|
Onze Europese tuinbouwsector in het algemeen en de Vlaamse tuinbouw in het bijzonder ondergaan een uitzonderlijk zware crisis. De aanslepende zoektocht in Duitsland naar de oorzaak van de EHEC-besmetting belet dat het vertrouwen van de consument in voedsel herstelt. Dit heeft geleid tot een zeer lage vraag naar groenten en uiteindelijk tot het instorten van de prijzen voor de groenten die verkocht geraken en het vernietigen van tonnen waardevolle producten die niet verkocht geraken. Deze toestand werd versterkt door de beslissing van de Russische overheid, die sinds vorige week haar markten afsluit voor Europese groenten.
We bevinden ons op dit ogenblik dus middenin een werkelijke systeemcrisis. De terechte vraag is ‘Hoe geraken we hieruit met zo weinig mogelijk schade?’ We geven je hier een overzicht van de feiten en gebeurtenissen van deze week.
Sectorvakgroep Groenten
Maandagmorgen kwam de vakgroep Groenten samen, om met voorzitter Piet Vanthemsche de crisis in de tuinbouwsector te evalueren. Er werd een overzicht gegeven van alle feiten van de voorbije dagen, maar we keken vooral naar wat er gedaan kon worden om aan deze crisis het hoofd te bieden. Opvallend was dat de vakgroepleden wel erg gefrustreerd en wanhopig waren, maar vooral keken naar de essentie van het probleem: het weer op gang krijgen van de markt. Dit is inderdaad de kern van de zaak, maar daarvoor moet men de twijfel en onzekerheid bij de consument wegwerken. Daarbij is het cruciaal dat de oorzaak van de besmetting in Duitsland gevonden wordt, maar ook het heropenen van de Russische grenzen speelt daarbij een zeer belangrijke rol.
De media
De media leven van zaken die fout lopen en deze crisis is daar een mooi voorbeeld van. We kregen als land- en tuinbouwsector de afgelopen week meer persbelangstelling dan in de voorgaande maanden samen. Onze voorzitter kent het klappen van de zweep en weet met crisissen om te springen. Eenduidige crisiscommunicatie staat voorop. Duitsland blijft spijtig genoeg blunderen op dit vlak.
Sommige journalisten kunnen het wel niet laten om voortdurend onrust te zaaien, door mensen te wijzen op bestaande risico’s en die behoorlijk uit te vergroten. Bij alles wat wij doen, kan risico niet uitgesloten worden. Het enige wat we kunnen doen, is dat risico beheren. De hele week lang was onze boodschap dan ook: ‘Wat er in Duitsland gebeurt, is ernstig. Zesentwintig mensen die sterven aan een besmetting, is een drama. Maar alle besmettingen hebben één duidelijk gemeenschappelijk element en dat is de Noord-Duitse regio. Onze tuinders valt niets te verwijten, zij doen uitstekend werk en zijn in deze zaak volledig ten onrechte hun inkomen kwijtgeraakt. Wij willen dat deze schade zo snel mogelijk vergoed wordt.’
Gelukkig ondervindt onze tuinbouwsector in deze crisis wel degelijk de sympathie van de burger. Dat is ook ooit anders geweest.
Europa
Deze crisis is een Europese crisis. Ze toont aan hoe kwetsbaar we geworden zijn en hoe afhankelijk van internationale verbanden.
Bij de aanvang van de crisis zagen we de Europese politieke besluitvorming bijzonder traag op gang komen. Europa reageerde zeer lauw en vrij afwachtend, totdat de ernst van de situatie duidelijk werd. Toen kwam de Europese machinerie snel in actie. De landbouwraad – gepland voor 17 juni – werd vervroegd naar 7 juni en er werden middelen vrijgemaakt om deze crisis te bestrijden.
In deze discussies komt de complexiteit van Europa naar boven, in de pijnlijk duidelijke breuklijnen tussen de noordelijke en zuidelijke lidstaten, tussen lidstaten met een goed georganiseerd afzetapparaat en landen zonder georganiseerde afzet, tussen oude en nieuwe lidstaten.
Woensdag heeft de Europese Commissie een aangepast voorgestel gelanceerd, nadat de ministers van Landbouw het eerste voorstel hadden afgeschoten omdat het ruim onvoldoende was. Dit moet nu nog goedgekeurd worden door het beheerscomité van 14 juni. Het commissievoorstel is gebaseerd op het Vlaamse voorstel om op basis van het artikel 191 van de ‘Integrale GMO-verordening’ steun te verlenen aan de tuinbouwbedrijven. Het aanvaarden van dit principe is een bijzonder belangrijke stap, want dit betekent dat Europa zelf het volledige steunbedrag voor zijn rekening neemt.
