mestmeesters

Boeren inspireren met goede bemestingspraktijken in Mestmeesters

Met een filmisch uitgewerkte documentaire Mestmeesters toont VLM hoe toekomstgerichte landbouwers met goede bemestingstechnieken zorg dragen voor hun gewas, bodem én waterkwaliteit. Tijdens de première van de voorstelling werd het belang van kennisdeling naar en tussen boeren naar voor geschoven. Het is immers de boer op het terrein die het beste kan beslissen wat wel en niet werkt.

Adjunct-kabintetschef Jelle Vandenberghe verving Minister van Omgeving Zuhal Demir bij de lancering van de documentaire. Hij toonde zich namens de minister dankbaar voor de getuigenis van de vier boeren. “Het is ontzettend moedig van hen om samen met VLM hun verhaal te brengen. De problematiek rond mest hoeft geen problematiek te zijn. Mest is een belangrijke grondstof, maar moet op de juiste manier gebruikt worden.”
De VLM verwijst bij een goed bemestingsmanagement naar de 4 J’s: de juiste mestsoort, de juiste dosis, het juiste tijdstip en de juiste bemestingstechniek. Dat dit niet voor elke landbouwer op dezelfde manier kan ingeschakeld worden bleek ook uit de getuigenissen van de landbouwers in de documentaire.

Getuigenissen van landbouwers

Steven Van Hyfte is akkerbouwer in Sint-Jan-in-Eremo (Sint-Laureins) in Oost-Vlaanderen. Hij heeft ook een hoeve-automaat waarin onder andere brood op basis van meel van de eigen akkers wordt aangeboden. Naast baktarwe teelt hij onder ander ook aardappelen en graszaad. Voor het toedienen van de drijfmest maakt hij gebruik van de navelstrengtechniek die de verdichting van de bodem tegengaat. Kunstmest wordt met de gps in de tractor verdeeld. En waar het kan wordt stalmest gebruikt om het organischestofgehalte te verhogen. Akkerranden vormen een buffer voor nutriënten ten opzichte van de beek.

Bioboer Nico Vandevannet uit Hertsberge (Oostkamp) vermijdt chemische meststoffen op zijn biobedrijf ‘De Levende Aarde.’ Hij gelooft rotsvast in de aanwezigheid van nuttige schimmels om de bodemkwaliteit op een topniveau te houden. Doorheen het jaar teelt hij een 40-tal verschillende groenten waarmee hij ook naar de markt gaat. Door het gebruik maken van niet-kerende bodembewerking wil hij het bodemleven zo min mogelijk beschadigen. Ook het achterlaten van gewasresten en groenbemesters geven bodembedekking en dragen bij tot de koolstofopbouw in het land.

Josse en Jan Peeters van Hof ten Bosch uit Huldenberg hebben de chipsaardappelteelt als hoofdteelt, maar daarnaast telen ze ook suikerbieten, tarwe, maïs en koolzaad. Daarnaast hebben ze een aantal beheersovereenkomsten lopen voor onder andere hagen & heggen en akkerranden. Waar het kan werken ze met niet-kerende bodembewerking. Als de basismesting na toepassing nog tekortkomingen blijkt te hebben in de analyses, wordt er gecorrigeerd met bladmesting.

Vader Dominique en zoon Stijn Kesters uit het Limburgse Bree melken zo’n 140 koeien van het roodbonte ras. Zij proberen in hun akkerbouw zo veel mogelijk alles zelf te telen voor het voeder van hun dieren: gras/hooi, gerst, maïs. “Het helpt ons het best om de volatiliteit van de markten te weerstaan”, aldus Dominique. Hun zorg voor het milieu uit zich ook in het reduceren van de methaanuitstoot, onder andere via de mestrobot die de roosters schoonhoudt en de verstrekking van bierdraf in het rantsoen. Mest uitrijden gebeurt met gps. Door teeltrotaties met onder andere vlinderbloemigen houden ze de stikstof in de bodem vast.

Schaf de kalenderlandbouw af

Een veelheid van technieken dus, maar wat hebben deze gemeen? “We willen de bodem beter achterlaten dan hoe we ze gekregen hebben”, vatte Nico Vandevannet samen in het panelgesprek achteraf. Hij ziet het verhogen van het organische stofgehalte in de bodem als een cruciaal instrument in het garanderen van de bodemkwaliteit. Akkerbouwer Steven Van Hyfte had daaromtrent een belangrijke boodschap: schaf de kalenderlandbouw af. Laat de boer beslissen wanneer en hoe hij de bodem het beste bewerkt. Het voorbije jaar toonde nogmaals aan dat het belangrijker is om te kijken naar de natuur en de veldomstandigheden dan naar de kalender om te bepalen wanneer er bemest of groenbemester ingezaaid kan worden.

