Menu

Terug naar Actualiteit >Aangepaste regels voor ontsmette zaaizaden

Alle regio's

Dit voorjaar heeft de EU zich uitgesproken voor een verder verbod op het gebruik van de drie neonicotinoïden (NNI’s) clothianidin, imidacloprid en thiamethoxam. In België zal een 120 dagenregeling het uitzaaien van zaaizaden behandeld met clothianidin of thiamethoxam toch tijdelijk toelaten in een aantal teelten.

Op 27 april van dit jaar hebben de experts van de 28 EU-lidstaten het gebruik van de neonicotinoïden clothianidin, imidacloprid en thiamethoxam verder verboden. Als gevolg van dit verbod mag je gewasbeschermingsmiddelen die één of meer van deze drie neonicotinoïden bevatten alleen nog toepassen op gewassen of hun zaaizaden als die gewassen gedurende de volledige levenscyclus in een permanente kas blijven. Dat heeft grote gevolgen voor onder andere suikerbieten, slasoorten, andijvie en wortel in de openlucht. Neonicotinoïden worden in de zaadcoating toegepast onder meer om in deze teelten bladluizen te bestrijden, om bodeminsecten in suikerbieten, groentevliegen in wortel en wollige wortelluizen in sla of andijvie te bestrijden. Het alternatief is één of meerdere volleveldsbespuitingen met insecticiden, maar die scoren minder goed op het vlak van duurzaamheid, milieuvriendelijkheid én werkzaamheid. Zeker wanneer deze insecten ook virussen overdragen, kan de schade in het gewas zeer hoog oplopen bij een slechte bestrijding.

120 dagenregeling

De Europese wetgeving geeft aan de lidstaten de mogelijkheid om een tijdelijke ‘noodtoelating’ te geven aan gewasbeschermingsmiddelen als er geen alternatieven beschikbaar zijn en de economische rentabiliteit van een teelt in het gedrang komt. Zo’n noodtoelating geldt eenmalig, voor een periode van 120 dagen. België heeft daarom een 120 dagenregeling goedgekeurd om clothianidin en thiamethoxam toch tijdelijk toe te laten als zaadcoating in suikerbieten, wortelen, andijvie en slasoorten – weliswaar onder strikte voorwaarden en alleen voor de uitzaai van deze gewassen in 2019. Deze regeling geldt niet voor voederbieten.

Voorwaarden bij uitzaai in 2019

Om alle risico’s voor bijen uit te sluiten, ook in de volggewassen, worden er enkele bijkomende voorwaarden opgelegd bij het gebruik van zaaizaden die met neonicotinoïden ontsmet werden. Voor suikerbieten, wortelen, slasoorten en andijvie waarvan het zaaizaad behandeld is met de neonicotinoïden clothianidin en/of thiamethoxam, gelden de volgende beperkingen in de teeltrotatie.

  • Gedurende de eerste twee teeltjaren na de uitzaai van zaaizaden die met nni’s behandeld werden, mag je geen bloeiende gewassen telen die attractief zijn voor bijen. Niet-bloeiende gewassen en granen kunnen wel. Bloeiende groenbedekkers kunnen, op voorwaarde dat je bloei voorkomt door een mechanische behandeling vóór de bloei.
  • Gedurende de drie teeltjaren die daarop volgen, kan je ook bloeiende gewassen zaaien/planten die minder attractief zijn voor bijen, zoals aardappelen, maïs of vezelvlas.

Om deze maatregelen te kunnen toepassen, moet een teler ook op de hoogte zijn van wat andere telers al dan niet gezaaid hebben op de betrokken percelen. In het geval van cultuurcontracten gelden er daarom enkele extra voorwaarden voor zowel pachter als verpachter.

  • De verpachter voegt aan het cultuurcontract per perceel een ondertekende verklaring toe die vermeldt of het zaaizaad van de suikerbieten, slasoorten, andijvie of wortelen al dan niet behandeld werd met de werkzame stoffen clothianidin en/of thiamethoxam.
  • De pachter voegt aan het cultuurcontract per perceel een ondertekende verklaring toe die vermeldt of het zaaizaad van de suikerbieten, slasoorten, andijvie of wortelen al dan niet behandeld zal worden met de werkzame stoffen clothianidin en/of thiamethoxam.

Deze voorwaarden zijn van toepassing voor zaaizaden die ontsmet werden met clothianidin of thiamethoxam en die in de openlucht uitgezaaid worden in 2019. Indien je in 2018 of vroeger deze zaaizaadontsmettingsmiddelen gebruikte, dan zijn deze voorwaarden niet van toepassing.

Voorbeeld

In de tabel hieronder vind je enkele voorbeelden van teeltrotaties waarbij in 2019 een gewas gezaaid wordt met zaaizaden die ontsmet werden met clothianidin of thiamethoxam. De eerste drie voorbeelden kunnen wel, want de teeltrotatie is in orde.

De twee laatste voorbeelden kunnen niet. In het vierde voorbeeld zal er maïs geteeld worden in 2021, maar dat kan niet in het tweede jaar na de uitzaai van met nni’s ontsmette zaden. Dat kan pas vanaf het derde jaar dat volgt op behandelde zaaizaden, aangezien mais ‘minder attractief’ is voor bijen. In het vijfde voorbeeld mag je noch de aardappelen noch het vezelvlas telen in de eerste twee jaren die volgen op een jaar met ontsmette zaaizaden. Dat mag pas vanaf het derde jaar, dus pas vanaf 2022. Bovendien mag je in dit voorbeeld ook de erwten pas telen vanaf 2025, namelijk in het zesde jaar dat volgt op een teelt met zaaizaden die met nni’s ontsmet werden.

Controle en sancties

Deze voorwaarden worden opgenomen in de IPM-richtlijnen (integrated pest management) en in de Vegaplanstandaard. Ze worden opgenomen als categorie 1 in de checklist en je moet dus ze zeker naleven. De OCI’s (onafhankelijke controle-instanties) die IPM controleren op landbouwbedrijven zullen deze richtlijnen opvolgen. Indien nodig zullen ze gepaste en strenge sancties opleggen.

Conclusie

Als teler zal je bij de bestelling/aankoop van zaaizaden van suikerbiet, wortel, andijvie en slasoorten moeten beslissen welke zaaizaadontsmetting je wenst voor deze gewassen. Hou hierbij zowel rekening met de bestrijdingsmogelijkheden in het betrokken gewas als met de teeltrotatie die je de komende jaren wilt aanhouden.

Je kunt de lijst van de betrokken gewassen raadplegen in dit document (pdf) of op Fytoweb.