Menu

“De naweeën zijn hard en we zullen ze nog lang voelen”

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Bij Koen Bernaerts, voorzitter van de sectorvakgroep Varkens, polsen naar de beleidsprioriteiten is bijna overbodig. Varkenspest overheerst alle andere thema's...

Nele Kempeneers

Bij de voorzitter van de sectorvakgroep Varkens polsen naar de beleidsprioriteiten is bijna overbodig. “Varkenspest overheerst momenteel alle andere thema’s. Ik vrees wel dat we nog lange tijd eraan vasthangen, dus we mogen er ons niet op blindstaren.” Voorzitter en varkenshouder Koen Bernaerts gaat samen met vakgroepsecretaris Wouter Wytynck dieper in op de varkentjes die de sector te wassen heeft.

Een eigen label is niet voor iedereen weggelegd. Hoe zet je dan als varkenshouder in op diversificatie?

Koen: “Het klopt dat niet iedereen Duroc d’Olives of Brasvar kan heruitvinden. Dat zijn nichemarkten, die zeker een meerwaarde hebben. Maar er zijn allerlei manieren om te diversifiëren, zowel op het vlak van genetica als bijvoorbeeld door in te zetten op huisvesting en dierenwelzijn. De distributie probeert hierop in te spelen via het opleggen van diverse lastenboeken, maar vandaag staat er slechts zelden een gepaste vergoeding tegenover die extra inspanningen. Zo’n vergoeding moet minstens kostendekkend zijn.”

Wouter: “Bij de verschillende concepten die in de markt gezet worden, is het belangrijk dat de varkenshouders volwaardig deel uitmaken van de keten en mee instaan voor de regie van het lastenboek. Toekomstgericht wil de sectorvakgroep dat Belpork omgevormd wordt tot een centraal beheerorgaan voor de concepten. Dat vermijdt wildgroei van lastenboeken en de meerwaarde voor de varkenshouder kan beter verankerd worden. Een bijkomende troef is dat onze varkenshouderij dan ook beter verankerd is met de distributie.”

Zelf lever je aan Colruyt, die uitsluitend met immunocastraten werkt. Denk je dat de consument hiermee bezig is?

Koen: “Als je het mij vraagt, staat 90% van de mensen hier niet bij stil wanneer ze naar de supermarkt gaan. Uiteindelijk telt vooral de portemonnee. Ik heb ook niet het idee dat Colruyt hier sterk mee naar buiten treedt. Mijn bedrijf was een van de eerste om in deze aanpak mee te stappen en we zijn tevreden van Improvac. De behandeling brengt natuurlijk wel meerkosten met zich mee en die worden niet altijd gecompenseerd door de betere groei van de dieren. Tot op heden houden de afnemers veel te weinig rekening met het inkomen van de varkenshouder. De productiekosten voor de boer gaan steeds de hoogte in, terwijl de prijs van het varkensvlees dat niet doet. Milieu en dierenwelzijn zijn uiteraard ook prioriteiten. Die kan een landbouwer alleen optimaal invullen wanneer hij een inkomen kan realiseren.”

Wordt er op het vlak van genetica verder gekeken dan de Piétrain?

Koen: “Dat gevoel heb ik wel. We hebben onze Piétrain zeker nog nodig voor het onderscheidend vermogen, maar er wordt steeds vaker gekeken naar meer intramusculair vet. De markt bepaalt wat de varkenshouder produceert. Vet was vroeger de boosdoener, dat is vandaag genuanceerder. Zelf heb ik niet de meest extreem gespierde varkens, maar bij een bezoek aan mijn bedrijf liet het slachthuis weten dat mijn dieren zeker niet ‘beter’ hoeven te worden.”

Het tweede punt op de agenda van de vakgroep is het sanitair beleid. Is er voldoende snel en efficiënt gereageerd op de uitbraak van varkenspest?

Koen: “Op het terrein zelf werd goed en adequaat opgetreden, maar de naweeën zijn wel hard en ze zullen nog lang doorwegen. Ik vrees dat er resistentie zou kunnen optreden bij de everzwijnen en dat men besmette dieren zal blijven vinden. Dat kan de markt voor heel lange tijd onder druk zetten. Het probleem is dat niet-EU-landen de everzwijnen niet los zien van de gedomesticeerde varkens. Zo hebben ze een excuus om de prijs te drukken, hoewel er met ons varkensvlees niets mis is. De varkensprijs zit nu 5 à 6 cent onder de Europese prijs, die sowieso al heel laag is. Wij zijn een land dat exporteert en de afnemers in het buitenland misbruiken de situatie om prijsconcessies te krijgen. Soms wordt gesteld dat er meer druk zou zijn om de status ‘vrij van Afrikaanse varkenspest’ bij wilde en gedomesticeerde varkens los te koppelen wanneer ook Duitsland door de ziekte getroffen werd. Dan zou wel nog veel meer varkensvlees onderhevig worden aan een exportban door die derde landen. Dat zou het probleem voor onze varkenshouder alleen maar groter maken.”

Wouter: “De aanwezigheid van Afrikaanse varkenspest op ons grondgebied heeft tot een marktontwrichting geleid. Een snelle en adequate bestrijding van de Afrikaanse varkenspest in de afgebakende gebieden is de beste garantie om herstel van het marktvertrouwen te bespoedigen. Het komt er dan ook op aan om de everzwijnen in de afgebakende gebieden snel af te schieten. Verder moet er bij de derde landen maximaal op aangedrongen worden dat ze het regionaliseringsprincipe aanvaarden, zodat de export weer op gang kan komen. Bioveiligheid is het sleutelwoord om ervoor te zorgen dat de ziekte niet overslaat naar de varkenshouderijen. Verder moeten everzwijnen verwijderd worden uit gebieden waar varkens gehouden worden.”

Extra inspanningen moeten beloond worden door een meerprijs.

Koen Bernaerts, voorzitter sectorvakgroep Varkens

Is het maatschappelijk draagvlak voor de varkenshouderij momenteel groter dan voor de rundveehouderij?

Koen: “Runderen liggen nu iets meer onder vuur door hun hogere methaanuitstoot, maar de varkenshouderij heeft haar eigen uitdagingen op het vlak van milieu en dierenwelzijn. Van de varkensstallen wordt 90% vandaag nog met gewone stookolie verwarmd. We zouden hier nog heel wat winst kunnen halen door bijvoorbeeld de warmteafzuiging bij vleesvarkens te koppelen aan het verwarmen van de kraamhokken, maar dat is toekomstmuziek. Ook op het vlak van geur, fijn stof, hergebruik van water en mestverwerking is er nog heel wat mogelijk. Maar opnieuw, zulke investeringen zijn niet mogelijk als je niet minstens break-even kan draaien.”

Wouter: “De varkenshouders hebben heel wat initiatieven genomen die de duurzaamheid van de sector verhogen. Er is bijvoorbeeld fors geïnvesteerd in mestverwerking, ammoniakemissie-arme stallen en zonnepanelen. Ook op het vlak van dierenwelzijn werden heel wat maatregelen genomen. Het is goed om een lijst te maken van al die maatregelen en ze te verwerken in een duurzaamheidsmonitor. Dat kan het imago van de sector alleen maar ten goede komen.”

Op welke vlakken kan onderzoek de varkenshouderij ondersteunen?

Koen: “Ik denk in de eerste plaats aan opsporen van berengeur aan de slachtlijn. De verantwoordelijkheid om berengeur te vermijden mag niet alleen bij de varkenshouders liggen. Het slachthuis moet die mee dragen. Daarnaast is er uiteraard nog veel mogelijk op het vlak van nieuwe technieken om de uitstoot van fijn stof en ammoniak te verminderen en om geurhinder te vermijden.”

Ook ‘Slimmer boeren met cijfers’ maakt deel uit van jullie actieplannen. Is er in de varkenshouderij nog veel werk op dat vlak?

Koen: “Het kan uiteraard altijd nog beter. Je bedrijfseconomische boekhouding nauw opvolgen en bespreken is cruciaal om je bewust te worden van je resultaten en ermee aan de slag te gaan. Ik denk dat de permanente feedback van de nieuwe managementtool Focus zeker een meerwaarde biedt. Het helpt je ook om niet bedrijfsblind te worden. Aan de andere kant vermoed ik dat varkenshouders die niet met hun cijfers bezig waren, vandaag niet meer actief zijn. De markt heeft het zo moeilijk dat nonchalant omgaan met je resultaten vandaag geen optie is.”

Jouw twee dochters hebben hun stappen in de sector al gezet. Ben je blij dat het bedrijf een toekomst heeft?

Koen: “Onze oudste dochter Jolien heeft enkele jaren op ons bedrijf gewerkt. Nu heeft ze samen met haar man een eigen gemengd bedrijf, met varkens en pluimvee. Lies, onze tweede dochter, stapte enkele jaren geleden in het bedrijf van mij en mijn vrouw. Zij is vooral actief op de tweede locatie in Kalmthout. Natuurlijk is het fijn dat er toekomst is. Onze zonen Lode en Wout zitten niet in het bedrijf, maar springen graag bij om de akkerbouw te bolwerken. Ze helpen ook bij herstellings- en onderhoudswerken.”

Topprioriteiten van de vakgroep Varkens

  • Diversificatie stimuleren als basis voor markttoegang
  • Het sanitair beleid evalueren in functie van de hedendaagse bedrijfsvoering
  • Het maatschappelijk draagvlak voor de varkenshouderij vergroten
  • De impact op het milieu en de omgeving verder beperken om toekomstgerichte ontwikkeling mogelijk te maken
  • Streven naar meer praktijkonderzoek afgestemd op de noden van de sector
  • Bedrijfseconomische kennis bij varkenshouders stimuleren, onder meer via ‘Slimmer boeren met cijfers’
Deel deze pagina: 

Meer informatie

Sector: