BCZ vraagt ruimte om duurzame zuivelsector te versterken

12 mei 2022

De Belgische Confederatie van de Zuivelindustrie vertegenwoordigt nagenoeg alle zuivelverwerkende bedrijven. De leden van BCZ halen 98% van alle melk in Vlaanderen en in België op en staan in voor de verwerking tot zuivelproducten, alsook voor de commercialisatie ervan.

Omgekeerd is 90% van alle melk, die de BCZ-leden verwerken, afkomstig uit ons land. Er wordt ook wat melk verwerkt afkomstig uit aangrenzende regio’s van enkele buurlanden. De zuivelindustrie is dus heel sterk verbonden met de melkveehouders in Vlaanderen.

BCZ beseft heel goed dat we momenteel in Vlaanderen tegen bepaalde milieugrenzen aanbotsen. "We erkennen dat een verdere en versnelde daling van stikstofemissies zich opdringt. BCZ pleit voor een stikstofaanpak, gestoeld op innovatie en technologische maatregelen", stelt Renaat Debergh, afgevaardigd bestuurder BCZ-CBL.

Behoorlijke emissiereductie door investeringen

Door investeringen in stallen, door managementmaatregelen, door nieuwe technologieën zoals pocketvergisting, kan er een behoorlijke reductie van de emissies worden gerealiseerd. In Nederland becijferde de Universiteit van Wageningen een reductie van de uitstoot van stikstof in de melkveehouderij van 28% door een combinatie van technologische en innovatieve maatregelen.

"BCZ vraagt dat de overheid deze ‘niet-productieve’ investeringen bij melkveehouders sterk ondersteunt. Door een slim investeringsbeleid kunnen we inzetten op de blijvers in de sector en bieden we perspectief aan melkveehouders die verder willen verduurzamen."  

Ontwikkeling afhankelijk van melkveehouderij   

De ontwikkeling van de zuivelindustrie in Vlaanderen is heel sterk afhankelijk van  de ontwikkelingen en de ontwikkelingsruimte van de melkveehouderij. Dat wordt duidelijk als we even terugblikken in de tijd. "In de periode 1984 -2015 werden de melkleveringen binnen de sector bevroren door de melkquota. Het volume melk dat de zuivelindustrie kon verwerken lag daarmee vast."  

"Pas toen duidelijk werd dat de quota losgelaten werden kon de zuivelindustrie investeren in nieuwe verwerkingscapaciteit en in een verregaande modernisering van de installaties, vanwege een nieuwe dynamiek in de zuivelsector", stelt Renaat Debergh.

"De zuivelindustrie beseft dat de sterke groei van de voorbije jaren niet houdbaar is, maar op basis van de vooruitzichten inzake de vraag naar zuivel is een gematigde groei van de melkproductie mogelijk voor de komende jaren. Een tweede krimpscenario, zoals de quota, zou leiden tot een verslechtering van de concurrentiepositie van de zuivelondernemingen in Vlaanderen en tot desinvesteringen en afbouw. "

dd

"Vlaanderen is bij uitstek geschikt voor melkveehouderij en moet de mogelijkheid blijven bieden aan jonge landbouwers om met respect voor natuur en met investeringen in duurzaamheid een leefbaar bedrijf uit te bouwen. De ruimte die vrijkomt door landbouwers die hun bedrijf stopzetten moet maximaal benut worden om jonge landbouwers nieuwe kansen te geven."

"In de huidige context van voedselonzekerheid moeten we alles op alles zetten om op een doordachte manier een stikstofkader uit te werken dat naast de natuurdoelstellingen maximaal inzet op toekomstige voedselvoorziening. Onze jonge landbouwers zijn daarbij onze beste troeven."

dfd
Negatieve impact van stikstofakkoord  

"De overheid heeft geen berekening gemaakt van de socio-economische gevolgen van het stikstofakkoord noch op de melkveehouderij noch op de zuivelindustrie. Momenteel is het heel moeilijk om hierover een becijfering te maken: de maatregelen zijn nog niet duidelijk, we weten niet hoe melkveehouders zullen reageren op de nieuwe onzekerheden, voor het Turnhouts vennengebied moet nog een akkoord uitgewerkt worden...", zegt Renaat Debergh.