Aanpakken adviezen

Professor Stefaan De Neve (UGent) geloofde eveneens in het optimaliseren van de bodemkwaliteit om nutriëntenverliezen tegen te gaan. Een betere bodemkwaliteit geeft een betere mineralisatie en dus een betere beschikbaarheid voor de plant en minder verliezen. Volgens hem wordt er nog te vaak te veel mest geadviseerd. “In het aanpakken van die bemestsingsadviezen is er nog werk aan de winkel”, zo meende hij.

Betere adviezen en vooral een betere begeleiding vormen ook de kern van wat B3W doet, de Begeleidingsdienst voor een Betere Bodem en Waterkwaliteit. Saartje Degelin van B3W legt uit hoe de Vlaamse onderzoeks- en praktijkcentra hier invulling aan geven. Kennis wordt niet alleen gedeeld op het niveau van de onderzoekscentra maar in de eerste plaats naar de landbouwers. Via individuele begeleiding van boeren, maar ook via demonstraties waarbij landbouwers over hun goede praktijken vertellen aan andere landbouwers. “Hoe hebben zij het aangepakt, welke drempels zijn ze tegengekomen en hoe hebben ze deze overwonnen; daar kan je als boer iets van leren”, meende Saartje Degelin. Tegelijkertijd erkende ze dat het een opdracht blijft om voldoende landbouwers te bereiken, terwijl ze al heel veel dingen aan hun hoofd hebben.

Eerlijk durven zijn

Andere managementtechnieken komen bovendien ook met een andere kant van de medaille. “Als adviseurs moeten we ook eerlijk durven zijn. Niet-kerende bodembewerking is bijvoorbeeld veel meer dan enkel die ploeg in de loods te laten staan. Het vraagt expertise. Je moet nadenken over teeltrotatie, onkruidbestrijding en een goede zaaibedbereiding. Wie kiest voor niet-kerende bodembewerking kan op korte termijn te maken hebben met meer onkruid en minder opbrengsten; de voordelen manifesteren zich pas op langere termijn. Daar moeten we boeren op durven wijzen, zodat ze niet snel gedesillusioneerd afhaken. De doorzetters raken er wel.”
 

Kalenderlandbouw past niet

Akkerbouwer Steven Van Hyfte uit Sint-Jan-in-Eremo (Sint-Laureins)spant zich elke dag in voor een betere bodemkwaliteit. “Ik probeer voor tarwe dierlijke (drijf)mest in het voorjaar te gebruiken, en stalmest op de stoppel in de zomer. Nutriënten uit stalmest spoelen minder snel uit dan bij drijfmest.” Ook ziet hij verdere mogelijkheden voor het toepassen van drijfmest in aardappelen, tarwe en bieten.  Hij hamerde er in het debat vooral op dat er naar de bodemomstandigheden moet gekeken worden. Alhoewel hij een grote voorstander is van uitrijden van mest met de navelstrengtechniek, lukte dit afgelopen seizoen maar op een klein deel van de wintertarwe. Het seizoen startte immers erg laat en de tarwe werd te groot voor deze techniek. Dat er op zondag geen dierlijke mest mag uitgereden worden, vindt hij jammer.

Navelstrengtechniek

“De loonwerkers die bij ons in de buurt volgens de navelstrengtechniek uitrijden, rijden op zondag allemaal naar Nederland. Dat dit daar wel kan, en hier niet is jammer, zeker als de omstandigheden perfect zijn. Het is immers een korte periode waarop veel tarwepercelen bemest moeten worden. Het is beter om naar de omstandigheden op het veld te kijken dan naar de kalender”, argumenteert hij.

Het atypische jaar 2023 met een seizoen dat heel laat startte en ook heel nat eindigde is daarbij een voorbeeld van hoe je altijd met de natuur moet rekening gehouden. “Wij hebben in het verleden wel eens groenbemester ingezaaid in slechte omstandigheden, maar het moest nu eenmaal volgens de regelgeving. Dat is tegen het gezond boerenverstand en niet logisch.” Daarnaast uitte Steven ook nog eens zijn bekommernis dat ook andere actoren, zoals huishoudens en waterzuiveringsinstallaties, ook nog grote inspanningen moeten doen om de waterkwaliteit samen verder te doen verbeteren.

Bron: Boerenbond.

Steven