Wij hebben als beroepsorganisatie altijd aangedrongen op een snelle uitkering van deze steun. Indien het beheerscomité het voorstel van de Commissie volgende week aanvaardt, dan kan dat al deze maand gebeuren.
Het bedrag van 150 miljoen euro, dat oorspronkelijk werd voorgesteld, is opgetrokken naar 210 miljoen euro. Maar we zullen dit budget en zijn verdeling voortdurend van zeer nabij moeten opvolgen. Op de eerstvolgende landbouwraad moet dit ondersteuningsmechanisme geëvalueerd en bijgestuurd worden, in functie van de evolutie van de omvang en de duur van de crisis.
Het voorstel van de commissie om het steunpercentage te verhogen van 30% naar 50% van de geleden schade is positief, net als het feit dat men nu ook voor meer producten steun kan vragen. Naast sla, komkommer en tomaten staan nu ook paprika en courgettes op de lijst.
De Boerenbond eist dat er niet alleen steun gegeven wordt voor vernietigde producten, maar ook voor producten die in deze crisisperiode verkocht werden tegen dumpingprijzen. Voor ons is het niet aanvaardbaar dat er alleen steun is voor vernietigd product, terwijl telers die met zware verliezen verkocht hebben niets zouden ontvangen. Dit leidt tot het perverse effect dat we zouden moeten aanraden om te vernietigen in plaats van te verkopen. Wij rekenen op minister Peeters om zijn collega’s hiervan te overtuigen.
Vlaanderen
Het coördinatiecomité – dat minister-president Kris Peeters vorige vrijdag installeerde – werkt. Zijn kabinetschef Joris Relaes coördineert het overleg tussen het VBT, LAVA, de landbouworganisaties, de administraties (VLM, BIRB, OVAM ...) en het kabinet van minister Schauvliege . De cel is voortdurend in de weer om praktische oplossingen te vinden voor steeds nieuw opduikende problemen. Zo werd er begin deze week overleg gepleegd met de BIRB over de registratie van de schade bij onze tuinders. Maandagnamiddag werd samen met OVAM, VLM en het kabinet van minister Schauvliege een oplossing gezocht voor de verwerking van massale hoeveelheden uit de markt genomen product. Uiteindelijk mochten we hier een beroep doen op de haven van Gent en de haven van Antwerpen, die allebei terreinen ter beschikking stellen om uit de markt genomen product af te zetten.
LAVA trekt ook extra promotiebudgetten uit om het Flandrialabel versterkt in de markt te zetten met advertenties en VLAM kreeg een bedrag van 250.000 euro voorgefinancierd om extra promotie te voeren.
De Boerenbond blijft aandringen op extra ondersteuningsmaatregelen voor onze tuinders op Vlaams niveau. Meer specifiek hebben we gevraagd naar overbruggingskredieten, uitstel van aflossing met verlenging van de VLIF-ondersteuning, en een snellere uitbetaling van VLIF- kapitaalpremies. Op het federale niveau hebben we aangedrongen op het voortzetten van de fiscale vrijstelling van VLIF-steun. We hebben eveneens gevraagd naar uitstel van het betalen van de sociale bijdragen en het activeren van het systeem van werkloosheid door overmacht, voor bedrijven die hun personeel tijdelijk op non-actief moeten zetten.
FAVV
Het FAVV heeft geen gemakkelijke rol. Het wordt namelijk geacht om te communiceren over iets waarover we eigenlijk liefst van al zouden zwijgen. We vingen geregeld klachten op van tuinders over het feit dat het FAVV steeds herhaalde dat mensen hun handen moeten wassen als ze met voedsel omgaan, of het publiek er nogmaals aan herinnerde dat ze hun groenten moeten wassen – terwijl onze producten veilig zijn. Toch moeten we blij zijn dat het FAVV er is. Het is een federale dienst; in Duitsland is dat niet het geval en de gevolgen zijn dramatisch voelbaar in de chaotische communicatie. Daarenboven is het FAVV een Europese autoriteit op het vlak van voedselveiligheid en het heeft oor naar onze bekommernissen; dat is zeker een pluspunt in moeilijke tijden.
Het FAVV nodigde de voorbije week alle communicatieverantwoordelijken van de betrokken organisaties dagelijks uit om een stand van zaken door te geven. Dat zorgde voor eenduidige communicatie vanuit de hele sector.
En nu?
Bij het schrijven van dit artikel is de markt verre van hersteld. Laat ons hopen dat we volgende week positiever nieuws hebben, want het einde van de crisis begint bij het weer aantrekken van de markt.
|