politieke en maatschappelijke entiteiten zijn. In het Europees en internationaal voetbal komen we ze afzonderlijk tegen. De vlag, Union Jack genaamd, is in feite drie vlaggen op elkaar, met name de Engelse, de Schotse en de Ierse. Het VK kent bovendien geen geschreven grondwet en geen of weinig geschreven juridische teksten. Het is een democratie pur sang, op Angelsaksische leest geschoeid: ‘The winner takes it all – De winnaar neemt alles.’ Met de verliezer wordt geen rekening gehouden en er worden zeker geen compromissen gesloten. Vandaar dat een stemming of referendum niet overgedaan wordt. Een woord is een woord.

Volk met een opdracht

De Britten hebben de wereldzeeën beheerst en volkeren beheerd als een opdracht. ‘Rule, Britannia! Britannia, rule the waves. And Britons never, never, never shall be slaves’, luidt hun volkslied. ‘… tot alle tirannen gevallen zijn.’ Zij gaan ervan uit dat zij Europa in de vorige eeuw tweemaal eigenhandig bevrijd hebben en dat dit van Europa te allen tijde respect verdient.

Winston Churchill was na de Tweede Wereldoorlog voorstander van een verenigd Europa, om de vrede op het continent te bewaren en de Britse flank te verdedigen, maar hij wou er zelf geen deel van uitmaken. Hij steunde de oprichting van de EEG zonder zelf lidmaatschap aan te vragen. Dat gebeurde na hem, in 1961 en 1967. Tweemaal stelde Frankrijk zijn veto. In 1973 trad het VK dan toch toe tot de EU, samen met Ierland, dat in die tijd economisch helemaal afhankelijk was van het VK en Denemarken. Die bijzondere band met Ierland speelt de brexit ook vandaag parten. Het Goede Vrijdagakkoord van 1998, dat een definitief einde maakte aan de burgeroorlog in Noord-Ierland, laat niet toe dat er nog een harde grens komt tussen Ierland en Noord-Ierland.

Het VK is nooit met hart en ziel bij de EU geweest. De voedselprijzen stegen fors als gevolg van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). De Britten moesten btw invoeren en de oude Britse industrie moest innoveren. Het VK vroeg en kreeg meerdere uitzonderingen op de Europese samenwerking, maar het bleef een nettobetaler. Dat was voor veel Britten een doorn in het oog. Nochtans leerde het VK ook de voordelen van Europa kennen, onder meer in de Falklandoorlog en in internationale onderhandelingen. Het VK zal het na de brexit ook op dat vlak alleen moeten doen. De EU heeft meer dan zeventig handelsakkoorden gesloten. Na de brexit gelden die niet langer voor het VK, tenzij het land in de douane-unie blijft. Maar het wil precies zijn soevereiniteit opnieuw bemachtigen om eigen handelsakkoorden te sluiten, bijvoorbeeld met de VS en met China. 

De kip en het ei

Je haalt zomaar geen land uit de EU. In 1985 vertrok Groenland, deelstaat van Denemarken, uit de Europese Unie, maar dat afscheid is niet vergelijkbaar met de brexit. Meer dan 45 jaar deelde het VK zijn economische, politieke en maatschappelijke wel en wee met de andere EU-lidstaten. Nationale economieën en bevolking raakten met elkaar verstrengeld, ook al hadden de Britten een andere kijk op Europa dan de stichtende leden. De Britten wilden Europa verbreden, niet verdiepen. “Met hoe meer we zijn, hoe minder we doen”, luidde hun devies. Op meerdere terreinen stapten ze ook niet mee met de andere lidstaten (Eurozone / Schengenakkoord / sociaal Europa). En toch … Hendrik Vos, hoogleraar Europese Politiek aan de UGent, vergelijkt de Europese Unie met een smeuïge omelet van 28 geklutste eieren en nu wil een kip haar ei terug. Begin maar! Vandaar dat het Europese Verdrag in artikel 50 een periode van twee jaar bepaalt om tot een scheidingsakkoord te komen. Vervolgens kan onderhandeld worden over een nieuwe vorm van samenwerking. Die twee jaar lopen af op 29 maart, maar ze kan verlengd worden op vraag van de uittreder, met een unaniem akkoord van de blijvers. Maar nu vormen de Europese verkiezingen van mei een obstakel voor een veel langer uitstel. De zitjes in het Europees Parlement zijn al herschikt, al kan die beslissing teruggedraaid worden als het moet. Zoals eerder gezegd, kan uiteindelijk alles, maar van de Britten wordt duidelijkheid verwacht. Ze willen eruit! Maar hoe? En wat wordt de nieuwe relatie? Wordt het een relatie op zijn Noors, Zwitsers, Oekraïens, Canadees (CETA), Japans (FTA) …