De groei van de sector wordt nagenoeg lam gelegd : jaarlijks stoppen 3à4% van de melkveebedrijven en de blijvers kunnen de vrijgekomen ruimte niet benutten. "Een daling van de melkleveringen met 10% of meer behoort zeker tot de mogelijkheden, zeker ten opzichte van de verwachte volumes waarop zuivelondernemingen hun investeringen hadden afgestemd. Dit betekent minimaal 300 miljoen liter melk minder in Vlaanderen . Deze hoeveelheid stemt overeen met het wegvallen van 3 middelgrote zuivelondernemingen, die in Vlaanderen melk ophalen en verwerken."

Socio-economische effecten
  • Een daling van de omzet met minstens 400 miljoen euro.
  • Een verlies van 600 jobs in de landelijke gebieden (jobverlies bij toeleveranciers en afnemers niet meegerekend). De tewerkstelling in de zuivelindustrie was de afgelopen 5 jaar met 10% toegenomen.
  • Onze zuivelondernemingen verliezen aan concurrentiekracht op de Europese en internationale markt.
  • Het handelsoverschot op het vlak van zuivelproducten (ruim 300 miljoen euro in 2020) kan volledig verdwijnen.
  • Investeringen in de zuivelindustrie zullen fors dalen.
  • De zuivelindustrie moet overcapaciteit afbouwen, desinvesteren en herstructureren. Dit kan negatief uitwerken op de melkprijs aan de boer.  
  • De zelfvoorzieningsgraad, momenteel 109 % voor zuivel, daalt onder de 100% : Vlaanderen is niet langer zelfvoorzienend in zuivelproducten.
  • ...
Bijsturingen zijn dringend nodig

De zuivelsector is een sector met toekomst in Vlaanderen. De sector is in grote mate circulair , valoriseert permanent grasland en nevenstromen uit de voedingsindustrie, is voorloper op het vlak van duurzaamheid en levert nutritioneel hoogwaardige producten van lokale bodem aan de bevolking.   

"Allereerst vragen wij ons af waarom de overheid kiest voor een referentiejaar van 2015 , dit is inmiddels 7 jaar geleden. Ondertussen is er heel wat veranderd in de landbouw. Vooral de melkveehouderij, die 30 jaar opgesloten zat in een quotakeurslijf, wordt hierdoor benadeeld. Het getuigt niet van goed bestuur om met een referentiejaar te werken dat te ver in het verleden ligt. Bij de instelling van de quota in 1984 werd met referentiejaar 1981 (- 3 jaar ) gewerkt, nadien konden de lidstaten opteren voor referentiejaar 1983, wat ook bij ons gebeurd is.

De zuivelindustrie vraagt dat de overheid maximaal inzet op innovatie en technologische maatregelen. Door inzet van subsidies, zie de grote bedragen die in Nederland vrijgemaakt worden, moet verdere reductie van de stikstofemissie in de melkveehouderij haalbaar én betaalbaar worden.

Toekomstperspectief

Op basis van de marktverwachtingen, op basis van een structureel zwakker aanbod van melk in de EU in de komende jaren gelooft BCZ  in een goed toekomstperspectief voor de melkveehouderij in Vlaanderen.

"Laat ons dit toekomstperspectief valoriseren ten gunste van onze jonge boeren en melkveehouders die hun bedrijf verder willen uitbaten, maar ook ten gunste van de hele maatschappij en dit met respect voor natuur en milieu. Geef ruimte en toekomst aan een duurzame zuivelsector die toekomstgericht is", besluit Renaat Debergh.

Bron: BCZ