Menu

“Voor een viroloog is de mens de meest interessante diersoort”

Terug naar Actualiteit
​We kennen hem allemaal van zijn adviserende rol in de coronacrisis, maar viroloog Steven Van Gucht is meer dan dat. Boerenzoon bijvoorbeeld, maar ook dierenarts van opleiding en voorvechter van het gezond boerenverstand. “Op het gebied van infectieziektenbestrijding kan de menselijke geneeskunde nog iets leren van de veehouderijsector.”

Nele Kempeneers

We zien ze haast meer dan onze eigen vrienden en familie. De virologen die ons door deze crisis proberen te loodsen zijn immers niet weg te slaan uit de media. Een van hen is Steven Van Gucht. Deze sympathieke boerenzoon maakt in deze drukke periode tijd om Boer&Tuinder te woord te staan. Hij heeft immers een boon voor landbouw.

Klopt het je afkomstig bent uit een landbouwersgezin?

“Mijn vader heeft verschillende landbouwactiviteiten gehad, ja. Toen ik klein was hadden we een kalvermesterij. In de jaren ’80 is mijn vader gestopt omdat de prijzen zeer slecht waren. Hij is daarna uitwerken gegaan, maar we hebben altijd veel dieren gehad. Belgisch Witblauw-koeien, katten, honden, vleeskonijnen, …”

Heeft het bij jou nooit gekriebeld om te gaan boeren?

“De interesse en het respect voor de stiel was er zeker, maar mijn vader heeft me altijd afgeraden om landbouwer te worden omwille van de moeilijke prijsvorming. Het is ook echt een harde stiel. Als landbouwer moet je vandaag de dag ondernemer zijn. Je hebt enorm veel skills nodig, en toch wordt er hier soms neerbuigend over gedaan. Je moet als moderne landbouwer ook heel wat investeringen doen om bij te kunnen blijven, en dat vraagt durf en duidelijke visie op de toekomst. Ik kijk op naar landbouwers en heb vooral veel respect voor hun gezond boerenverstand. Die nuchterheid probeer ik vandaag ook uit te dragen.”

En dan kwam je in de veeartsenij terecht.

“Mijn achtergrond uit de landbouw heeft me zeker geïnspireerd om voor de studie diergeneeskunde te kiezen. Ik ben altijd al heel nieuwsgierig geweest en las graag. Veearts was voor mij de gulden middenweg tussen landbouwer en onderzoeker. Op die manier had ik ook nog contact met de sector tijdens de vele stages op landbouwbedrijven. Ik deed mijn doctoraat ook over respiratoire virussen (waaronder coronavirus), bij varkens, waardoor ik veel onderzoek kon doen op varkensbedrijven.”

Hoe kan het dat een dierenarts ons nu adviseert over corona?

“Ik heb wel diergeneeskunde gestudeerd, maar heb nooit de job uitgeoefend. Na mijn studies ging ik aan de slag in het onderzoek en daar is stond ik al snel met een halve voet in de menselijke virologie. Ik werkte ook veel rond Rabiës, zogenaamde hondsdolheid, en werkte dus zowel op menselijke als dierlijke gezondheid. Veel virussen kunnen immers bij verschillende diersoorten een goede gastheer vinden, en ik beschouw de mens als één daarvan. In 2005 ging ik van start bij Sciensano, een wetenschappelijke instelling die de overheid adviseert in de strijd tegen infectieziekten en rond andere gezondheidsaspecten van mens, dier en milieu. Eerst als onderzoeker, en sinds 2010 als hoofd van de Dienst Virale Ziekten. Het is de taak van Sciensano om de overheid bij te staan in tijden van gezondheidscrisis. Daarom worden we tijdens de coronacrisis vaak gevraagd om tekst en uitleg te geven. Ik doe dat op wetenschappelijk vlak via een aantal  crisisorganen, en ook als interfederaal woordvoerder ‘corona’. Daardoor loop ik de laatste maanden wat meer in de kijker, maar ik doe dit natuurlijk niet in mijn eentje. Samen met veel mensen werken we hard om dit virus weer in zijn kot te krijgen.”

Zullen virussen en pandemieën een belangrijkere rol gaan spelen?

“Ook voor het uitbreken van Covid-19 zei ik al dat de mensheid zich mocht verwachten aan één of meerdere pandemieën. Dat komt gewoon door het feit dat de mens een almaar interessantere gastheer wordt voor een virus. We leven dicht op elkaar, verplaatsen ons over heel de wereld en we hebben zowel sterke als zwakkere mensen in onze maatschappij. Virussen kunnen zich dus heel succesvol verspreiden als ze kunnen vermeerderen in de mens. Dieren zijn zeker ook kwetsbaar voor ziekten, maar daar kunnen we veel beter aan preventie doen en drastisch ingrijpen bij een uitbraak. Het menselijke gedrag kunnen we veel moeilijker sturen, dat hebben we tijdens deze crisis gezien. Is er een uitbraak van een ziekte bij dieren op een bepaalde locatie, dan kan je deze isoleren of ruimen. Dat kan je bij de mens niet toepassen. De mens is voor een virus dus een zeer interessante partner. Ik sluit dus zeker niet uit dat we opnieuw met wijdverspreide virussen zullen te maken krijgen. Dat kan binnen 2 jaar zijn, maar ook pas binnen 30 jaar.”

Hangen dierlijke en menselijke virologie sterk samen?

“Mens en dier zijn communicerende vaten. We maken deel uit van hetzelfde ecosysteem, dus delen we ook de kwetsbaarheid voor bepaalde virussen en bacteriën. Virussen blijven een bepaalde tijd bij een soort gastheer en kunnen dan overspringen naar een andere. Soms met succes, soms niet. Is het een goede match, dan kan het virus zich snel gaan verspreiden in een nieuwe diersoort. Bij Covid-19 weten we bijvoorbeeld dat het afkomstig is van vleermuizen, maar we denken dat het een tussenstop heeft gemaakt in een andere diersoort voor het bij de mens terecht kwam. Waarschijnlijk was dat een kat- of marterachtige. Het virus is ook al van de mens weer overgegaan op nertsen, dat toont dat zij hier gevoelig voor zijn. Het is ook zo dat de populatie dieren sterk samenhangt met het aantal mensen op deze wereld. Dan bedoel ik niet enkel landbouwdieren, maar ook huisdieren. Hoe meer mensen, hoe meer huisdieren er zijn.”

De veehouderij krijgt soms kritiek wanneer er ziekten uitbreken bij mens of dier. Hoe zie jij dat?

“Ik denk zeker niet dat de veehouderij hier schuld in treft, al moeten we ons bewust zijn van bepaalde risico’s. Virussen kunnen nu eenmaal overgaan van dier naar mens en omgekeerd, maar dat geldt evengoed voor een huiskat als voor een varken. De mix van mens en dier is altijd een risico. De moderne veehouderij staat zeer ver op het vlak van bioveiligheid. Op vlak van ziektepreventie kunnen we nog veel leren van de hedendaagse landbouw. Menselijke gezondheidszorg zet vooral in op het genezen van zieke personen, terwijl de veehouderij focust op het gezond houden van de veestapel en dus vooral preventief werkt. Een mensenleven heeft in de gezondheidseconomie dan ook een veel grotere waarde dan dat van een dier. Deze crisis heeft aangetoond dat onze gezondheidsinstellingen onvoldoende op een crisis voorzien zijn en dat we meer aandacht en geld moeten durven steken in preventie.”

Staan we al ver genoeg in de detectie van nieuwe ziekten?

“Er is zeker nog heel wat mogelijk om het beter te doen wat preventie en detectie betreft. Het zou een grote stap vooruit zijn als we meteen kunnen detecteren wanneer een virus de overstap maakt van dier op mens, of omgekeerd. Wanneer we dit in een vroeg stadium kunnen detecteren kan er heel lokaal ingegrepen worden en vermijden we pandemieën. Het kan daarom interessant zijn om mensen die veel contact hebben met dieren, zoals landbouwers, veeartsen, eigenaars van hobbydieren en biologen regelmatig te screenen om zo te weten van welke (nieuwe) virussen zij drager zijn. Of dat snel in de praktijk kan gebeuren is de vraag, maar in elk geval is een betere samenwerking tussen menselijke en dierlijke virologie van groot belang.”

Is Covid-19 een blijver?

“Ja, we gaan hier waarschijnlijk niet meer vanaf geraken. Maar dat hoeft ook niet erg te zijn, want het virus zal waarschijnlijk na verloop van tijd evolueren naar een soort verkoudheidsvirus zoals we er veel kennen. Deze winter wordt het aller moeilijkst. We moeten het virus onder controle houden zolang het vaccin er nog niet is. Het zou zelfs kunnen dat er nog een derde golf komt rond februari, maar dat is geen zekerheid. Naarmate de lente in het land komt en we kunnen starten met vaccineren, zal de druk van het virus langzaamaan afnemen. Het vaccin gaat ons helpen om het virus met minder maatregelen onder controle te kunnen houden. Maar er is tijd nodig.”

Begrijp je dat bepaalde mensen weinig vertrouwen hebben in zo’n nieuw vaccin?

“Ja, dat is een natuurlijke reactie. In zo’n situatie heb je drie soorten mensen. De eerste groep wil mee zoeken naar een oplossing, werkt eventueel mee als proefpersoon in het onderzoek en zal zich als eerste laten vaccineren. Dan heb je een minderheid die pertinent tegen vaccins is en zich niet zal laten vaccineren. Maar je hebt ook de grote groep van mensen die niet tegen vaccinatie is, maar ook niet staat te springen om het te laten toedienen. Deze laatste willen eerst overtuigd worden met feiten over de veiligheid en werkzaamheid. Toch denk ik dat het niet nodig zal zijn om de vaccinatie verplicht te maken. We moeten mensen informeren en hun antwoorden geven, zodat de ongerustheid wegvalt. We hoeven ook niet de hele bevolking te vaccineren. 75% zou genoeg kunnen zijn als het een zeer goed werkend vaccin is, want dan neemt de druk van het virus voldoende af.”

Is het vaccin wel veilig omdat het op zo’n korte tijd is ontwikkeld?

“Het is een misverstand dat dit vaccin overhaast ineen zou zijn gebokst en daarom minder veilig zou zijn. Een vaccin wordt altijd ontwikkeld als daar nood aan is, dus ook in het verleden moest het vaak snel gaan. Het klopt wel dat er in het geval van het coronavaccin een versnelde procedure is gebruikt, maar die heeft geen invloed op de kwaliteit van het vaccin, enkel op de economische risico’s van de bedrijven die het ontwikkelen. Een vaccin maken verloopt in drie fasen. Normaal gesproken start de volgende fase pas als de vorige is afgerond, maar in dit geval liepen bepaalde fasen tegelijk om tijd te besparen. Het aantal proefpersonen, de beoordeling van de risico’s, de kwaliteitseisen, … alles wordt even streng beoordeeld als bij andere vaccins. Alleen nemen de ontwikkelaars nu veel meer financiële risico’s: ze werken immers al aan de productiefaciliteiten voor een vaccin dat nog niet is goedgekeurd.”

Heeft deze crisis ons opnieuw met de voeten op de grond gezet?

“Van zodra je zegt: ‘geen paniek!’, breekt er paniek uit. Dat is een normale reactie. Het hamsteren in de supermarkten was verbazingwekkend, maar ook menselijk. De crisis laat zien hoe kwetsbaar we als samenleving zijn als je niet over noodzakelijke producten beschikt. Als maatschappij moet je zelfvoorzienend zijn in noodzakelijke sectoren. Mondmaskers zijn een goed voorbeeld, maar voedsel is nog veel belangrijker. Globalisering is olie voor de economie en zeker interessant in vredestijd, maar zodra er een crisis uitbreekt is het ieder voor zich. Het feit dat we in ons dichtbevolkte land ook nog een sterke en hoogwaardige landbouwsector hebben is iets dat we als maatschappij moeten koesteren.”

Deel deze pagina: 

Meer informatie