Menu

“De uitdaging is om relevant te blijven”

Terug naar Actualiteit
Dit najaar viert IKM, Integrale Kwaliteitszorg Melk, haar twintigjarig bestaan. Een verjaardagsfeest is door Covid-19 niet aan de orde, maar we konden deze mijlpaal niet ongemerkt voorbij laten gaan. Ex-voorzitters Michel Halewyck en Katrien Van der Meulen zakten af naar het melkveebedrijf van huidig IKM-voorzitter Rianne van Tilburg. Samen blikken ze terug en worden toekomstige uitdagingen besproken. Want relevant blijven in een snel veranderende zuivelsector, dat is geen makkelijke opdracht.

Nele Kempeneers

Elke melkveehouder is vertrouwd met het IKM-lastenboek. Dit certificaat waakt over de goede managementpraktijken op het melkveebedrijf. Van diergezondheid en hygiëne in de melkput tot milieuvriendelijk produceren: het lastenboek Integrale Kwaliteitszorg Melk (IKM) bundelt alle aspecten waaraan een hedendaags melkveebedrijf moet voldoen in meer dan honderd punten. Om de twee jaar wordt de bestaande reglementering aangepast met extra maatregelen die nodig zijn om alle aspecten van het productieproces en de duurzaamheid van de sector te waarborgen.

Het lijkt vandaag bijna een vanzelfsprekendheid, maar we mogen niet vergeten dat IKM 20 jaar geleden nog in de kinderschoenen stond. Michel Halewyck stond als eerste voorzitter mee aan de wieg van IKM. In 2003 nam Katrien Van der Meulen de fakkel van Michel over. Ook zij was nauw betrokken bij de uitbouw van IKM en bleef voorzitter tot 2016. Toen nam Rianne Van Tilburg het roer over. Sinds de start van IKM gaat het voorzitterschap steeds naar een melkveehouder, en dat zal ook in de toekomst zo blijven. IKM is immers een initiatief van en voor melkveehouders. Al was er in de beginjaren heel wat overtuigingskracht nodig om iedereen daarvan te overtuigen.

Waarom is IKM destijds opgericht?

Michel: “Eind jaren 90 worstelden heel wat melkveebedrijven met een te hoog celgetal. Op ons eigen bedrijf hadden we hier, net als een aantal collega’s, nooit problemen mee. Dat hoge celgetal is perfect te vermijden door vrij eenvoudige, maar doeltreffende maatregelen te nemen, vooral op het vlak van bedrijfshygiëne. Het was duidelijk dat er door meer openheid en samenwerking tussen collega-melkveehouders heel wat verbetering mogelijk was. Ik bracht het idee ook ter sprake op de sectorvakgroep Melkvee van Boerenbond. Er bestond een overlegcomité voor de melkkwaliteit waarin de landbouworganisaties, de melkerijen en de comités voor gezonde melkwinning overlegden. Daar namen we het initiatief om een boekje te maken met tips voor een gezonde melkwinning. De drijvende krachten achter deze brochure merkten dat er steeds meer kwaliteitsnormen bijkwamen en er werd besloten dat de melkveehouderij er baat bij zou hebben om zelf het heft in handen te nemen en te houden. Het initiatief voor IKM kwam er dus om te vermijden dat we zouden worden opgezadeld met onrealistische eisen.”

Hoe werd het initiatief door melkveehouders onthaald?

Michel: “In het begin was er de logische reactie: ‘weer meer regeltjes om ons mee op te zadelen’. Maar na verloop van tijd zijn de meeste mensen het nut van IKM gaan inzien.”

Katrien: “Het is uiteraard niet de bedoeling om de melkveehouder te ‘pesten’, maar net om hem een houvast te geven voor hun bedrijfsvoering, met haalbare werkpunten die je kan handig kan afvinken met het doel om zo de melkkwaliteit stelselmatig te verbeteren. Door te werken met autocontrole leggen we de verantwoordelijkheid echt bij de melkveehouder zelf en wordt het lastenboek ook zeer breed gedragen.”