Dit najaar hebben de EU en het VK nochtans een terugtrekkingsakkoord bereikt. Het VK zou op 29 maart (of later) de EU verlaten, waarna een overgangsperiode ingaat (tot 31 december 2020) die iedereen rechtszekerheid biedt en waarin er als het ware weinig verandert. Het VK blijft in de douane-unie. Noord-Ierland blijft in de douane-unie én de eenheidsmarkt, om die harde grens op het Ierse eiland te vermijden (backstop). Europeanen in het VK en Britten in de EU weten waar ze aan toe zijn, ook Erasmusstudenten kunnen in die periode hun gang blijven gaan. De Britten maken geen deel meer uit van de Europese instellingen, maar leven wel nog alle Europese wetten na, ook nieuwe regelgeving. Eind 2020 loopt het huidig Europees meerjarig financieel kader af, zodat de Britten na deze overgangsperiode ook financieel in schoonheid kunnen eindigen. Inmiddels kan een nieuwe samenwerkingsformule uitgewerkt worden. Douaneformaliteiten zouden dan pas van start gaan op 1 januari 2021. De overgangsperiode zou slechts eenmaal verlengd kunnen worden. Dat terugtrekkingsakkoord moet wel door het Britse parlement goedgekeurd worden en die goedkeuring is al tweemaal mislukt. Zal het een derde keer dan wel lukken?

Noodplannen liggen klaar

Keuren de Britten het terugtrekkingsakkoord niet goed, dan stappen ze op 29 maart (of later) zonder akkoord (no deal) uit de EU. Dan valt zowel het VK als de EU terug op de afspraken binnen de WTO (Wereldhandelsorganisatie) wat de handelsrelaties betreft. Aan de grenzen worden dan meteen de MFN-invoertarieven van kracht en moeten er douaneformaliteiten vervuld worden. MFN staat voor ‘most favoured nation – meest begunstigde natie’. Dat zijn de laagste tarieven van invoerrechten die toegepast moeten worden in de WTO. Lagere invoerrechten zijn alleen toegestaan bij preferentiële relaties, zoals handelsakkoorden. Het gaat gemiddeld om 4,62% (zie figuur). Zoals je merkt in de figuur, liggen invoerrechten voor gevoelige producten zoals landbouwproducten (groene zone) zeer hoog: 23% voor varkensvlees, 41% voor pluimveevlees, tot zelfs 48% voor kaas en 58% voor rundvlees. Op deze manier geeft de WTO bewust aan zulke gevoelige landbouwproducten wat bescherming tegen ongebreidelde invoer, maar in het geval van een no deal-brexit werken ze tegen ons.

Het VK heeft vorige week weliswaar al een temporary tariff regime opgesteld, om in het geval van een no deal meerdere van deze tarieven op nul te zetten, sterk te verminderen of invoerquota tegen gereduceerde tarieven in te stellen, om hoge voedselprijzen, voedseltekorten en hoge inflatie te vermijden. Handel tussen Ierland en Noord-Ierland zou helemaal tariefvrij kunnen verlopen, waardoor een smokkelroute zou kunnen ontstaan. Europa betwijfelt of het VK dat wel mag zonder voorafgaand akkoord van de WTO. Hoe dan ook blijven de hoge tarieven behouden voor bepaalde producten of liggen de invoerquota zoals voor rundvlees lager dan de huidige invoer. Vooral Ierland wordt in dat geval getroffen.

Maar bij een no deal vervallen opeens ook alle andere Europese regelingen en wetgeving. Er komt bij handel meer kijken dan douaneformaliteiten. De Europese gezondheids- en voedselveiligheidscertificaten (SPS), etiketteringen, plantenpaspoorten, het bio-label … zijn niet meer van toepassing. Er is zelfs meer, want Erasmusstudenten zullen stranden, roaming is niet langer verplicht van toepassing in de EU, de rechten van EU-burgers vervallen, het dierpaspoort van huisdieren wordt ongeldig … Denk aan het ei in de omelet.

Europa verwacht dat een no deal maar ook een deal ’of akkoord de Europese (landbouw)markten kan ontwrichten. Er zijn dan ook noodmaatregelen getroffen. Europees landbouwcommissaris Hogan verwijst naar bijzondere crisismaatregelen waarin het GLB voorziet en die in het verleden al genomen zijn (2014-2016), zoals openbare interventie, steun aan private opslag, opkoopregelingen, maar ook promotiemaatregelen en steun voor exportdiversificatie. Daarnaast is het de minimis-plafond onlangs opgetrokken, wat lidstaten moet toelaten om zelf snel en flexibel sectoren en bedrijven in moeilijkheden te helpen. “Maar op de eerste plaats is het de verantwoordelijkheid van de bedrijven om zich voor te bereiden op de brexit en zich desnoods goed in te dekken”, voegt hij er fijntjes aan toe.

Wat met de meerkosten?

Hoe reageren Belgische bedrijven op de nakende brexit? “Bereid je voor op het ergste. Hoop op het beste”, zegt Flanders Investment & Trade (FIT), het Vlaams aanspreekpunt voor internationaal ondernemen. FIT geeft bedrijven zes tips om zich voor de brexit klaar te stomen.

*          Breng het hele kostenplaatje in kaart.

*          Ga het mogelijke effect van invoerrechten na.

*          Bepaal of jij je moet indekken tegen wisselkoersrisico’s.

*          Volg de wereld van verpakkingen, normen en certificering op de voet.

*          Neem bestaande contracten onder de loep.

*          Diversifieer (indien nodig) je exportactiviteiten.

Vooral die eerste tip is van belang en wordt in bedrijfsmiddens sterk benadrukt. Daar wordt dan bij gezegd dat je moet nagaan hoe en aan wie je de kosten kunt doorrekenen. Bij de brexit komen er immers heel wat bijkomende kosten, naast mogelijke invoerrechten, douaneformaliteiten bij het verlaten van de EU zowel als bij het binnenkomen in het VK, wachttijden, SPS-certificaten, FAVV-controles, IT-infrastructuur, logistieke veranderingen, buffervoorraden, bijkomende expertise en/of personeel. FIT raadt bedrijven aan om na te gaan in hoeverre deze meerkosten kunnen doorrekenen aan de klant.

Pieter Verhelst, lid van het Hoofdbestuur van Boerenbond, betwijfelt of dat mogelijk zal zijn gelet, op de concurrentieslag die zich hoe dan ook op de Britse markt zal afspelen. Hij vreest dat de Britse voedingsindustrie en retail eerder geneigd zullen zijn om druk te zetten op hun leveranciers. “Belgische voedingsproducten zullen na de brexit op de Britse markt niet alleen moeten concurreren met Britse producten die deze meerkosten niet hebben én met producten uit andere EU-lidstaten die gelijkaardige meerkosten zullen hebben, maar ook met producten uit niet-Europese landen.” Dat brengt ons bij het standpunt van Boerenbond.

En Boerenbond?

De brexit is geen goede zaak, noch voor de Britten, noch voor ons. Er zijn geen winnaars, alleen verliezers. Pieter Verhelst verwijst in de eerste plaats naar de gevolgen voor de Europese begroting in het algemeen en de landbouwbegroting (GLB na 2020) in het bijzonder.

“De brexit slaat een gat in de jaarlijkse Europese begroting van jaarlijks 9 à 10 miljard euro (7%). Dat gat moet gevuld worden door de blijvers of met bijkomende middelen. Met uitzondering van onze sierteeltbedrijven en enkele (biologische) tuinbouwbedrijven die rechtstreeks leveren aan klanten in het VK (en die inmiddels hun EORI-nummer van de douane zouden moeten kennen), wordt de Vlaamse land- en tuinbouw in hoofdzaak onrechtstreeks zwaar getroffen als hofleverancier van een voedingsindustrie die in grote mate afhankelijk is van het Verenigd Koninkrijk voor haar afzet.”

Pieter Verhelst waarschuwt daarnaast voor het verdringingseffect. Iers rundvlees dat van de Britse markt verdrongen wordt, zal een uitweg zoeken naar het Europese vasteland. Net als na de invoering van het Russisch invoerverbod zullen EU-lidstaten elkaar elders voor de voeten lopen. Ergens stelt het Pieter Verhelst gerust dat de Britten – met een zelfvoorzieningsgraad voor voedsel van amper 60% – op korte termijn hoe dan ook voedsel zullen moeten invoeren. Zeker wanneer het om bederfbare producten gaat, zullen ze sterk aangewezen blijven op hun naaste buren. Dat is een reden te meer om onze troeven te blijven uitspelen en die zijn nabijheid, kwaliteitsgarantie, dienstverlening, flexibiliteit, specialiteiten, professionaliteit, innovatie, levering just in time …”

Deel deze pagina: