Brexit geen bevrijding voor Britse boeren

22 maart 2022

Ruim een jaar na de brexit is de volledige impact ervan nog steeds niet duidelijk, ook niet voor Britse boeren. Zij verloren niet alleen een onbelemmerde toegang tot de Europese markt, maar ze moeten het ook stellen zonder het GLB.

Geen geld en geen bemoeienissen uit Brussel meer dus voor de Britse collega’s. Volgens sommigen een interessant experiment, waaruit ook Europese boeren lessen kunnen trekken.

Op de laatste dag van 2020 eindigde de overgangsperiode naar een EU-vrij Groot-Brittannië. 2020 was een onderhandelingsjaar, waarin de nieuwe relatie tussen Groot-Brittannië en Europa vorm gegeven werd. Omdat de deal pas op kerstavond 2020 rond was, was begin vorig jaar lang niet alles klaar. Vooral Groot-Brittannië had zijn grenscontroles nog niet op punt.

Stapsgewijs werden de Britse importvoorwaarden voor planten, dieren en voedsel strenger, met vooral bijkomende stappen in de loop van dit jaar. Boer&Tuinder sprak over het post-brexittijdperk voor Britse boeren met Robin Manning, die voor het British Agricultural Bureau de Britse boeren vertegenwoordigt in Brussel.

Gevoel van opluchting

“De deal zoals die nu uitvoering krijgt is verre van perfect, maar dàt er vorig jaar een deal in werking kon treden was een opluchting ten opzichte van een no-deal”, beklemtoont Robin Manning. Manning heeft recht van spreken. Eerder werkte hij voor het Britse Departement voor Omgeving, Voedsel en Platteland, maar ook voor de Europese Commissie.

"Ik maakte in die periode impactanalyses van een no-deal. Conclusie toen was dat het rampzalig geweest zou zijn voor veel Britse landbouwsectoren. Een jaar na de definitieve brexit mogen we dus nog steeds opluchting voelen dat er een deal uit de bus gekomen is.”

Fruit in, whisky uit

Niet dat de brexit zonder gevolgen is gebleven, wat ook blijkt uit statistieken van de Britse voedingssector. De eerste negen maanden van 2021 daalde de import vanuit de EU naar het Verenigd Koninkrijk met 14% ten opzichte van 2019. Omgekeerd daalde de export naar de EU met 21,5%. 2019 is het beste referentiejaar, omdat er toen nog geen corona was.

Groot-Brittannië voert op het vlak van agrovoeding vooral fruit, wijn en groenten in. Het exporteert vooral whisky, op ruime afstand gevolgd door zalm, chocolade en lamsvlees. Ons land wist als een van de weinige landen in die periode de export van agrovoedingsproducten naar het Verenigd Koninkrijk nog iets te doen stijgen.

Tijd en geld

Dat de import in het Verenigd Koninkrijk minder sterk daalde dan de export naar de EU kan verklaard worden doordat de Britse grenscontroles pas stapsgewijs verstrengd worden. Het British Agricultural Bureau verwacht daardoor meer verstoringen richting het Verenigd Koninkrijk dit jaar.

Naar schatting kosten de administratieve plichtplegingen (waaronder het health certificate) Britse exporteurs nu tussen de 180 en 240 euro per zending en twee uur werk. Dat zal niet veel anders zijn voor Europeanen die naar Groot-Brittannië (willen) exporteren. “De procedures zijn omslachtig. Er wordt veel vertrouwen gesteld in papieren certificaten, maar anno 2022 zou dit toch veel meer elektronisch moeten kunnen worden geborgd”, vindt Manning.

Hoge druk

Waar laat dat de Britse boeren? Door de dalende Britse export bleven er meer agro- en voedingsproducten op de Britse markt. Een aantal Britse exporteurs vond het te moeilijk om te exporteren naar de EU en gaf op. Behalve voor varkensvlees waren de prijzen voor lams- en rundvlees eerder hoog. Blije Britse boeren dus? Niet dus.

