Menu

“Vegaplan is een proces, het is nooit af”

Terug naar Actualiteit
Zowat elke Belgische landbouwer kent Vegaplan en komt op de een of andere manier regelmatig in contact met het lastenboek. Ter gelegenheid van haar algemene vergadering en de voorzitterswissel praten we met coördinator Brigitta Wolf en oud-voorzitter Mathieu Vrancken. Want er is heel wat te vertellen: “Het feit dat onze voedselveiligheid vandaag evident lijkt, bewijst dat de sectoraanpak goed werkt.”

Nele Kempeneers

Controles en audits, de meeste landbouwers zijn er geen fan van. En toch zijn ze de noodzakelijke basis van onze voedseleconomie. Dankzij de oprichting van Vegaplan in 2003 worden de lastenboeken voor de plantaardige sectoren gebundeld in één overkoepelende standaard. Een die bovendien internationaal erkend is, en dus cruciaal is voor onze export. Brigitta Wolf speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van Vegaplan en Mathieu Vrancken neemt na zes jaar afscheid als voorzitter van het lastenboek. Tijd voor een gesprek.

Even terug naar het begin. In welke context is Vegaplan destijds opgericht?

Brigitta Wolf: “De dioxinecrisis die België eind jaren 90 in een greep hield, was de voedingsbodem voor heel wat initiatieven rond voedselveiligheid. Zo was het de directe aanleiding voor de oprichting van het FAVV en de bijbehorende autocontrolegidsen die elke sector moest opstellen en laten valideren. Die wettelijke verplichtingen maken deel uit van een breder Europees kader rond voedselveiligheid en in België ging men hier, mede door de dioxinecrisis, zeer modern en doortastend mee om. Nu alle operatoren aan autocontrole moesten doen, was dit een mooie kans om de violen gelijk te stemmen en de eisen te bundelen in een overkoepelend lastenboek. De landbouworganisaties van Agrofront en OVPG (Overlegplatform voor de Verwerking van en handel in Plantaardige Grondstoffen en producten) bundelden de krachten, wat in 2003 resulteerde in de geboorte van Vegaplan.”

Mathieu Vrancken: “Wat zo bijzonder is aan de Belgische aanpak is het feit dat de Vegaplan Standaard er is gekomen op initiatief van zowel de landbouworganisaties als de verwerkende industrie en met veel inbreng van de overheid via het FAVV. Mocht ook de retail vertegenwoordigd geweest zijn, dan was echt de hele keten betrokken. De brede basis die we vandaag hebben, maakt Vegaplan zo sterk.”

Hoe belangrijk is die sectoroverkoepelende basis?

Mathieu Vrancken: “Mochten we die sectoroverkoepelende basis missen, zou het veel moeilijker zijn voor de landbouwer om te voldoen aan alle eisen. Want in dat geval zou je, zoals in verschillende andere landen het geval is, voor elke teelt aan een ander lastenboek moeten voldoen. Bij Vegaplan zitten tuinbouw en landbouw in één systeem, wat zorgt voor meer overzicht en logica. Daarnaast zijn er uiteraard wel specifieke eisen per teelt, maar dit alles zit ingebed in dezelfde basis.”

Brigitta Wolf: “Beide schakels hebben er belang bij. Als de landbouwer de checklist niet kan interpreteren of toepassen in de praktijk, verliest ook de industrie. Als de industrie de verwerkte producten niet kan exporteren, heeft dat een grote impact op de landbouwer. Vegaplan is vandaag een sterk merk, zowel in binnen- als buitenland en dat hebben we te danken aan het feit dat zowel boer als verwerker er volledig achter staan.”

Is het lastig om alle partijen tevreden te stellen?

Brigitta Wolf: “Het is een kwestie van compromissen sluiten, maar daar zijn we in ons land heel goed in. In de technische werkgroep van Vegaplan zetelen specialisten van elke aangesloten organisatie en hier wordt steeds hard gewerkt om oplossingen te vinden die voor iedereen werkbaar zijn.”

Mathieu Vrancken: “Uiteraard vraagt de verwerkende industrie soms om nieuwe eisen op te nemen die de landbouworganisaties een stap te ver vinden. Dan is het geen kwestie van vol op de rem te gaan staan, maar te overleggen over waarom iets in de praktijk niet haalbaar is of geen meerwaarde heeft. En ook binnen de verwerkende industrie leven dergelijke bezorgdheden. Als landbouwer besef je ook niet altijd met welke eisen de exporteur te maken krijgt wanneer hij je product wil vermarkten in binnen- of buitenland.”

Leeft bij verwerkers de verleiding om naast Vegaplan nog extra duurzaamheidseisen te stellen aan hun producenten?

Mathieu Vrancken: “Het is een feit dat de focus van Vegaplan van puur voedselveiligheid vandaag is uitgebreid met heel wat duurzaamheidseisen. En dat is goed, want als de consument die eisen stelt, moeten we daar als sector tot op zekere mate in meegaan. Doen we dat niet, dan zullen andere lastenboeken de plaats van Vegaplan innemen en krijgt de landbouwer het veel moeilijker. Maar we moeten in het oog houden dat deze duurzaamheidseisen stroken met wat de markt echt vraagt en toepasbaar zijn in de praktijk.”

