|
Afrika
Deze week was ik in Afrika. Vredeseilanden hadden me uitgenodigd samen met een heel gevarieerd gezelschap een project over de teelt van rijst te bezoeken in Benin, een straatarm land in West-Afrika. Het project wordt samen met supermarktketen Colruyt gevoerd en werd vier jaar geleden opgestart. Het doel van het project is om op basis van de principes van faire trade plaatselijke boerengemeenschappen te begeleiden om kwaliteitsrijst te produceren voor de export naar België. Het is niet de bedoeling dat Benin een exportland voor rijst zou worden – het land kan amper de helft produceren van wat zijn eigen bevolking nodig heeft –maar om op basis van het project aan te tonen dat de Beninese familiale landbouw in staat is om efficiënt rijst te produceren. Ik had wel mijn bedenkingen bij een bezoek aan een luxesupermarkt in de hoofdstad Cotonou. Er was rijst te koop uit Frankrijk, uit Italië en uit het oosten, maar geen rijst uit Benin.
|

|
|
Straatarm
Wie niet weet wat straatarm echt betekent, moet eens naar Benin gaan. Vier maal de oppervlakte van België; 8,4 miljoen inwoners; op 15 na het armste land van de wereld (op 177); 58% van de bevolking actief in de landbouw; landbouw is 32% van het bruto nationaal product. De gemiddelde bedrijfsgrootte is 3,3 ha. De landbouw dekt slechts ongeveer de helft van de voedingsbehoefte van de bevolking. Het gemiddelde inkomen is er 2 dollar per dag. In 2007 leidde de plotse stijging van de voedselprijzen er tot rellen en grote instabiliteit, heel veel gezinnen kwamen in moeilijkheden met de voedselbevoorrading.
De wegen zijn in een erbarmelijke staat. De hoofdader voor het verkeer van Cotonou naar het binnenland is vol gaten. Om de zoveel honderd meter ligt er een gekantelde vrachtwagen langs de weg. Op de hoofdweg staan regelmatig ‘controleposten’, waar betaald moet worden vooraleer vrachtwagens de weg kunnen voortzetten. Voor de boeren in het binnenland is het bijna onbegonnen werk om hun oogst naar de steden en de havens te vervoeren. Ze produceren dan ook in hoofdzaak om te voorzien in hun eigen behoefte en voor de lokale markt. De keten van producent naar consument is nauwelijks uitgebouwd. Van de geoogste gewassen gaat er tussen 10 en 100% (!) verloren wegens gebrekkige infrastructuur.
Overleg met plaatselijke boeren
Tijdens mijn reis had ik heel wat gesprekken met plaatselijke boerenleiders. Agricord, de ontwikkelings-ngo waarvan ik onlangs voorzitter werd en die uitsluitend door landbouworganisaties gerund wordt, organiseerde voor mij aparte vergaderingen met die boerenleiders, onder boeren. Het was een heel aparte ervaring om als voorzitter van de Boerenbond uit het rijke Vlaanderen te kunnen discuteren met landbouwers die elke dag aan den lijve het probleem van voedselonzekerheid ervaren. Zij baten hun landbouwbedrijfje uit in de ondankbaarste en penibelste omstandigheden. Dan besef je welk voorrecht we hebben dat we in het welvarende Vlaanderen leven. Wij werken en boeren om een goed bestaan op te bouwen, om te leven. Zij werken en boeren om te overleven, in extreme armoede.
Gelijkenissen
En toch duiken in de discussies heel wat gelijkenissen op tussen de landbouw ginds en de landbouw bij ons. Zo klagen de Beninese boeren de slechte verdeling van de marges in de keten aan. Iemand vergeleek de prijs die hij voor uien kreeg en de prijs waartegen ze aan de consument verkocht werden. Hij stelde vast dat de consumenten het tienvoudige betalen van wat de boer krijgt. Ik heb geantwoord dat de moeilijke positie van de landbouwers in de keten en de slechte verdeling van de marges een probleem is voor alle landbouwers, wereldwijd. De primaire sector, die aan de basis ligt van elke welvarende economie, realiseert de laagste return on investment. En de oplossingen wereldwijd zijn ook dezelfde: die overheden moeten instrumenten aanreiken om de marktmacht van de landbouw te versterken. Landbouwers moeten samenwerken om meer marktmacht te verwerven.
GLB
Wat de boerenorganisaties vragen in Benin ligt volledig in de lijn van de eisen van onze Europese boeren. Er is nood aan een goed uitgebouwd landbouw- en plattelandsbeleid, aan een afscherming van de buitengrenzen tegen de toevoer van producten tegen te lage prijzen, aan een stimulerend investeringsbeleid, aan degelijk landbouwonderzoek, aan regelingen die de scherpste kanten van de markt uitvlakken en aan een beleid dat de boeren een voldoende inkomen garandeert. Verder is er ook nood aan goed uitgebouwde landbouworganisaties, die samenwerkingsmodellen ontwikkelen op het vlak van financiering, verzekering, aankoop en afzet.
Deze reis was een echte oogopener. Ze heeft me gesterkt in mijn overtuiging dat ons pleidooi voor een sterk GLB rechtvaardig en gerechtvaardigd is en dat we moeten blijven investeren in een sterke landbouworganisatie, die de boerenbelangen efficiënt kan verdedigen.
– Piet Vanthemsche, voorzitter
|