“Net zoals boeren in heel Europa hebben Britse boeren te maken met hogere kosten voor energie, kunstmest en bouwmaterialen. Ze zien daardoor hun marges fel krimpen. De directe steun uit het GLB lijkt niet of maar tijdelijk te vervangen zullen worden door Britse middelen, terwijl de regelgeving wel toeneemt. Het zorgt ervoor dat de mentale druk erg hoog is.”

Verwerkende handen te weinig

Als klap op de vuurpijl kwamen eind vorig jaar verontrustende berichten over Britse gezonde varkens die op varkensbedrijven werden afgemaakt, omdat er in de vleesverwerkende industrie (Oost-Europese) handen te kort waren om ze te verwerken.

“De pro-brexitargumentatie draaide voor een groot stuk op het steviger grip krijgen op immigratie, met dit als gevolg. De mentale impact op de betrokken varkensboeren hiervan is gigantisch. Geen enkele boer wil gezonde dieren kweken om ze daarna afgemaakt te zien worden.” De Britse voedingsindustrie ijvert voor het soepeler verlenen van visa’s voor buitenlandse werkkrachten.

Uitfasering directe steun

Niet alleen voor de voedingsindustrie, maar ook voor de Britse boeren zelf is er veel veranderd. De Engelsen willen alvast de directe betalingen volledig uitfaseren, startend vanaf dit jaar. De grootse boeren zouden die middelen dit jaar al met 40% zien verminderd worden en in 2024 met 70%. Bedoeling is dat de directe betalingen (in een volgende legislatuur) in 2027 volledig zouden verdwijnen.

“De middelen zullen verschuiven naar environmental services waarbij boeren op vrijwillige basis kunnen intekenen voor bovenwettelijke maatregelen op het vlak van milieu en duurzame landbouwpraktijken”, legt Robin Manning uit. De verwachting leeft dat de Britse overheid veel zal inzetten op ander landgebruik, het teruggeven van landbouwgronden aan de natuur en inzetten op meer bos en biodiversiteit. “De Britse regering wil net zoals de Europese Unie tegen 2050 CO2-neutraal zijn. Ze ziet het Britse landbouwbeleid daarbij als een van de belangrijkste instrumenten.”

Het VK wil tegen 2050 CO²-neutraal zijn en ziet het landbouwbeleid daarbij als een van de belangrijkste instrumenten.

Internationale handelsakkoorden

De brexit betekende dat de Britten op zoek moesten naar nieuwe handelsakkoorden. Eind vorig jaar sloot het Verenigd Koninkrijk vrijhandelsakkoorden met Australië en Nieuw-Zeeland. De Britse landbouworganisaties hebben zich erg kritisch uitgelaten over de bereikte akkoorden. Voor melkvee, rundvlees en lamsvlees zijn er weliswaar beperkende importquota voorzien, maar beperkt tot maximum 10-15 jaar. De Britse overheid tracht de Britse boeren gerust te stellen, wijzend op de grote afstanden en de focus van beide landen op de Chinese markt. Maar de Britsen boeren zijn niet overtuigd. “De politieke relatie tussen Australië en China is niet goed. We weten ook niet goed wat we van de tariefvrije quota mogen verwachten. Deze zijn in kilo’s beperkt, maar als de Nieuw-Zeelanders en Australiërs vooral hoogwaardige deelstukken sturen, dreigt dit de rentabiliteit van Britse veehouders te ondermijnen.”

De effecten zouden daarbij snel kunnen uitdeinen naar de rest van Europa. EU-lid Ierland is immers de grootste Britse toeleverancier van buitenlands rundvlees. Als zij dit vlees niet op de Britse markt kwijtkunnen, zullen ze het ergens anders moeten afzetten. “Volledige markten zullen verstoord worden. Het vrijhandelsakkoord met Nieuw-Zeeland en Australië is mogelijk ook een blauwdruk voor vrijhandelsakkoorden met de VS, Canada of de Mercosur-landen. Handelsakkoorden met die machtsblokken kunnen potentieel nog veel nadeliger zijn voor de Britse landbouwers.”

