Menu

Terug naar Actualiteit >“De weerman wikt en God beschikt”

Alle regio's
Alle sectoren

“Morgen ben ik er weer, met meer weer.” Die uitspraak is onlosmakelijk verbonden met Frank Deboosere, die al meer dan dertig jaar regen en zonneschijn voorspelt bij de VRT. “Ik krijg geregeld boze mails wanneer een voorspelling niet helemaal klopt. Maar slechts zelden van landbouwers. Die weten hoe wispelturig de natuur is.”

En de boer, hij ploegde voort – tenzij hij door het weer zijn veld niet kan betreden, natuurlijk. Het dagelijkse weerpraatje is voor veel landbouwers dan ook belangrijk om hun werkzaamheden te kunnen plannen. In het kader van deze zomerreeks hielden we halt aan de VRT-toren om Vlaanderens bekendste weerman aan de tand te voelen over zijn band met de landbouwsector.

Je legt tijdens het weerpraatje regelmatig de link naar de landbouw.

Frank Deboosere: “Dat klopt. Ik weet dat onze voorspellingen heel belangrijk zijn voor die sector. Mijn collega’s en ik zullen bijvoorbeeld altijd de eersten zijn om te klagen over het droge weer. Dan krijg ik reacties van mensen die vinden dat ik niet moet roepen om regen wanneer er in ons land eindelijk een periode met mooi weer is. Maar landbouwers, die leven van vruchten die in open lucht geproduceerd worden, hebben regen nodig. Dus dan is het aan mij om mee te geven dat de droogte lang genoeg geduurd heeft. Ik gooi daarmee mijn eigen ruiten in, want ik ben een heel actieve fietser en fietsen is natuurlijk leuker als het droog is. We beseffen niet altijd hoe belangrijk water is. Vandaag gaan oorlogen niet zozeer over olie, maar wel over toegang tot water. We mogen ons gelukkig prijzen dat we in België nog relatief regelmatig neerslag hebben.”

Ken jij de invloed die het weer heeft op de gewassen?

“Ik ben geen landbouwexpert, maar ik probeer dat wel goed op te volgen, want de effecten kunnen enorm groot zijn. Zo is er in 1921 en 1976 een zeer zware droogte geweest in ons land, een echte ramp voor de landbouw. Ook late nachtvorst kan desastreuze gevolgen hebben, zoals de fruitboeren helaas vorig jaar gemerkt hebben. Dit jaar zijn we zeer snel overgeschakeld van winter naar zomer, we hebben de lente overgeslagen. Heel wat gewassen konden die plotselinge ommezwaai niet aan en hun bloemen sterven af. April was voor de akkerbouw een moeilijke maand: droogte en korte, zware regenval hebben hun sporen nagelaten. Doordat mijn schoonouders een loonbedrijf hadden, heb ik veel teelten leren kennen en heb ik ook gemerkt dat het een harde stiel is. Ik heb zeer veel respect voor landbouwers.”

We hebben het gevoel dat extreme droogte en zware regenval vaker voorkomen dan vroeger. Denken we gewoon dat het vroeger beter was, of klopt dat vermoeden?

“Dat is zeker geen illusie. Klimatologen hebben wetenschappelijk bewezen dat weerextremen nu vaker voorkomen dan vroeger. Enerzijds zien we dat er ’s winters meer regent valt, anderzijds zijn er ’s zomers intensere droogtes. En als het dan toch regent, regent het harder. Die trend zal zich voortzetten en dat heeft onder andere gevolgen voor de landbouw. Mensen denken immers dat een felle regenbui alles oplost, maar voor de landbouw heeft zo’n wolkbreuk alleen negatieve gevolgen wanneer ze op steenharde grond valt. Dan spoelt er grond af, terwijl de planten slechts weinig vocht kunnen opnemen. Wat we nodig hebben, is gezapige regen van een aantal uren, maar die zal misschien schaarser worden. Niet-kerende grondbewerking en erosiemaatregelen worden dan ook steeds belangrijker.”

Betekent de klimaatverandering dat we in onze streken straks een ideaal klimaat hebben om aan wijnbouw te doen?

“Neen. Nice in Frankrijk heeft gemiddeld 2700 uren zon per jaar en dat is belangrijk voor druiven. Wij komen amper aan 1500 uren en de klimaatverandering gaat ons niet meer zon opleveren. De temperatuur zal wel stijgen, maar daarom niet het aantal uren zon. Ik weet wel uit ervaring dat er vandaag al heel lekkere Belgische wijn gemaakt wordt! De klimaatverandering zal bij ons er vooral toe leiden dat het groeiseizoen vroeger begint en later eindigt. Mijn standpunt is dat er een goede reden is waarom we hier bepaalde gewassen telen. Het is niet aan de orde om koortsachtig te zoeken naar nieuwe teelten die niet perfect gedijen in ons klimaat – want dat zal niet veranderen in het klimaat van Zuid-Frankrijk.”

Dat het weer steeds extremer wordt, is geen illusie.

 

Krijg je vaak de vraag naar een weersvoorspelling op maat?

“Ja, maar die mensen moet ik teleurstellen. We zijn bij het KMI al heel blij als we een onderscheid kunnen maken tussen het oosten en het westen van het land. Commerciële weersvoorspellingen, specifiek voor een bepaalde gemeente, zijn volgens mij dan ook totaal onrealistisch. Ik krijg geregeld boze mails omdat de voorspelling voor een bepaalde persoon niet correct was, maar zelden is de afzender een landbouwer. Zij weten immers dat de natuur wispelturig is. De weerman wikt en God beschikt, hé? Ook door de sociale media is de rem helemaal weg en mensen spuien hun mening zonder veel nadenken. Maar ik beantwoord die reacties op een beleefde manier en probeer hen een beter inzicht te geven. Zo staat het ook in de regels van de VRT. Tenzij men mij uitmaakt voor het vuil van de straat, natuurlijk. Heel vaak zijn de vragen die ik binnenkrijg totaal niet relevant of veel te vaag, zoals ‘Ik ben op zoek naar informatie over een wolk.’ Dan durf ik al eens gebruik maken van de handige website LMGTFY (Let me google that for you). Ik ben weerman, geen openbare encyclopedie.”

Veel landbouwers gebruiken graag de website Buienradar, om op korte termijn te zien of het gaat regenen. Is die in jouw ogen betrouwbaar?

“Zeker, dat is een handig hulpmiddel. Maar je moet wel weten dat zulke websites een lineair voorspellingsmodel gebruiken: ‘Nu is een wolk hier, dus als we de lijn doortrekken, is ze straks daar.’ Ik zou opteren voor de gratis app van het KMI, omdat die werkt met een mathematisch model, dat rekening houdt met veel meer factoren. Buien zijn immers heel veranderlijk en kunnen evengoed plots verdwijnen. Daar houdt Buienrader geen rekening mee.”

Is het weer het eerste waar je aan denkt als je opstaat?

“Ik sta om 6 uur op en het eerste wat ik doe, is naar de weerkaarten kijken. Dat moet ook wel, want ik heb alle dagen, het hele jaar, door een ochtendlijk weerpraatje op Radio 2. Vaak zit ik om half 8 op de fiets naar het werk en dan doe ik even een tussenstop om met mijn mobiele miniradiostation in te bellen in de uitzending. Voor ik ga slapen, kijk ik ook nog de voorspellingen van het KMI na. Want ik maak het weer natuurlijk niet alleen, het team van het KMI doet heel goed werk. Mijn voordeel is dat ik weet wat ik de vorige dagen gezegd heb en wanneer de kaarten plots iets helemaal anders zeggen, ga ik daar voorzichtig mee om. Zeker de lente – en specifiek de periode rond Pasen – is heel moeilijk, omdat het weer dan zo snel kan omslaan. Ik denk niet dat het onze taak is om mensen bijvoorbeeld aan te raden om van thuis te werken, want er kan in Gent 10 cm sneeuw liggen terwijl het in Brussel droog is.”

(lees verder onder de video)

Je hebt de reputatie van ‘een groene’ te zijn. Zie jij jezelf ook zo?

“Ik weet dat ik die naam heb, ja. In het kader van ‘Iedereen tegen Kanker’ presenteerde ik onlangs het weerbericht in een groen pak, zodat ik doorzichtig was op het scherm. Achteraf ontving ik een vlammende mail: ‘We weten dat je groen bent, maar nu ook nog eens volop reclame maken voor de partij Groen is erover.’ Het beste bewijs van mijn neutraliteit is dat alle politieke partijen al bij mij thuis aan de deur zijn geweest om me op hun lijst te krijgen, wat ik pertinent weiger. Als weerman heb ik natuurlijk wel een grote interesse voor het klimaat, en de zorg voor de planeet ligt me nauw aan het hart. Maar ik weiger om een specifieke groep of sector verantwoordelijk te stellen voor bepaalde problemen. Ieder moet de hand in eigen boezem steken. Ik ga bijvoorbeeld al jaren met de fiets naar het werk.”

Zijn landbouwers goede weervoorspellers?

“Jazeker, want zij kijken niet alleen naar de natuur, ze zíén ook. Soms vraagt iemand mij waar het noorden ligt. Dan denk ik ‘Komaan, je hoeft maar goed rond je te kijken om dat te weten.’ Landbouwers leven buiten en kunnen dus heel wat dingen afleiden. Zwaluwen vliegen hoog als er sterke thermiek is (bij warm weer) en laag wanneer het slecht weer is. Koeien staan in de weide altijd met hun achterste naar de wind. Dieren zijn onrustig als er onweer aankomt. Het is misschien een andere aanpak, maar in dat opzicht zijn landbouwers en weervoorspellers helemaal niet zo verschillend. Dat we beide getrouwd zijn met onze job is nog een gemeenschappelijk kenmerk.”