Michel: “Het was inderdaad van in het begin de bedoeling om IKM uit te rollen over de hele Belgische melkveehouderij, maar dat liep niet meteen van een leien dakje. Niet alle partners waren even enthousiast en ook het verschil in tempo tussen Vlaanderen en Wallonië speelde ons parten. Eigenlijk zijn we al in 1998 begonnen met vergaderen met het bestuur, maar het duurde twee jaar voor we de eerste certificatie konden doen.”

De melkveehouderij is vaak koploper als het over samenwerking gaat. Klopt dat?

Katrien: “Dat is effectief zo, en daar mogen we trots op zijn. Toen de dioxinecrisis in 1999 uitbrak, waren we de enige sector die haar huiswerk had gemaakt en een sterk antwoord kon bieden. We konden immers aantonen dat we dioxine kunnen opsporen in de melk, mocht die aanwezig zijn. Dat was een sterk signaal en dat heeft de geloofwaardigheid van IKM en de hele sector ook goed gedaan.”

Rianne: “Dat het IKM-lastenboek een sterk instrument is dat de sector in handen heeft, daar zijn de meeste melkveehouders het wel over eens. Maar er komt vandaag soms nog de kritiek dat de maatregelen de melkveehouder op kosten jaagt, maar dat is eigenlijk niet zo. Wat in het lastenboek staat is echt de basis om je bedrijf op een efficiënte manier te runnen en dat komt de melkkwaliteit ten goede. Bijna alle maatregelen vragen geen of amper investeringen.”

Maar IKM-gecertificeerd zijn brengt de melkveehouder financieel niets op?

Rianne: “Het zorgt voor een sterke basis voor de bedrijfsvoering, maar je krijgt er inderdaad geen bonus voor op de melkafrekening, en dat is jammer. Je mag wel niet vergeten dat IKM gecertificeerd zijn tegenwoordig je ‘license to produce’ is, het is nodig om je afzet mee te garanderen. Al zullen veel melkerijen dat niet zo aan de melkveehouder communiceren. Het is zo dat we steeds meer inspanningen doen en daar niet voor beloond worden. Iedereen zou dat liever anders zien. Maar ik ben er ook van overtuigd dat het een grote sterkte is om als sector het voortouw te nemen en niet te wachten tot er ons van buitenaf regels worden opgelegd die niet haalbaar zijn. We hadden graag een symbool gezien op de verpakkingen van zuivelproducten om IKM meer kenbaar te maken bij de consument, want die weet echt niet wat dat is en waarvoor het staat. Het zou voor ons een erkenning zijn voor de inspanningen die we doen."

Katrien: “Maar uiteraard begrijpen we de frustratie bij veel melkveehouders, zeker voor heel wat jonge, startende boeren staat het water aan de lippen. Het beste voorbeeld: de melkprijs van 27 cent die vandaag gehanteerd wordt, is dezelfde als in 1983. De productiekost is onvoldoende gestegen, maar de melkprijs is niet gevolgd. Dat is een probleem dat in heel wat landbouwsectoren speelt. Dat je werkt aan een vergoeding per liter die evenveel bedraagt als bijna veertig jaar geleden, dat krijg je aan geen enkele mens die uit werken gaat uitgelegd. Het is niet verwonderlijk dat het aantal jongeren dat nog wil starten sterk afneemt.”

IKM zit intussen aan de tiende update van het lastenboek. Zijn de prioriteiten door de jaren heen veranderd?

Katrien: “Ja en nee. We zijn destijds van start gegaan met een duidelijke focus op het verbeteren van de melkkwaliteit en maatregelen rond bedrijfshygiëne speelden daar de belangrijkste rol in. Vandaag is de melkkwaliteit zeer goed en is de focus breder geworden dan enkel dat.”

Rianne: “We blijven het IKM-lastenboek elke twee jaar aanpassen, want het heeft geen zin om stil te blijven staan. De melkkwaliteit is inderdaad zeer goed, maar we moeten blijven streven naar een nog beter resultaat. Daarnaast veranderen de eisen van onze afnemers en de maatschappij ook zeer snel. Als we dat als IKM negeren, maken we onszelf overbodig en geven we een belangrijk instrument uit handen. Daarom kijken we ook steeds meer naar thema’s als duurzaamheid, en dat zie je ook terug in onze duurzaamheidsmonitor waarvan we nu al aan de tweede editie zitten.”

Hoe kan IKM relevant blijven als afnemers, al dan niet op vraag van de consument, steeds vaker komen opdraven met extra eisen aan de melkveehouder?

Rianne: “Dat is de grootste uitdaging voor onze organisatie. Langs de ene kant kunnen we niet alle extra eisen die bepaalde melkerijen stellen in IKM duwen, want dan maken we dit tot de standaard en wordt het een straatje zonder einde, waarbij de melkveehouder nooit vergoed wordt voor de bijkomende inspanningen die hij doet. Anderzijds moet IKM wel relevant blijven in de moderne maatschappij en mogen we dit lastenboek niet uit handen geven, want dan zijn we volledig afhankelijk van onze stakeholders en komen er eisen op ons af die praktisch niet haalbaar zijn.”

Katrien: “Het is ergens normaal dat elke melkerij zich wil onderscheiden van zijn concurrenten en dus iets ‘anders’ wil bieden. IKM probeert hier op in te spelen door de basis van het lastenboek te behouden, maar wel ‘wagonnetjes’ aan te hangen die tegemoet komen aan extra eisen. Op die manier kunnen we ook deze maatregelen laten kaderen binnen IKM en wordt de extra belasting voor de melkveehouder sterk beperkt.”

Hoe kijken jullie terug op het voorzitterschap?

Michel: “Nu we ons melkveebedrijf hebben overgelaten, merk ik dat je de voeling met de sector snel verliest. En dat is niet erg, het is nu aan de volgende generatie. Ik was een bepaalde periode tegelijkertijd voorzitter van 10 verschillende besturen. Toen ging dat op de een of andere manier vrij goed en ik was altijd op tijd thuis om te melken. Vandaag op tijd thuis geraken van een vergadering, dat is onbegonnen werk. In mijn tijd waren er amper files, dat is nu wel anders.”

Katrien: “Eigenlijk is voorzitter zijn niet altijd een cadeau, want je kan geen oppositie meer voeren. Het is jouw taak om de vergadering te leiden en compromissen te zoeken en dat is niet altijd vanzelfsprekend. Het is ook cruciaal dat je gezin je hierin steunt, want het is toch een extra belasting. Doordat de voorzitter van IKM steeds een melkveehouder is, ben je mee verantwoordelijk om de link naar de praktijk te leggen en erover te waken dat het lastenboek geen onmogelijke eisen stelt. Dat is een heel belangrijke taak.”

Rianne: “Ik stond eerst niet te springen om voorzitter te worden, maar vandaag ben ik wel blij dat ik me geëngageerd heb. Je maakt een sprong in het onbekende, gaat de uitdaging aan en probeert dan al die bestuursfuncties ook te integreren in het management van het melkveebedrijf. Ik doe het nog steeds met hart en ziel, maar ik vraag me soms toch al waar we in de toekomst nog zo’n zotten gaan vinden.” (lacht)

Meerwaarde

Roel Vaes, adviseur Rundvee Studiedienst Boerenbond: “In 20 jaar tijd is het lastenboek IKM duidelijk geëvolueerd. Waar begin jaren 2000 de focus vooral lag op het verbeteren van de melkkwaliteit en maatregelen rond bedrijfshygiëne, is er de laatste jaren meer aandacht voor allerlei duurzaamheidsaspecten (milieu, klimaat, dierenwelzijn). Deze evolutie loopt parallel met wijzigende maatschappelijke verwachtingen. De extra eisen op dit vlak zijn binnen IKM steeds gebeurd in een sectorbrede afstemming. De uitdaging wordt om onze sectorale aanpak in de toekomst zo goed mogelijk af te stemmen op maatschappelijke uitdagingen en de criteria van de internationale spelers, maar wel mét de nodige aandacht voor het kader waarin onze Belgische melkveehouders werken. Dit is en blijft voor Boerenbond cruciaal. Ondertussen is het IKM-lastenboek een basisvoorwaarde voor melkafzet geworden, maar zeker op exportmarkten is dit lastenboek ook een troef voor onze Belgische zuivelproducten. IKM heeft dus zeker een meerwaarde, ook al is deze niet altijd rechtstreeks zichtbaar voor de melkveehouders.”

Deel deze pagina: 

Meer informatie