De werkgevers in de tuinbouwsector weten dat er voor de onderdanen van landen die op 1 mei 2004 zijn toegetreden tot de Europese Unie (Polen, Slovakije, Tsjechië, Estland, Letland, Litouwen, Slovenië, Cyprus en Malta) sinds 2009 geen arbeidsvergunningen meer aangevraagd hoeven te worden. De onderdanen van deze landen kunnen in het kader van het vrij verkeer van werknemers zonder problemen in België tewerkgesteld worden. Er moet geen arbeidsvergunning en evenmin een arbeidskaart aangevraagd te worden. Alleen het verblijf in de gemeente moet gemeld worden. Net als voor de Belgische seizoenwerknemers moet er wel een Dimona-aangifte gedaan worden.
Wat onderdanen van Roemenië en Bulgarije betreft, die pas op 1 januari 2007 lid geworden zijn van de Europese Unie, moet er daarentegen wel nog een arbeidsvergunning aangevraagd worden.
Aangezien de tuinbouwsector erkend is als een sector waar het moeilijk is om geschikte arbeidskrachten te vinden, want tuinbouwarbeid is een knelpuntberoep, hoeft de VDAB geen onderzoek op de lokale arbeidsmarkt meer te organiseren en hij moet de arbeidsvergunning én de arbeidskaart binnen de vijf werkdagen afleveren.
De arbeidsvergunningen voor Roemenen en Bulgaren blijven zeker nog bestaan tot het einde van dit jaar. Dan moet de regering de arbeidsmarkt vrijmaken ofwel naar de Europese Unie motiveren waarom de arbeidsvergunningsregeling nog verlengd moet worden.
Het is belangrijk te vermelden dat de arbeidsvergunningen worden afgeleverd op naam van één enkele werkgever en dat ook de arbeidskaart aan één enkele werkgever gebonden is. De vraag stelt zich wel wat zo’n werkgever kan doen wanneer, als gevolg van de zeer slechte weersomstandigheden en de natuurramp van de afgelopen dagen, de oogst geheel of gedeeltelijk vernield is en er te weinig werk is voor de tijdelijke werknemers uit Midden-Europa.
Oplossing
Zoals hierboven al aangehaald werd, stelt er zich geen enkel probleem wat de tien landen betreft die op 1 mei 2004 tot de Europese Unie zijn toegetreden. Aangezien er voor de werknemers die uit die landen komen geen arbeidsvergunning meer aangevraagd hoeft te worden, kunnen zij van vandaag op morgen bij een andere werkgever tewerkgesteld worden. De vorige werkgever moet het afgeleverde gelegenheidsformulier met de werknemer meegeven en de nieuwe werkgever moet een dagelijkse Dimona-aangifte doen en het gelegenheidsformulier invullen.
Aangezien de arbeidsvergunning voor Bulgaren en Roemenen gekoppeld is aan de persoon van de werknemer zowel als de persoon van de werkgever, kan een arbeidsvergunning niet zomaar overgedragen worden naar een volgende werkgever.
Wanneer er vanwege de extreme weersomstandigheden nu onverwacht veel minder werk is en men geen gebruik meer hoeft te maken van alle seizoenwerknemers die men had aangetrokken, is er een vlotte regeling afgesproken met de Vlaamse administratie.
-
De eerste werkgever die geen of onvoldoende werk heeft voor de seizoenwerknemers uit Roemenië of Bulgarije, moet de originele arbeidsvergunning én de originele arbeidskaart terugsturen naar de provinciale administratie die de vergunning én de kaart afgeleverd heeft. Er moet alleen een kleine motivering toegevoegd worden dat de vervroegde beëindiging van de tewerkstelling gebeurt vanwege overmacht (weersomstandigheden).
-
De werkgever die de betrokken seizoenwerknemers uit Roemenië of Bulgarije wil tewerkstellen, doet op zijn naam een nieuwe aanvraag. Hij zou hierbij best ook verwijzen naar de overmachtsituatie die de vorige werkgever getroffen heeft.
Bij de aanvraag moeten de volgende documenten toegevoegd worden:
-
een aanvraagformulier tot tewerkstelling van een seizoenwerknemer van de nieuwe lidstaten;
-
een modelarbeidsovereenkomst in een taal die de werknemer begrijpt (bijvoorbeeld Engels) en die duidelijk de duur van de tewerkstelling aangeeft (het minimum is een volledige maand tewerkstelling).; het verblijfsdocument waaruit blijkt dat de betrokken werknemer aangemeld is bij de gemeente;
-
een kopie van de identiteitskaart;
Volledigheidshalve is het aan te raden om bij de aanvraag een document ook toe te voegen dat vermeldt dat de vorige vergunning is stopgezet vanwege overmacht. De aanvraag moet dient ook vermelden dat de afgeleverde arbeidsvergunning en arbeidskaart teruggestuurd zijn naar de provinciale administratie. Dien deze aanvragen in bij de provinciale kantoren van de Dienst voor Migratie en Arbeidsbemiddeling (adressen hieronder).
Op de provinciale Boerenbondbondkantoren is een modeldossier ter beschikking. In de contacten met de Vlaamse administratie is ons verzekerd dat de dossiers die onder deze voorwaarden ingediend worden, met de grootste aandacht en bij voorrang behandeld zullen worden.
Zo iemand op het terrein problemen ervaart met de toepassing van deze noodoplossing, neemt hij best contact op met de tuinbouwconsulenten .
Contactgegevens Dienst Migratie en Arbeidsbemiddelingsbureaus
Dienst Migratie en Arbeidsbemiddelingsbureaus Provincie Vlaams-Brabant en Centrale Dienst in Brussel
Koning Albert II-laan 35 bus 21
1030 Brussel
Tel.: 02 553 39 42 / Fax: 02 553 44 22
E-mail: arbeidskaart@vlaanderen.be
Dienst Migratie en Arbeidsbemiddelingsbureaus Provincie Antwerpen
Lange Kievitstraat 111-113 bus 22
2018 Antwerpen
Tel.: 03 224 95 05 / Fax: 03 224 95 00
E-mail: arbeidskaart.antwerpen@vlaanderen.be
Dienst Migratie en Arbeidsbemiddelingsbureaus Provincie Limburg
Koningin Astridlaan 50 bus 6
3500 Hasselt
Tel.: 011 74 27 00 / Fax: 011 74 27 09
E-mail: arbeidskaart.hasselt@vlaanderen.be
Dienst Migratie en Arbeidsbemiddelingsbureaus Provincie Oost-Vlaanderen
Nederkouter 28
9000 Gent
Tel.: 09 235 01 50 / Fax: 09 235 01 70
E-mail: arbeidskaart.gent@vlaanderen.be
Dienst Migratie en Arbeidsbemiddelingsbureaus Provincie West-Vlaanderen
Baron Ruzettelaan 1
8310 Assebroek (Brugge)
Tel.: 050 55 93 30 / Fax: 050 55 93 39
E-mail: arbeidskaart.brugge@vlaanderen.be
Deze adressen en de openingsuren van deze diensten vindt u ook op http://www.werk.be/wg/werknemers_buitenlandse_nationaliteit/contacteer_ons.htm.
Chris Botterman, coördinator Sociale Zaken (29/08/2011)