Dezelfde debatten

De Britse boerenorganisaties zijn via het British Agricultural Bureau waar Robin Manning voor werkt nog altijd betrokken in de werking van de Europese koepelorganisatie Copa-Cogeca. Daarin bevinden zich nog andere niet-EU-leden zoals Zwitserland en Noorwegen. Wat hebben de Britten de Europese/Vlaamse boeren te leren? Misschien vooral dat het lidmaatschap niet zo veel uitmaakt als het gaat over maatschappelijk gevoeliger wordende thema’s. “De Britse regering is erop gebrand om de standaarden op het vlak van dierenwelzijn te verhogen. Elk gevoelig punt zoals bijvoorbeeld het transport van dieren of de werking van slachthuizen wordt onder een microscoop bekeken. Ook de discussies rond mannelijke legkuikens en stierkalveren in de melkveehouderij leven hier. De debatten zijn dezelfde als in de EU. Alleen de snelheid is anders, waarbij de Britse overheid vooral sneller lijkt te willen gaan.” Ook op het vlak van internationale handelsakkoorden zou het wel eens kunnen dat de uitkomst voor de Britse boeren in hun handelsakkoorden een voorafspiegeling is voor wat EU-boeren mogen verwachten/vrezen. De handelsblokken waarmee onderhandeld wordt, zijn immers dezelfde.

Enkele lichtpuntjes

Naar voordelen voor de Britse boeren na de brexit is het even zoeken, maar Robin Manning kan er toch enkele noemen. Innovatieve veredelingstechnieken zoals genomics zouden – indien ze niet in dezelfde hoek gedrumd worden als ggo’s – sneller ingang kunnen vinden. Britse overheidsorganen zoals scholen en hospitalen zouden nu meer vrijheid moeten hebben om in de aanbestedingen een hoger belang te hechten aan Britse origine. De boerenorganisaties willen de overheid ook overtuigen om de oorsprong van voedselingrediënten nadrukkelijker te vermelden op verpakkingen, zelfs in verwerkte producten. Ze willen de Britse zelfvoorzieningsgraad – die van 75% in de jaren ’80 zakte naar 60% nu – opnieuw opkrikken.

Gouden kans

Opsteker is dat voor de Britse publieke opinie landbouw sinds lang weer mee lijkt te tellen. 1,5 miljoen mensen tekenden een enquête om de hoge Britse voedselnormen niet te grabbel te gooien in handelsakkoorden. De televisie-avonturen van Top Gear-presentator Jeremy Clarkson, die een eigen boerderij kocht en laat zien hoe het echte boerenleven eruitziet, halen hoge kijkcijfers. De stijgende inflatie en politieke onzekerheid laat consumenten bovendien kritisch naar hun boodschappenmandje kijken. “Consumenten in het Verenigd Koninkrijk én in de EU maken zich overal dezelfde zorgen. Hoe gaan ze de verwarming betalen, en hoe kunnen ze hun voedsel betaalbaar houden. Voedselvoorziening wordt weer een thema. Het biedt een gouden kans om hierbij te stem van de boeren de laten horen.”

Nieuwe formaliteiten en controles

Giel Boey, adviseur Internationaal beleid, Studiedienst: “Een grote tegenvaller voor onze sector in brexit-termen is het daadwerkelijk vertrek van het Verenigd Koninkrijk, een meevaller is het handelsakkoord met de EU dat de tarieven op nul zet. Sinds vorig jaar gelden daarnaast echter ook nieuwe regels voor de uitvoer van producten naar het VK. Daar vloeiden alvast voor onze siertelers bijkomende kosten en inspanningen uit voort. Na eerder uitstel brengt 2022 nieuwe formaliteiten en controles met zich mee voor alle landbouwproducten. De voorbereiding langs beide zijden op deze nieuwe controles is daarbij cruciaal om druk op onze handelspositie en extra kosten te vermijden. En indien de Britten hun voedselvoorziening in de uitverkoop zetten om handelsakkoorden te sluiten, zal dat opnieuw impact kunnen hebben. Er moet in elk geval blijvende aandacht voor de gefaseerde impact en gevolgen van de brexit zijn, zelfs als die later in het traject en indirect zou plaatsvinden op onze land- en tuinbouwsector.”

Er moet blijvende aandacht zijn voor de gefaseerde impact en gevolgen van de Brexit.

Giel Boey