Menu

“Je komt overal en leeft mee met de seizoenen”

Terug naar Actualiteit
Sector: 
In onze zomerreeks bekijken we de zomer door de bril van een erfbetreder. Deze week door die van een staalnemer van de Bodemkundige Dienst van België.

Bart Vleeschouwers

Tim Van Dessel werkt al zeven jaar bij de Bodemkundige Dienst van België als staalnemer. Jaar in, jaar uit zie je hem met zijn typische witte bestelwagentje rondtoeren om bodem-, water- en meststalen te nemen. Hij werkt vooral in het Hageland en de aangrenzende gebieden van Antwerpen en Limburg, waar hij intussen zijn klanten al heel goed kent en veelal ook de te bemonsteren percelen goed weet liggen. We gingen hem opzoeken toen hij in het Limburgse Linkhout grondstalen aan het nemen was.

Staalnemers houden er het liefst van om buiten bezig te zijn, want het weer mag hen niet weerhouden om hun werk te doen. Toen we Tim Van Dessel ontmoetten, stond er een stevige zuidwestenwind die af en toe stofwolken opjoeg over het perceel waar hij aan het werk was. In de late namiddag zou het (eindelijk) gaan regenen, maar dat kon Tim niet deren. Hij stapte flink door om in het perceel rodekool waar hij stalen aan het nemen was, zijn vijftien boringen te doen. Elke boring bestaat steeds uit twee delen: een deel op 0 tot 30 cm diepte en een deel op 30 tot 60 cm. Op het perceel waar hij bezig was, zou hij 15 punten bemonsteren. Aan twee keer boren per punt zijn dat 30 staaltjes die samengebracht worden. Op het bedrijf waar hij bezig was, zou hij 16 percelen op die manier moeten bemonsteren. Alles samen betekent dit dat hij 480 keer zijn staalnameboor zou moeten in- en uithalen. Je zou van minder moe worden.

Heb je er enig idee van hoeveel kilometer je zo op een dag door de velden stapt?

“Ik zou het echt niet weten. Je staat er niet echt bij stil, want het hoort bij de job. En na al die jaren ben je het wel gewend. In het perceel waar ik nu bezig ben, valt het dan nog mee omdat de grond hier redelijk vastligt, maar gisteren was ik bezig op een perceel dat net gefreesd was en dan is het wel zwaar. Ook als het veel geregend heeft, zoals wel vaker in de winter, dan voel je het wel als je een hele dag in de modder moet rondploeteren. In het najaar hebben we bijvoorbeeld een erg intense periode als we controlestalen voor nitraatresidu gaan nemen voor de Mestbank. Dan zijn we een maand en half zeven op zeven bezig en als het dan nat is, dan voel je ’s avonds wel wat je die dag gedaan hebt.”

Soms voel je ’s avonds wel wat je die dag gedaan hebt.

Je bent hier nu stalen aan het nemen op vraag van de boer, maar soms ga je ook in opdracht van de Mestbank het veld in. Word je dan altijd even goed ontvangen?

“Eigenlijk is dat niet echt zo’n probleem. De boeren weten ook wel dat we alleen maar ons werk doen en ze doen niet moeilijk tegen ons. Maar het is natuurlijk wel anders als ze zelf vragen om hun percelen te bemonsteren. Dan zijn we ook voor een deel adviseur en gebeurt alles in overleg. Zo heb ik gisteren met de boer afgesproken welke percelen moeten bemonsterd worden. Hij is daarnet nog even komen kijken of alles naar wens verloopt. Dat maakt dat ik het grootste deel van de dag alleen aan het werk ben, maar daar heb ik geen probleem mee. Ik voel me daar best goed bij. Soms moet ik wel eens oppassen als ik in een weide moet stalen nemen waar nog koeien of zelfs stieren staan, maar als het mogelijk is vraag ik dan aan de boer om de dieren vooraf weg te halen.”

Volg je de stalen verder op nadat je ze hebt ingeleverd?

“Ik probeer dat zo veel mogelijk te doen. Wij krijgen via een intern netwerk de resultaten door van de percelen die we bemonsterd hebben. Op die manier kan je de situatie van je klanten van heel dichtbij volgen. Tegelijk is het voor mij persoonlijk ook interessant omdat ik ook nog een beetje hobbyboer ben. Ik leer zelf nog veel bij van de adviezen die anderen krijgen.

Ik lever in ieder geval elke dag mijn stalen in zodat ze ten laatste de volgende dag in het laboratorium zijn. We hebben zo een aantal inleverpunten verspreid over Vlaanderen en Wallonië van waaruit een drietal keer per week de stalen getransporteerd worden naar Heverlee, naar het laboratorium. Voor mij is het dan nog redelijk gemakkelijk omdat ik in de buurt van Leuven woon zodat ik regelmatig mijn oogst persoonlijk kan gaan brengen. En voor de rest woont mijn baas in de buurt zodat ik daar ook altijd mijn materiaal kan inleveren. Hij neemt de stalen dan de volgende dag wel mee.”

Je rijdt met een mooi wagentje van de Bodemkundige Dienst. Hebben alle staalnemers zo’n wagen ter beschikking?

“Neen, dat is alleen voor de fulltime staalnemers. We hebben echter ook nog een grote groep freelance staalnemers en die rijden met hun eigen auto. Ze worden dan per prestatie vergoed. Mijn wagentje ziet er nog redelijk goed uit, maar ons materiaal verslijt wel veel sneller dan een gemiddelde bestelwagen. Uiteindelijk rijden we er dag in, dag uit mee door het veld. Nu gaat dat hier nog redelijk omdat we op een zandige ondergrond staan en het erg droog is maar als het natter is, dan krijg je overal diepe plassen en worden de veldwegen soms echte rallywegen. De vering ziet zonder twijfel verschrikkelijk af. Daarnaast is het stof ook nefast voor motor en radiator en kruipt het overal tussen. Belangrijk is dat elke staalnemer zijn eigen wagen heeft, dan zorgt iedereen daar het best voor. De binneninrichting is bij elke staalnemer ook anders waarbij iedereen zo zijn eigen systeem heeft uitgewerkt. Als ik toevallig eens een andere wagen moet nemen, haal ik de binneninrichting uit mijn wagen en zet die in de andere wagen. Zo weet ik steeds waar al mijn materiaal zit en kom ik niet voor verrassingen te staan. Het is immers erg vervelend als je ergens midden in het veld tot de conclusie komt dat je wat vergeten bent.”

Heb je nooit spijt dat je staalnemer bent en niet in het lab van de Bodemkundige Dienst werkt?

“Eigenlijk niet. Ik hou ervan om buiten te zijn. Ik leef mee met de seizoenen. Ik zie in het voorjaar al het jonge groen opschieten, in de zomer en de herfst is er de oogst en in de winter is er de rust over de velden. Met de winters van de laatste jaren is kou ook al geen punt meer. Trouwens, tegen regen en kou kan men zich kleden. Het is soms moeilijker als het te warm wordt, maar dan beginnen we ’s morgens wat vroeger zodat we klaar zijn tegen het heetste moment van de dag. Ik zou trouwens niet graag in een laboratorium staan: alle dag hetzelfde en steeds op dezelfde plek. Ik ontmoet elke dag andere mensen, ik kom overal en doe elke dag wat anders. Ik denk dat er lastigere jobs zijn op de wereld.”

Mijn leukste anekdote

Echt spectaculaire dingen heeft Tim Van Dessel nog niet meegemaakt, maar hij herinnert zich wel dat hij vorig jaar behoorlijk heeft afgezien in het najaar. Het was toen namelijk zo droog dat de grond tot op grote diepte uitgedroogd was. En in het najaar moeten ze stalen nemen tot op 90 cm diepte. Die diepe stalen zijn sowieso al lastig omdat de grond op die diepte redelijk vast aangedrukt is, maar als het droog is dan wordt het een echte hel. Het was zelfs zo erg dat hij er gewoonweg niet in slaagde om zijn staalnameboor in de grond te krijgen. Normaal gezien gebruikt hij dan een stevige hamer om de boor in de grond te drijven maar zelfs dat hielp niet. Als je weet dat het hier om een flinke hamer gaat, dan kan men zich voorstellen hoe droog de grond was. En dan had het de voorafgaande weken al redelijk geregend, maar dat water was nog lang niet in de ondergrond geraakt. “Op zo’n moment is de Bodemkundige Dienst verplicht om bij de Mestbank een uitzondering te vragen zodat we geen diepe stalen moeten nemen waar het echt niet kan.”

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Sector: