|
MAP 4
Een belangrijk onderdeel van het flankerend beleid rond MAP 4 is de herstructurering van de Mestbank en de vereenvoudiging van het mestbeleid. Vorige week deelden ministers Peeters en Schauvliege een stand van zaken mee en ik moet zeggen dat er een aantal stappen in de goede richting gezet worden. De structuur van de VLM wordt vrij grondig aangepast. Daarbij geeft men gehoor aan onze vraag om beleidsvoorbereiding, begeleiding en controle uit mekaar te halen. Beleidsvoorbereiding en begeleiding enerzijds, en controlebeleid en controle anderzijds, worden in verschillende afdelingen ondergebracht, elk met hun eigen chef. Het is nu nog wachten op de personele invulling daarvan. Ook in de buitendiensten van de VLM wordt een en ander herschikt. Daar vragen we bijzondere aandacht voor de goede dialoog tussen de land- en tuinbouwsector en de VLM op het provinciale niveau. Het verleden heeft uitgewezen dat deze contacten nuttig zijn om wederzijds vertrouwen op te bouwen.
Een andere in het oog springende beslissing is dat de Vlaamse landbouw- en milieuoverheid op termijn echt werk zal maken van één aanspreekpunt voor de land- en tuinbouwers. Boerenbond is al heel lang vragende partij, eigenlijk van bij de regionalisering van de landbouwbevoegdheden in 2001. De uitbouw van een uniek e-loket moet de land- en tuinbouwers toelaten om met één aangifte alle gegevens aan te brengen die voor de overheid nuttig zijn. De logica vraagt dat dit e-loket uitgebouwd wordt binnen de landbouwadministratie.
Tenslotte werden de eerste bevindingen van een studie van de KULeuven over de effectiviteit en de efficiëntie van het mestbeleid voorgesteld. Vertegenwoordigers uit onze vakgroepen hebben hieraan meegewerkt, zodat de studie ook de verzuchtingen van de sector bevat. Het resultaat van de studie is nog onvoldragen, er is nog heel wat denkwerk te doen alvorens men tot conclusies kan komen. In de komende weken zullen we hier binnen Boerenbond een intervakgroepwerkgroep rond bijeenbrengen.
Het signaal dat de ministers hier geven, is bemoedigend. Blijkbaar meent men het met de uitbouw van een meer klantvriendelijke VLM en met de administratieve vereenvoudiging. En hoewel men zegt “the proof of the pudding is in the eating”, moeten we hen het voordeel van de twijfel geven, we vragen dat immers ook voor onszelf. Het is een kans om met een schone lei te herbeginnen.
Ondertussen zijn de werkzaamheden van het nieuwe Coördinatiecentrum Voorlichting en Begeleiding duurzame Bemesting van start gegaan. Met Dirk Coomans is er een directeur die de sector goed kent; per provincie werd een coördinator aangeduid en de eerste waterkwaliteitsgroepen gaan van start. Het hoofddoel is en blijft een verdere verbetering van de waterkwaliteit. We mogen ons niet van dat doel laten afleiden, want als het niet lukt is er maar één groep die er de prijs zal voor betalen: de land- en tuinbouwers zelf!
Agro-Expo Vlaanderen
Vorige zaterdag en zondag was ik aanwezig op de West-Vlaamse landbouwbeurs Agro-Expo Vlaanderen. De beurs is professioneel georganiseerd en werd druk bezocht. Het thema was duurzame ontwikkeling. In mijn openingstoespraak heb ik erop gewezen dat elke vorm van duurzaamheid begint bij economische duurzaamheid. De landbouw heeft al een hele weg afgelegd. We kunnen dat bewijzen met cijfers en feiten (CO2-uitstoot, impact gewasbescherming, verhogen van de productiviteit). Echte duurzame ontwikkeling is ook dikwijls kostengedreven en spruit meestal voort uit technologische vooruitgang.
40 jaar provinciale vakgroep
Een heel bijzonder moment voor mij was de viering van 40 jaar provinciale vakgroep Varkenshouders in West-Vlaanderen. Ik ken die provinciale vakgroep zeer goed vanuit mijn vorige functies, en natuurlijk ook als Boerenbondvoorzitter. Marc De Boever, André De Bruyne en Luc Messely gaven een overzicht van de problemen waar ze de voorbije veertig jaar mee te maken kregen. Ik vertelde over de varkenspestepidemieën in de jaren 80 en 90, die ik vanuit de overheid moest coördineren. Ik richtte toen het ‘Boerenparlement’ op met varkenshouders uit het getroffen gebied. Gedurende een heel jaar vergaderden we elke week. Het waren eerlijke, harde, moeilijke confrontaties, met groot wederzijds respect, waarbij provinciaal vakgroepvoorzitter Paul Lambert (die niet kon aanwezig zijn) met hand en tand en een grote dossierkennis zijn collega’s verdedigde. Dat was geen evidentie in zulke moeilijke en spannende tijden. Maar ze deden het toch: verantwoordelijkheid opnemen en hun nek uitsteken voor hun collega’s! Ik heb daar mijn grote bewondering voor uitgesproken.
Het was voor mij een gelegenheid om te wijzen op het belang van de inzet van boerenbestuurders op alle niveaus om de landbouwbelangen te verdedigen en onze organisatie mee te leiden. Ik heb de ouderen bedankt voor hun inzet en de jongeren opgeroepen om zich mee te engageren in de belangenverdediging.
Piet Vanthemsche, voorzitter
|