Menu

Boerenbond zet in op slagkrachtige groente- en fruitsector met steun vanuit GMO

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Regio: 

De voorbije dagen had iedereen wel een mening over hoe we eerlijke prijzen en een betere positie van de teler in de keten moeten nastreven. Eén ding is duidelijk: het is een complex probleem, waarbij iedere schakel in de keten zijn rol en verantwoordelijkheid moet opnemen. De Europese gemeenschappelijke marktordening voor groenten en fruit (GMO) kan hier een belangrijk hulpmiddel zijn.

Momenteel ondergaat de GMO-regeling de geplande vijfjaarlijkse evaluatie en herziening. De sectorvakgroepen Groenten en Fruit hebben de voorbije weken de prioriteiten in de GMO vanuit het standpunt van de teler bepaald. Omdat de sector de voorbije jaren veranderd is, is ook de GMO toe aan een bijsturing in functie van de uitdagingen waar de sector voor staat. In dat kader vraagt Boerenbond zeven prioritaire bijsturingen aan de GMO.

1. Hoogst mogelijke prijs voor de tuinder

Bij normale producties is de prijs die een teler ontvangt per kilogram of per stuk het meest bepalend voor zijn winst. In de marktordening moeten er daarom meer stimulansen komen om het product voor de hoogst mogelijke prijs te verkopen. De sectorvakgroepen Groenten en Fruit vragen dat alle actoren in de keten in de markt opereren met datzelfde doel voor ogen. Bij de uitwerking van de nieuwe GMO moeten acties die een antwoord bieden op deze uitdaging prioriteit krijgen.

2. PO’s voor alle tuinders interessantste partner

De sectorvakgroepen menen dat de huidige PO’s meer moeten inspelen op de toenemende diversiteit van de groente- en fruitteeltbedrijven. Binnen de PO moet individueel ondernemerschap maximaal mogelijkheden krijgen en zelfs gestimuleerd worden. PO’s kunnen dat onder meer doen door hun producenten informatie door te spelen over de markt, evoluties in de productie en de kwaliteit in de concurrerende regio’s, tendensen in de consumptie … Daarom vragen de sectorvakgroepen meer maatwerk van de PO’s. PO’s moeten openstaan voor nieuwe samenwerkingsvormen, die meer flexibiliteit en dynamiek toelaten. Er moet onderzocht worden welke nieuwe vormen van samenwerkingsverbanden mogelijk zijn binnen en tussen PO’s.

3. Kwaliteit en innovatie stimuleren

Bij de uitwerking van de nationale strategie moeten maatregelen die de kwaliteit en tegelijk ook de prijs voor de teler verbeteren maximale aandacht krijgen. Door het vakmanschap bij de teler te stimuleren en telers bijvoorbeeld feedback te geven over kwaliteit (tot bij de eindklant) kan gewerkt worden aan een betere productkwaliteit. Dat moet de telers scherp houden. Om in te spelen op nieuwe markten en nieuwe consumentenbehoeften moet de GMO productinnovatie op het niveau van de bedrijven en begeleiding door de PO bij de marktintroductie extra ondersteunen.

4. Meer transparantie over lidmaatschap

Telers moeten ook geïnformeerd worden over de rechten en plichten bij lidmaatschap van een PO. In het GMO-kader is het lidmaatschap jaarlijks opzegbaar, waarbij de uittredingsvoorwaarden ook transparant en objectief vastgelegd worden. Zo moeten de telers steeds weten hoeveel een eventuele uittreding zou kosten. Wanneer de uittredingsvoorwaarden duidelijk zijn, zullen telers doordachter toetreden tot een PO en zich ook meer betrokken voelen.

5. Producentgerichte acties ondersteunen

De vakgroep vraagt dat producentgerichte acties die een voordeel inhouden voor de individuele telers een voldoende ruime en een actuele invulling krijgen. Het kader moet dus voldoende mogelijkheden bieden voor nieuwe producentgerichte en milieugerichte acties. Specifiek moet er meer ingezet worden op maatregelen die het risico voor de teler verminderen (brede weersverzekering) en op instrumenten voor crisisbeheer.

6. Meer betrokkenheid bij de werking

De GMO moet PO’s stimuleren om de telers actief te betrekken bij hun werking. Wanneer telers beter betrokken zijn bij het coöperatieve project, zal dat de coöperatie klaarzetten om te beantwoorden aan de uitdagingen van de toekomstige telers. Betrokkenheid kan gecreëerd worden door overleg. De vakgroepen denken daarom dat de PO’s meer moeten zoeken hoe ze telers of telersvertegenwoordigingen kunnen betrekken bij hun keuzes, ook wat de uitwerking van het operationeel programma en de besteding van de GMO-middelen betreft.

7. PO’s moeten meer communiceren

Blijkbaar zijn de telers niet altijd geïnformeerd over of bewust van wat de PO, met GMO-steun, voor hen doet. Via een goede communicatie kunnen de PO’s zich aantrekkelijker maken voor de leden en hen laten voelen dat de programma’s op hen gericht zijn. PO’s moeten op een overzichtelijke wijze aan de leden communiceren over de collectieve acties en producentgerichte acties die ze opzetten, ondersteund door de GMO. Zo kunnen ze tonen dat de GMO ten gunste van de leden aangewend wordt en wat die oplevert voor de telers.

Deel deze pagina: