cartoon

Boeren oogsten niet enkel graan, ook gebeurtenissen

10 augustus 2022

Wat brengt de toekomst? Wie het weet, mag het zeggen. Vanwaar die grote onzekerheden? Weet dan dat boeren niet enkel graan maar ook allerhande gebeurtenissen oogsten die invloed hebben op de markt. Zij worden door economisten ‘externe schokken’ genoemd. Zelfs verre signalen gaan met het graan mee de silo in. Dat kunnen zeer vele, vaak tegenstrijdige en ook valse signalen zijn. Hoeveel ‘externe schokken’ kunnen landbouwmarkten aan? En, kunnen we ons er tegen wapenen?

De energie- en voedselcrisis worden als een van de grootste bedreigingen voor de economie gezien. “Momenteel bestaat er voor de voedselvoorziening in de EU geen risico”, schrijft de Europese Commissie in maart in haar noodplan. Ze is bezorgd om de voedselzekerheid op wereldvlak, niet op Europees vlak. Integendeel, Europa moet en zal de honger in de wereld helpen lenigen. Ook al zijn de graanprijzen en prijzen van plantaardige oliën volgens de jongste FAO Food Index recentelijk gedaald tot hun vooroorlogs niveau, een of enkele graanschepen maken de lente (nog) niet.

“Wij zijn het niet eens met de Europese Commissie. De hoge voedselprijzen zijn wel degelijk ook een probleem voor heel wat consumenten in Europa”, zegt François Huyghe, economisch adviseur bij Boerenbond. “Copa-Cogeca, de koepel van Europese landbouworganisaties en -coöperaties, is hierover in een stellingenoorlog gewikkeld met Frans Timmermans, ondervoorzitter van de Europese Commissie. Noteer dat de graanprijzen vorig jaar reeds in de lift zaten. Toen was er nog geen sprake van een Russische inval in Oekraïne, behalve misschien in het hoofd van Poetin. Als gevolg van de heropflakkering van de wereldwijde economie na de coronapandemie stegen de energieprijzen, en dus ook de graanprijzen. Er is een sterk verband tussen beide. Trouwens de hoge inflatie die we vandaag kennen (9,9%) is voornamelijk een gevolg van deze sterk gestegen energieprijzen. De oorlog in Oekraïne heeft deze stijging nog versterkt.”

Wat betekent dit voor de land- en tuinbouw?

“De land- en tuinbouw en de voedingsindustrie ondervinden de gevolgen van de hoge prijzen voor gas, elektriciteit, mazout en kunstmest, voornamelijk dan stikstofmeststoffen. Bovendien zijn in ons land de lonen gekoppeld aan de index, wat niet altijd het geval is in andere landen, waardoor ook de loonkosten stijgen. Daardoor zijn Belgische voedingsproducten minder competitief op de exportmarkten maar ook op de eigen binnenlandse markt. Rentevoeten worden opgetrokken om de inflatie onder controle te houden. Hogere rentes maken leningen duurder en remmen investeringen af, ook in de landbouw- en voedingssector, waardoor we economisch achterop kunnen geraken.”

Moeten wij ons, als landbouwers, zorgen maken over het duurdere winkelkarretje? Het is toch normaal dat in de huidige omstandigheden de prijzen voor consumenten stijgen?

“Voor de land- en tuinbouwers, maar ook voor de voedingsindustrie is het essentieel dat gestegen kosten kunnen worden doorgerekend naar de volgende schakels in de keten, dus ook naar de retailsector en de consument. Enkel op die manier kan op elk niveau van de keten een billijke toegevoegde waarde en een billijk inkomen gerealiseerd worden. Maar we moeten voor ogen houden dat consumenten als gevolg van prijsverhogingen hun consumptiegedrag kunnen aanpassen. Niet enkel markten, ook producten zijn inwisselbaar! Consumenten gaan op zoek naar kleinere verpakkingen, naar winkelkortingen of alternatieve goedkopere producten, bijvoorbeeld voor vlees en zuivelproducten.”

Over wijziging van consumentengedrag gesproken: we lazen in de economische weekberichten van het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA) dat in het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie het aantal voedseldiefstallen in winkels sterk zou zijn toegenomen, ook en vooral van alledaagse producten zoals boter, melk en kaas.

Niet enkel markten, ook producenten zijn inwisselbaar.

Van Amerikanen gesproken, de dollar staat sterk tegenover de euro. Het is lang geleden dat ze beide nog eens ongeveer even waard waren. Wat zijn daarvan de gevolgen?

“Een verzwakte euro tegenover de dollar heeft voordelen op het vlak van export buiten de eurozone. Dat betekent dat Europese producten competitiever worden op de wereldmarkt, aangezien ze goedkoper kunnen worden aangeboden. Maar een zwakkere euro betekent ook dat invoer van producten die in dollar moeten worden betaald duurder uitvallen. Denk hierbij aan olie, gas, meststoffen of soja. Producten die ook zonder deze sterke dollar al zeer duur zouden zijn geweest. Dat komt er dus bovenop, niet alleen voor ons maar ook voor anderen. Denk aan minder ontwikkelde landen die hun dure voedsel in dollars invoeren, bijvoorbeeld graan dat nu vrijkomt uit Oekraïne.”

Wat zijn de gevolgen van dat graanakkoord? Naast de meer dan 20 miljoen ton van de oude oogst die in Oekraïne opgeslagen ligt, is er ook al de nieuwe oogst. Stel dat die allemaal tegelijk op de (wereld)markt komt?

“Dat zal zo geen vaart lopen. Daar zijn honderden graanschepen voor nodig. Maar het kan opeens snel gaan. De marktsituatie blijft daarom zeer onzeker. Er zijn onzekerheden, zowel aan de aanbodzijde als aan de vraagzijde. Aan de aanbodzijde heerst er ook grote onduidelijkheid over de Europese graanoogst. Denk aan de gevolgen van de hitte in Frankrijk en Zuid-Europa voor de maisoogst. Verder zal moeten blijken of die export vanuit Odessa duurzaam zal zijn.

Aan de vraagzijde blijft er onzekerheid over de wereldwijde economische ontwikkelingen. De vrees voor een opduikende recessie speelt daarin mee. Daardoor kan de vraag naar graan dalen, onder meer door een teruglopend energieverbruik (biobrandstoffen) en een teruglopend vleesverbruik. Maar graanprijzen zullen niet in elkaar stuiken, want de graanbalansen waren al voor de aanvang van de oorlog wereldwijd krap.”

Er wordt gezegd dat de economische wereldmotor China sputtert en/of zijn beste tijd heeft gehad. Stel nu dat ook de Europese motor – met name Duitsland – het laat afweten, gelet op een tekort aan energie. Wat dan?

“Indien de beide economische motoren stokken, kan dit het einde inluiden van de wereldwijde hoge voedselprijzen. Vanuit China zal de vraag naar graan en veevoedergrondstoffen uitvallen maar ook de vraag naar varkensvlees. Duitsland is onze derde grootste afzetmarkt voor agrarische producten.”

Wat als lage landbouwprijzen als gevolg van een recessie samengaan met hoge prijzen voor toeleveringsproducten, zoals energie en meststoffen, als gevolg van de oorlog?

“Een dergelijke situatie kan zich wel degelijk voordoen, maar zal nooit zeer lang aanhouden. Hoge toeleveringsprijzen zullen na verloop van tijd resulteren in een terugloop van de productie, waardoor een nieuw evenwicht in de markt zal ontstaan en landbouwprijzen opnieuw gaan stijgen.”

Hoe dan ook zullen in dat geval ook de mengvoederprijzen dalen. Wat zijn jouw vooruitzichten voor de vleesprijzen? Zit er nog varkensvlees in private opslagplaatsen?

“De voorbije maanden was er reeds een beperkte daling van de veevoederprijzen. Ondanks die daling blijven de marges in de varkenshouderij negatief. De varkensvleesvoorraden zijn intussen weggewerkt, maar blijkbaar is er een verzwakte vraag naar varkensvlees, door de daling van de koopkracht als gevolg van gestegen energie- en andere prijzen.”

Wanneer we dit schrijven staat ons land aan de vooravond van een hittegolf. Volgens het onderzoekscentrum van de Europese Commissie (JRC) heeft 46% van het Europees grondgebied ernstig te kampen met problemen door aanhoudende droogte en hitte. Ons land wordt tot nog toe niet met naam genoemd, wel grote landbouwlanden als Frankrijk, Roemenië, Hongarije en in het bijzonder Italië en Spanje. Wellicht zullen alle instanties hun oogstvooruitzichten moeten bijstellen, vooral voor mais. Copa-Cogeca raamde de Europese graanoogst begin juli op 277 miljoen ton of 4,4% minder dan vorig jaar. Hoe staat het met de graanoogst in eigen land?

“In eigen land zien we andermaal grote verschillen in opbrengst van graan tussen de zwaardere en de lichtere en dus meer droogtegevoelige gronden. De regionale verschillen zijn groot, ook mede gelet op de weersomstandigheden die niet overal dezelfde waren. Voor tarwe is er gemiddeld sprake van een redelijk goede oogst. Dat kan niet zo eenduidig van de gerst worden gezegd. Het is ook duidelijk dat op een aantal bedrijven de fysieke opbrengst en kwaliteit hebben geleden onder de besparing op het gebruik van dure stikstofmeststoffen.”

Jacques Van Outryve, senior writer / Illustraties: Joris Snaet

Vinger aan de pols

Over graanoogst gesproken: het is niet de fysische maar de financiële opbrengst die uiteindelijk telt. En dat brengt ons opnieuw bij de vele onzekerheden van de markt. Wat doe je daar aan? Hou de vinger aan de pols. Volg de marktevoluties en ontwikkelingen op de termijnmarkt, ook de evoluties van de kosten. Leg niet alle eieren in dezelfde mand maar diversifieer. En, hou een set instrumenten van risicobeheer achter de hand. Risicobeheersing zal, gezien de toegenomen onzekerheden, steeds meer aan belang winnen. Voorbeelden zijn de brede weersverzekering om klimatologische risico’s in te dekken en de termijnmarkt voor graan en veevoedergrondstoffen om prijsrisico’s af te dekken, naast de klassieke contracten die met afnemers kunnen afgesloten worden. In de huidige context is het noodzakelijk dat op bedrijfsniveau de nodige robuustheidsoefeningen gemaakt worden om zodoende een inzicht te krijgen in de mate waarin een bedrijf schokken van buitenaf kan opvangen.