Menu

Terug naar Actualiteit >Bio maakte sprong voorwaarts in 2016

Alle regio's
Alle sectoren

Onlangs werd het jaarlijkse Biorapport van de Vlaamse overheid voorgesteld.  Daaruit blijkt dat bio in de lift zit en dat het Europese bio-areaal blijft groeien. Het verdubbelde namelijk in de laatste 10 jaar, met een totaal areaal van 11,2 miljoen hectare eind 2016. Dat komt overeen met 6,4% van het totale Europese landbouwareaal. Vlaanderen hinkt achterop met een bio-areaal van 1,1%. Opvallend is wel dat de bedrijfsleiders van biologische bedrijven gemiddeld een stuk jonger zijn dan hun gangbare collega's.

Ondanks het feit dat het Vlaamse bio-areaal slechts 1,1% bedraagt, kende het areaal vorig jaar wel een heel sterke groei van 30%, zodat het op bijna 7000 hectare komt. Dit is deels te wijten aan een groot aantal omschakelende melkveebedrijven en een aantal omschakelende akkerbouwers-groentetelers. Het bio-areaal in Wallonië bedraagt het tienvoudige, zo’n 71.000 hectare, met een aandeel van 9,7%.

Het aantal biobedrijven in Vlaanderen groeide eveneens fors, met 75 nieuwe aanmeldingen, maar 15 bedrijven hebben hun bio-activiteiten stopgezet. Dit brengt het totaal op 430 biobedrijven, een aandeel van 1,8% van de Vlaamse landbouwbedrijven. Van deze bedrijven zijn er 130 (ook) actief in de dierlijke productie; 84% van de bedrijven is gespecialiseerd, met als belangrijkste specialisaties groenten in de openlucht, dierlijke productie en akkerbouw. In bijna alle dierlijke bedrijfstakken is er een toename van de productie, behalve in de geiten- en schapenhouderij (status-quo). De uitschieters van 2016 waren de 12 omschakelende melkveehouders, die tegen eind 2017 zullen zorgen voor een verdubbeling van de biologische melkproductie in Vlaanderen (van 7,2 naar 13 miljoen liter).

Er is een groot contrast tussen het bedrijfsareaal van de grondgebonden dierlijke productie (in de praktijk vooral herkauwers) en van de kleinschalige groente- en fruitproductie. De helft van het bio-areaal wordt bewerkt door de 32 grootste biobedrijven. Heel wat groente- en fruittelers bewerken een areaal van minder dan 15 hectare. Slechts een beperkt aantal bedrijven heeft een areaal van meer dan 50 hectare, vooral in de melkveehouderij. Om de groeiende vraag naar granen en groenten (industrie en vers) te kunnen invullen, zullen ook wat grotere akkerbouwbedrijven de stap naar bio moeten zetten.

Ook in Wallonië zien we een forse groei van de biosector. Er kwamen in 2016 zo’n 146 nieuwe biobedrijven bij, wat het totaal brengt op 1500 biobedrijven (11,8%).

Jonge(re) bedrijfsleiders

De bedrijfsleiders van biologische agrarische bedrijven zijn gemiddeld jonger dan hun gangbare collega’s. Twee derde van hen is jonger dan 55 jaar. Dit geeft aan dat jonge land- en tuinbouwers toekomst zien in de biosector. De bioproductie kent ook heel wat instromers van buiten de sector, die al dan niet na een opleiding hun kans wagen om een biobedrijf op te starten. Dit zijn doorgaans kleinschaligere bedrijven, maar niettemin met enthousiaste en innoverende bedrijfsleiders. De grote groei in het bio-areaal komt wel voornamelijk van de bestaande landbouwbedrijven die omschakelen.

Marktvraag blijft toenemen

De consumptie van biologische voedsel in België groeide in 2016 met 12%. Brussel was de sterkste groeier met 20%, gevolgd door Wallonië (18%) en Vlaanderen (7%). Op 8 jaar tijd verdubbelde de omzet van de Belgische bioconsumptie tot 586 miljoen euro. Brussel kende in die periode zelfs een verdrievoudiging. Belangrijke groeiers zijn groenten en fruit, zuivel, brood, aardappelen en eieren. Het marktaandeel van verse bioproducten groeit hiermee naar 3%. Uitschieters in het marktaandeel zijn eieren (14%), groenten (6,6%), fruit (4,3%) en aardappelen (5%). Een derde van de biobestedingen gaat naar de categorie AGF (aardappelen, groenten, fruit).

Ook wat de distributiekanalen voor biovoeding betreft, zijn er enkele opmerkelijke zaken. De hard discounts (Aldi, Lidl …) mengen zich in de strijd om de bioconsument en versterken hun marktaandeel van amper 3,2% in 2014 naar 9,4% in 2016. De grootste kanalen blijven nog steeds de klassieke supermarkten met 41,5% (Colruyt, Delhaize, Carrefour …) en de gespecialiseerde zaken met 31% (Bioplanet, Origin’O …).

Advies is gewenst

Het verstrekken van informatie en advies aan geïnteresseerde en omschakelende bedrijven blijft een absolute noodzaak. Sinds de start van het ‘Strategisch plan voor bio’ in 2008, waarbij de Vlaamse overheid een budget vrijmaakte voor onder meer ondersteuning en begeleiding van omschakelaars, zien we dat het aantal bedrijven die een geslaagde omschakeling naar bio maken toeneemt. Dat geeft aan dat een goede begeleiding noodzakelijk is tijdens deze fase van de bedrijfsontwikkeling. De overheid voorziet hierin via de projecten ‘Bio zoekt Boer’ en ‘Bio zoekt Keten’ en de subsidiëring van advies door gespecialiseerde biobedrijfsadviseurs. Een derde van de omschakelende bedrijven maakt hier dankbaar gebruik van. Ook bestaande biobedrijven kunnen het gesubsidieerde biobedrijfsadvies benutten om hun bedrijfsvoering bij te sturen en hun resultaten te optimaliseren.

Ondanks al deze inspanningen, zijn over een periode van 11 jaar toch 88 bedrijven gestopt met bio om diverse redenen: pensionering of gezondheidsoverwegingen, terugschakelen naar gangbaar of een totale stopzetting van de landbouwactiviteiten. De helft van de stoppers zijn tuinbouwbedrijven.