Brigitta Wolf: “Het is naar mijn ervaring niet zo dat de verwerkende sector de nood voelt om naast Vegaplan te treden. Voor hen is het cruciaal dat de grondstoffen geproduceerd zijn volgens strikte kwaliteits- en duurzaamheidsstandaarden. Het is onze taak om die kwaliteitsgarantie ook in het buitenland zo bekend mogelijk te maken. Het is uiteraard wel belangrijk om het Vegaplancertificaat regelmatig te updaten, zodat we relevant blijven. Het gaat inderdaad niet meer enkel om voedselveiligheid, maar ook over geïntegreerde gewasbescherming en duurzaamheidscriteria. Maar het feit dat voedselveiligheid intussen bijna een evidentie is, is eigenlijk een groot compliment.”

Vegaplan is ook gebenchmarkt met GlobalG.A.P.’s Crops for Processing Standaard. Was dat nodig?

Brigitta Wolf: “De Vegaplan Standaard is een heel sterk lastenboek, maar onze handicap is de beperkte bekendheid bij buitenlandse afnemers. Een lastenboek als GlobalG.A.P. is daarentegen bij internationale afnemers goed bekend. Dankzij de benchmark kunnen ze het Vegaplancertificaat nu beter inschatten. De benchmark die we bereikt hebben, betekent concreet dat er een grondige vergelijking is gebeurd tussen de twee lastenboeken waaruit bleek dat ze in belangrijke mate overeenkomen. Zo blijft het Vegaplancertificaat de referentie in België, maar kunnen exporteurs voor grondstoffen voor de verwerking wel de benchmark met GlobalG.A.P. voorleggen als er daar vraag naar is. Voor landbouwers verandert er dus niets, want de certificering voor Vegaplan en GlobalG.A.P. gebeurt nog steeds los van elkaar. Je kan, indien je voor deze laatste gecertificeerd bent, wel samen met je afnemer bekijken of dit nog nodig is, en of de Vegaplan Standaard voldoende is voor zijn specifieke afzetmarkten. Je wint er immers best wel wat tijd en middelen mee.”

En dan is er nog de benchmark met de Duitse en Franse kwaliteitseisen.

Mathieu Vrancken: “Onze buurlanden zijn zeer belangrijk voor de afzet van Belgische tuinbouw- en landbouwproducten. Wanneer ginds de eisen veranderen, mag Vegaplan zich die markt niet laten afsnoepen. Zo kwam er de uitwisselbaarheid van Vegaplan met het Duitse QS-systeem voor aardappelen, groenten en fruit. Dit ging trouwens door betrekking van de sectorale bemonsteringsplannen georganiseerd op het niveau van de PO’s en de handel. Belgische en Duitse telers kunnen zo makkelijker hun producten naar elkaar uitvoeren.”

Brigitta Wolf: “Toen Frankrijk op de proppen kwam met de EGalim-wet over evenwichtige handelsbetrekkingen in de landbouwsector en gezonde en duurzame voeding, dachten we dat we onze Vegaplan Standaard gemakkelijk aan deze nieuwe regels zouden kunnen koppelen. Het bleek echter dat deze milieueisen deels te verregaand zijn om in ons globale lastenboek op te nemen. Geen overeenkomst zou echter betekenen dat er voor heel wat Belgische boeren en tuinders een belangrijke afzetmarkt wegviel. Met Vegaplan FR hebben we een extra module ontwikkeld die boeren die voor de Franse markt produceren, kunnen toevoegen aan het Vegaplanlastenboek. Het was geen makkelijke opgave om dit uit te werken, maar het is wel een belangrijke realisatie voor de sector.”

Hoe zien jullie de toekomst van Vegaplan?

Mathieu Vrancken: “Sinds een paar weken ben ik na zes jaar geen voorzitter meer. De functie wordt nu vervuld door Steven De Cuyper, directeur bij aardappelverwerker Agristo. Maar eigenlijk zou het geen verschil mogen maken of het nu iemand van de productie of de verwerking is. Er zullen extra eisen en uitdagingen blijven komen, maar het is zaak om die als één gezamenlijk front het hoofd te bieden en compromissen te blijven sluiten.”

Brigitta Wolf: “Voedselveiligheid blijft onze core business, maar duurzaamheidseisen worden ook steeds belangrijker. Daarnaast is er ook de grote stroom aan big data die de sector bezit, maar waarvan het nog niet helemaal duidelijk is hoe we die op een goede en respectvolle manier kunnen benutten. Het gaat ook niet enkel om nieuwe eisen toevoegen: we moeten het bestaande lastenboek optimaliseren. Zo is onze technische werkgroep bezig om de Vegaplan Standaard te herschrijven. Het geheel moet leesbaarder en praktischer worden. Hoe eenvoudiger, hoe beter de resultaten. Vegaplan is nooit af, het is een proces.”

Meer informatie