Menu

Bij het begin van het Europese schooljaar

Terug naar Actualiteit
Thema: 
Voorzitter Sonja De Becker kondigde vorige week in haar ‘Op de eerste rij’ de nieuwe start van een druk werkjaar aan. De syndicale agenda is meer dan goed gevuld. Pikken we er enkel Europa uit, dan stoten we op een tsunami van initiatieven. Ook internationaal wordt dit najaar hoog spel gespeeld.

Jacques Van Outryve, senior writer | Illustratie: Joris Snaet

“Internationaal en Europees beleid zijn een beleid van grote woorden die uiteindelijk in kleine lettertjes worden omgezet naar de realiteit op het land- en tuinbouwbedrijf”, zei Giel Boey deze zomer in Boer&Tuinder. Alle redenen om ook dit schooljaar goed bij de les te blijven.

Volgende week spreekt Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, haar State of the European Union uit voor het Europees Parlement. De state of the union is overgewaaid uit de Verenigde Staten en sinds een tiental jaar ook een Europese geplogenheid geworden. Bij het begin van het nieuwe (werk)jaar wordt een stand van zaken gegeven, gekoppeld aan een evaluatie en bijsturing van het beleid. Het wordt alvast een stevige boodschap want Europa staat voor zware interne en externe uitdagingen. Was dat ooit anders? Neen, maar met het herstelbeleid na de coronapandemie, het ambitieuze Europese klimaatbeleid (Green Deal) en de nieuwe strijd om de internationale pikorde valt er dit schooljaar net iets meer te beleven dat ons rechtstreeks raakt. Deze maand houden de Verenigde Naties (VN) in de marge van hun jaarvergadering in New York een Food Systems Summit over de transformatie of transitie van voedselsystemen, ook bij ons. Daar wordt zowel door Vlaanderen als door Europa naar uitgekeken want op beide niveaus is een gelijkaardige oefening aan de gang met ‘Vlaamse kost’ (Vlaamse voedselstrategie) en de Farm to Fork-strategie. Nadien volgen nog de – eveneens wegens corona – uitgestelde VN-conferentie over biodiversiteit (COP15) (Kunming/China) en de VN-conferentie over de klimaatverandering (COP16, Glasgow/VK) plaats. COP staat voor Conference of the Parties of de conferentie van alle partijen die de betreffende internationale akkoorden of conventies hebben ondertekend en dat is in beide gevallen zowat de hele wereld. Ook hier wordt zowel door Vlaanderen als Europa naar uitgekeken want de internationale akkoorden zijn bindend. Europa zal op deze internationale fora met zijn Green Deal uitpakken, het ambitieuze plan om van Europa tegen 2050 het eerste klimaatneutrale continent te maken. Vandaar ook die haast en tsunami van Europese initiatieven op alle vlakken en bestemd voor alle sectoren. De Green Deal bouwt immers voort op afspraken die internationaal zijn gemaakt zoals de 17 duurzaamheidsontwikkelingsdoelstellingen van de VN en het klimaatakkoord van Parijs. Pik je er echter alleen de initiatieven uit die van ver of dichtbij met de land- en tuinbouw te maken hebben dan bots je van de ene maatregel op de andere, van de ene tegenstelling op de andere. Wie ziet door de bomen het bos nog? Wij gingen te rade bij Giel Boey, adviseur Internationaal beleid bij Boerenbond.

“Als je de Green Deal als een bos en de vele initiatieven als bomen zou beschouwen, dan is het een netjes aangeplant bos. Vanuit een drone zou je zien hoe mooi het bos eruitziet. We weten van de bosbeheerder ook waar en wanneer welke bomen komen of welke bomen er al dan niet zullen worden weggehaald of gesnoeid. We weten echter niet onder welke voorwaarden. Bij het agenderen van dossiers binnen de Green Deal is het van belang dat de voorwaarden en context vanuit de landbouwsector duidelijk worden gemaakt. Want verder verduurzamen is iets wat de sector allang doet. De manier waarop moet haalbaar en betaalbaar zijn. Het heeft geen zin steeds meer soorten bomen te planten, terwijl wij weten dat ze op die plaats niet zullen groeien of de zon van oudere mooie bomen zullen wegnemen. Het heeft ook geen zin om zodanig te snoeien waardoor bomen niet meer gaan bloeien. Beleidscoherentie (lees: goed bosbeheer) is sleutel tot succes.”

Green Deal gaat niet enkel om landbouw maar om alle sectoren. Er zijn er die nog niet veel hebben gedaan en dringend aan een inhaalbeweging toe zijn. Denk aan mobiliteit, renovatie van gebouwen, transport … Hoe komt het dat landbouw altijd wordt geviseerd? Of is dat slechts een indruk?

“Landbouwbeleid is per definitie Europees beleid, al van bij de opstart van de Europese Unie. Met het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) heeft Europa meer greep op de landbouwsector dan op andere sectoren. Ook wat de middelen betreft. Maar het GLB kan niet alle Europese problemen oplossen. Niettegenstaande het GLB de motor van verduurzaming in de landbouwsector is en in de toekomst nog meer zal zijn, heeft het zijn limieten. Enerzijds moet het GLB prioritair inzetten op de eigen doelstellingen. En, die doelstellingen zijn gekend. Ik hoef ze hier niet te herhalen. Anderzijds wordt het GLB-budget steeds kleiner, maar het GLB toch strenger. Als we zien dat de Green Deal grote ambities en doelstellingen voor landbouw in petto heeft, zou het logisch zijn moest ook het GLB-budget stijgen. Daarnaast is het ongelooflijk belangrijk om een samenhangend beleid te voeren en ook andere beleidsdomeinen te laten bijdragen aan de doelstellingen voor de landbouwsector, zoals het handelsbeleid. Ten slotte moet er een beleid van gelijke snelheden worden gevoerd. Men kan beleidsmatig niet enkel doorduwen met het ene omdat het Europees gemakkelijker ligt en niet met het andere omdat hiervoor de weg van de lidstaten of zelfs daarbuiten moet worden gevolgd. Zo kan er geen sprake zijn van ‘just transition’ of ‘eerlijke transitie’ zoals de Europese Commissie dat zo mooi zegt.”

Het lijkt wel of wij telkens de hakken in het zand zetten. Wij zijn de ‘bad guys’. De anderen, die de dans ontspringen, zijn de ‘good guys’. Wat doe je eraan?

“Er zal bijvoorbeeld nog veel inkt vloeien over het ‘carbon border adjustment mechanism’, een nieuw instrument dat de ware kostprijs van buitenlandse producten met betrekking tot hun CO2-uitstoot aan de Europese grens moet compenseren. Volgens onze logica, gezien de hoge Europese ambities, is dat mechanisme in een bepaalde vorm ook relevant voor land- en tuinbouwproducten. We zien echter dat landbouw voorlopig niet in de scope zit en we zien ook dat dit nog lang niet afgedekt is door de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Het nieuwe instrument zal er niet tijdig zijn. Dan is het natuurlijk moeilijk om als sectororganisatie de hakken niet in het zand te zetten en dan word je al snel weggezet als bad guy. We hebben onlangs nog met een syndicale actie voor de poorten van het Europees Parlement duidelijk gemaakt wat wij vragen. Dat was in elk geval geen motie tegen vergroening of tegen de Green Deal. Wij vragen wel om niet verpletterd te worden onder de domino van verschillende beleidsdoelstellingen. Maar ook dat er de nodige aandacht is voor de realiteit op het boerenbedrijf. De boer betaalt te vaak de factuur. Het is toch in ieders belang dat we onszelf niet in de voet schieten door de concurrentiepositie van onze primaire sector, hofleverancier van veilige, kwaliteitsvolle en duurzame land- en tuinbouwproducten, te vrijwaren. Niet, soms? Men weet de pijnpunten nochtans aan te stippen in de Europese strategieën, maar het mag niet bij een lippendienst blijven.”

Over de gevolgen voor de sector van de initiatieven in de Farm to Fork-strategie (FtF), onderdeel van de Green Deal die ons het meest rechtstreeks treft. Het Joint Research Center (JRC), het onderzoekscentrum van de Europese Commissie, bracht deze zomer ‘en stoemelings’ een eerste effect- of impactbeoordeling uit. Wat mogen we daaruit onthouden?

“Het meest relevante resultaat is dat de uitvoering van F2F hoe dan ook een impact op de Europese landbouwproductie zal hebben en dat er meer inspanningen nodig zijn om die impact te milderen. Het rapport bevestigt onze eigen bedenkingen. Copa-Cogeca, de Europese koepel van landbouworganisaties en -coöperaties, heeft sterk gereageerd. En, met reden! Het is sowieso vrij doorzichtig om zo’n rapport in volle zomer, tijdens het Europees zomerreces, uit te brengen. Zeker na de herhaaldelijke vraag vanuit de landbouwsector naar een dergelijke impactstudie sinds de lancering van de FtF-strategie. Daarnaast wordt het rapport door de auteurs zelf dunnetjes weggezet als nogal vrijblijvend en onvolledig, waardoor het zogezegd niet als echte impactstudie geldt. Meer nog, er wordt tegelijk een nieuwe oproep naar een meer holistische impactstudie gedaan. Iets wat we trouwens alleen maar kunnen ondersteunen. De Europese Commissie wil de impact inschatten en beoordelen van elk initiatief en strategie afzonderlijk terwijl net de cumul van strategieën, van de nieuwe eisen en doelstellingen in kaart zou moeten worden gebracht.”

Wat zeggen de eerste cijfers in deze onvolledige studie?

“Die zijn hallucinant. Er worden afhankelijk van de verschillende scenario’s productiedalingen opgetekend gaande van 5% tot 15%, inclusief een toename van de productiekosten met ongeveer 10%. Daarenboven wordt aangetoond dat de maatregelen wel degelijk een positief effect hebben op de uitstoot van broeikasgassen, maar dat de inspanningen deels teniet worden gedaan door een stijging van de uitstoot (en van de productie) in landen buiten de Europese Unie. Pekka Pesonen, secretaris-generaal van Copa-Cogeca, vatte het goed samen: “If we do not want to organise the relocation of part of our agriculture to third countries, the European Union must be as ambitious in its trade policy as it is with its in-house strategies."

Een goed verstaander heeft niet meer uitleg nodig. Tot slot, verwijzend naar je zomerinterview in Boer&Tuinder over het nieuwe GLB, hoever staan de besprekingen over de strategische plannen?

“Het Europese politieke akkoord van juni over het nieuwe GLB laat het voortzetten van het Vlaams beslissingsproces toe. Op dit moment loopt de eerste fase in de opmaak van het milieu-effectenrapport. We zullen samen met de collega’s van de Studiedienst en de besturen inspraak leveren. In het najaar verwachten we langs de ene kant de finale goedkeuring in het Europees Parlement en langs de andere kant ook de verdere validatie van het Vlaams strategisch GLB-plan. Het najaar is dus cruciaal om de puntjes op de ‘i’ te zetten. Begin 2022 moet Vlaanderen het strategisch plan bij de Europese Commissie indienen. Zoals gekend start het nieuwe GLB op 1 januari 2023, nadat de Europese Commissie de strategische plannen zal hebben goedgekeurd.”

Intussen blijft alles bij het oude, weliswaar met aangepast budget en het tijdelijk instrument, de pre-ecoregeling.

Meer informatie

Thema: