Menu

“Zonder Europa was Vlaanderen wellicht een ontwikkelingsgebied”

Terug naar Actualiteit
Thema: 
In dit artikel laten we politicus en oud-voorzitter van de Europese Raad Herman Van Rompuy aan het woord over zijn leven en zijn ervaringen. Omdat het door de coronamaatregelen onmogelijk was om op interview te gaan, hebben we Herman Van Rompuy schriftelijk een aantal vragen gesteld en hem zijn antwoorden laten opschrijven. Het resultaat is een levendig verhaal geworden. Misschien is er aan Herman Van Rompuy een goed journalist verloren gegaan …

Bart Vleeschouwers

Een mensenleven is een som van gebeurtenissen, maar evenzeer van de beleving van al wat je overkomt en wat je tot stand kon brengen. Gewoonlijk is een levensgeschiedenis een aaneenrijgen van diploma’s en van beroepen. Ik bespaar de lezer dat. En toch moet ik iets zeggen over mijn thuis, vanwaar ik kom. Mijn ouders zijn geboren, getogen en gestorven in Begijnendijk, in het Hageland. Ik heb er nooit gewoond maar er mij steeds verbonden mee gevoeld. Mijn grootouders hadden er een café. Mijn grootvader langs vaders kant was een duivenmelker. Kan het nog Vlaamser? Mijn vader was een briljant student, hij ‘mocht’ studeren. Hij werd economist en kon op zijn 42ste zijn jongensdroom verwezenlijken: professor worden aan de KUL, nu: KU Leuven. Op de duur waren drie van de vier kinderen economist. Mijn jongste zus is gelukkig een andere weg opgegaan: de zorgsector. Mijn moeder komt uit een nog bescheidener milieu maar heeft humaniora kunnen doen dankzij de vereende inspanningen van de grote familie van mijn grootmoeder. Zij werd management assistent maar moest, zeer tot haar spijt, dat beroep opgeven toen zij trouwde en al vlug moeder werd. Wij zijn opgevoed zonder pretentie, zonder weelde. Vandaag zou men het de middle class noemen. Mijn vader was zeer gelovig, mijn moeder veel minder. De moeder van mijn moeder trok in bij haar enige dochter toen het jonge koppel twee jaar getrouwd was en nog even op een appartement woonde! Tot dan had zij bij haar vader gewoond. Mijn grootvader aan vaders kant was trouwens half boer (jaja, we zijn allen van boerenafkomst) en de helft van de tijd bosopzichter. Mijn grootmoeder was bij ons tot mijn dertigste, toen ik het ouderlijk huis verliet. Zij ‘zorgde’ voor ons. Haar vier kleinkinderen waren haar leven. Er is geen dag dat ik daar niet aan denk.

De volgende veertig jaar van mijn leven heb ik geleefd in het gezin dat ik stichtte samen met Geertrui, die ik in een vliegtuig boven Oeganda ontmoette en die zelf afkomstig was van de Vlaamse Ardennen, de mooiste streek van Vlaanderen. Bij haar thuis waren er zeven kinderen en zelf heeft ze meer dan tachtig neven en nichten. De wereld van gisteren.

De politiek was ver weg in Kluisbergen en toch heeft Geertrui sedert 1995 allerhande politieke mandaten uitgeoefend, tot op de dag van vandaag. We wonen sinds 1978 in Sint-Genesius-Rode. Geertrui bleef steeds in nauw contact met Boerenbond, zoals trouwens heel onze familie. Mijn broer Eric is zelfs Vlaams minister van Landbouw geweest.

We hebben vier kinderen, twee jongens en twee meisjes, zoals bij mij thuis en bij mijn grootouders! We zijn nu met achttien, inclusief negen kleinkinderen. Ze wonen allen in een straal van 22 km, twee zelfs op maar 6 km afstand! Ook dat is Vlaanderen.

Over de politiek spreek ik niet. Er is al genoeg over geschreven. Alleen dit. Ik heb mij van jongs af voor politiek geïnteresseerd, werd actief op mijn zestiende, in 1963, bij de CVP-Jongeren. Ik ben ermee opgehouden op 1 december 2014. Ik heb al mijn jongensdromen kunnen realiseren. Ik heb veel geluk gehad. Daarna heb ik de politiek vaarwel gezegd, tevreden, een beetje fier maar zonder heimwee. Die bladzijde werd zes jaar geleden omgedraaid. Ik schrijf geen terugblik, geen memoires. We zijn allen schakels in een lange ketting.

Europees president

Ik werd voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders en staatshoofden omdat de Franse president Sarkozy en de Duitse bondskanselier Merkel mij dat vroegen. Ik werd premier van België op 30 december 2008. Mijn eerste Europese Raad was pas in maart 2009 en na die bijeenkomst kreeg ik al vragen om later op het jaar, op 19 november, voorzitter te worden. Alles is dus zeer snel gegaan. Je mag maar twee mandaten hebben van 2,5 jaar. Ik bleef dus vijf jaar waarvan het bijna drie jaar crisis was in de eurozone. We konden de euro redden. Alles zou economisch in mekaar gestort zijn mochten we daar niet in gelukt zijn. Het mooiste moment was echter toen ik in december 2012 in naam van de Unie de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst mocht nemen. Ik hield in Oslo in aanwezigheid van de 26 premiers en presidenten (behalve de Brit Cameron) de beste speech van mijn leven. Het was het hoogtepunt in mijn loopbaan. De vrede van de jongste zeventig jaar is het werk van de Europese Unie. Maar in de geschiedenis van de mensheid is vrede de uitzondering en oorlog de regel. Hopelijk schrijven wij de omgekeerde geschiedenis in Europa. Vrede en voorspoed bracht de Unie. Waar zou Vlaanderen staan zonder Europa? Voor de stichting hadden wij in Vlaanderen de hoogste structurele werkloosheid van België. Het Hageland was een ontwikkelingsgebied! Vandaag zijn we een van de meest welvarende regio’s van de wereld. Zonder Europa bleven wij opgesloten in een kleine markt terwijl we nu onze vleugels breed kunnen uitslaan. De Unie is niet perfect maar zonder haar is alles nog veel slechter.

Uitdagingen voor Europa

De Europese eenmaking is een marathon of een Ronde van Frankrijk. Kortom, het is een werk van lange adem. ‘Langzaamheid past grote zaken’. Maar gaat het wel traag? We begonnen met zes West-Europese landen in de jaren 50 en nu zijn we met 450 miljoen en met 27 landen. De Britten hebben ons verlaten, hoewel bijna de helft van hen dat uitdrukkelijk niet wou. Zij zullen binnenkort de prijs kennen van niet-Europa. Vanaf nu is het hun probleem. Wij doen verder met bijna een half miljard mensen en 27 landen. Minstens vier landen willen lid worden van de Unie, maar met Turkije hebben we niets meer te maken.

In de wereld van vandaag met vele opkomende landen, waarvan China het grootste is, moet Europa tonen dat het concurrentieel is, ook in de nieuwe digitale economie die wij kennen. Wij kunnen alleen onze plaats in de wereld verdedigen en uitbouwen als we allen de krachten bundelen. We hebben een achterstand! Van de vijftien grootste digitale bedrijven in de wereld is er geen enkel Europees. Wij worden zo te afhankelijk van anderen. We mogen ook inzake voeding niet even afhankelijk worden. Hoe kunnen wij een wereldmacht zijn als wij zo afhankelijk zijn inzake defensie, energie, migratie, digitaal, geneesmiddelen enzovoort? De Europese Unie wil ook het eerste continent worden dat klimaatneutraal is in 2050. Indien het klimaat niet ten goede keert, zal Vlaanderen ten dele veroverd worden door de zee, met inbegrip van het grootste deel van de landbouwgrond. Daarom besliste de Europese Raad een jaar geleden met de 27 premiers dat we alle netto-uitstoot moeten bannen. Nu komt het erop aan dat uit te voeren in elk land. De lasten moeten zo rechtvaardig mogelijk gespreid worden. Het is hét grote project voor de toekomst. Ik weet hoe de landbouw nu reeds de gevolgen ziet van de opwarming van de aarde. Vandaag is het al niet meer zoals het destijds was.

De Unie, en elk van de lidstaten, gaat dus moeilijke tijden tegemoet. Ik heb dan niet eens gesproken over de dalende bevolking en beroepsbevolking. We komen vandaag al handen te kort, zeker in beroepen die veel handenarbeid vergen. Een aantal mensen willen zo weinig mogelijk migranten, maar we willen wel dat grote delen van de economie en de zorgsector blijven draaien, ook al werken er steeds minder Europeanen in. Kijk maar naar Engeland waar in de ziekenhuizen nog weinig mensen werken met een Britse achtergrond.

In elk geval is het zo dat we de grote problemen van onze tijd niet meer alleen kunnen oplossen. We mogen dus de sirenenzang niet volgen van degenen die denken dat wij onze toekomst alleen kunnen bepalen. Die tijd is voorgoed voorbij. Vlamingen zijn uitgegroeid van een volk waarvan de taal weggedrukt werd en dat arm was naar de regio die we vandaag kennen. Ik onderschat de problemen niet, zeker in de landbouw, maar ik weet waar ik de oplossingen niet moet zoeken.

Europa en de landbouw

De boeren maken wellicht de moeilijkste periode mee sedert tientallen jaren. Er zijn veel externe ontwikkelingen. Tijdens mijn nationale politieke loopbaan had ik te maken met de varkenspest, dertig jaar geleden, en de dioxinecrisis die al twintig jaar achter ons ligt. Als voorzitter van de Europese Raad waren er de Russische tegensancties ten aanzien van bijvoorbeeld onze peren. Maar er zijn ook nieuwe structurele oorzaken van de problemen in de landbouw. Meer er meer spelen de klimaatveranderingen een rol. Zo wordt de landbouw slachtoffer van klimaatveranderingen terwijl de sector zich tegelijk moet verdedigen op het milieufront.

De verwachtingen ten aanzien van de landbouwsector zijn groot. Het voorzien van voldoende en veilig voedsel is als basisdoelstelling aangevuld met andere belangrijke opdrachten in het beheer van de open ruimte en het leefmilieu. Iedereen vindt dat de landbouwsector hierin moet aangemoedigd worden, maar als de cijfers op tafel komen, staan anderen op de rem. Kortom, de landbouw moet zich recht houden in economische en ecologische stormen. Van onze mensen wordt gevraagd om zich aan te passen. Landbouwers leven bovendien samen met ons in een volledig nieuwe wereld, met de digitale revolutie en iets volkomen onverwacht: de pandemie, wellicht niet de laatste! Ik bewonder onze boeren die hiervan telkens het beste moeten maken.

Europa speelt een grote rol in de landbouw en dat al vanaf de stichting. Eén derde van het Europees budget gaat naar landbouw. De Europese ministers van Landbouw bereikten na drie jaar onderhandelen, twee maanden geleden, een akkoord over een aangepast gemeenschappelijk landbouwbeleid. Boerenbond verwelkomde het compromis, maar zei terecht dat er nog veel werk aan de winkel is. Er wordt veel vrijheid gegeven aan de lidstaten om de doelstellingen inzake klimaat, leefmilieu en bevoorradingszekerheid te bereiken. Maar die vrijheid bevat ook een risico omdat de eerlijke concurrentie kan verstoord worden binnen de Unie. Het Vlaams strategisch plan dat in opbouw is, zal dus heel bepalend zijn.

De Europese Green Deal die de Unie in 2050 CO2-neutraal moet maken, bevat de Farm-to-Fork-strategie en opties om de biodiversiteit te versterken. Doelstellingen waarbij andermaal verwachtingen worden gecreëerd ten aanzien van de landbouwsector.

Daarnaast blijft het belangrijk dat de landbouwsector als economische sector erkend wordt. De landbouw en voedingsindustrie zijn een belangrijke economische sector. Elementen als korte keten, verbreding als hoevetoerisme, groene en blauwe diensten bieden kansen, maar ze hoeven niet tegenover de gangbare landbouwsystemen afgewogen te worden op een schaal van goed en kwaad. Eigenlijk moet het Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid ruimte creëren voor verschillende bedrijfstypes om mee te werken aan de gemeenschappelijke doelstelling van duurzame voedselproductie en kwalitatief landschapsbeheer. Het is evident dat een leefbaar inkomen voor de landbouwers zelf een cruciaal element is, wil men in de toekomst landbouw behouden én wees er maar zeker van, dat wil Europa ook.

Verder is Europa van zeer groot belang in het kader van de bescherming van onze landbouw ten aanzien van de wereldhandel. Als we iets geleerd hebben uit de coronacrisis is het dat we op tal van gebieden veel te afhankelijk zijn van de wereld buiten Europa. De mondmaskers waren maar de top van de ijsberg. Hetzelfde mag niet met voedsel gebeuren. Meer dan voorheen zal binnen de nieuwe handelsakkoorden niet alleen gediscussieerd moeten worden over tarieven, maar vooral ook over de voorwaarden waaraan producten en hun productiemethoden moeten voldoen om de toegang tot onze markten te krijgen. Het gaat bijvoorbeeld niet op dat wij hier in Europa zoveel inspanningen zouden doen voor het dierenwelzijn en dat we zouden overspoeld worden door dierlijke producten gekweekt in omstandigheden waar het niet nauw genomen wordt met dat dierenwelzijn. Eerlijke concurrentie is een eerste vereiste.

Meer informatie

Thema: