Commissie Leefmilieu maakt werk van MAP - donderdag 31 maart 2011
categorieën:
 
Afgelopen week organiseerde de commissie Leefmilieu hoorzittingen over het voorstel van mestdecreet dat tegen half mei door het parlement moet. Dat moet zo snel gaan omdat Europa de bevestiging van het parlement wil dat de nieuwe mestregels effectief in voege gaan vóór het op 17 mei in het nitraatcomité een derogatieverzoek van Vlaanderen kan behandelen. Enerzijds waren de landbouworganisaties Boerenbond en ABS aan het woord, anderzijds de Bond Beter Leefmilieu en Natuurpunt, die gedeeltelijk spreektijd afstonden aan de bioboeren.

Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche en ABS-voorzitter Hendrik Vandamme brachten samen hun boodschap aan de parlementsleden, om de tijd die de landbouw toegemeten kreeg zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Als aanzet werd het Mestactieplan kritisch onder de loep genomen. Vooral de te strenge fosfaatnormen die het gebruik van dierlijke mest te verregaand beperken en de boer verplichen tot meer kunstmestgebruik werden aan de kaak gesteld, want ze leiden tot dubbele kosten voor de boer. De onzekerheid of bemestingsnormen die een stuk onder de plantbehoefte liggen, wel iets zullen bijbrengen aan de waterkwaliteit, werd geargumenteerd uit het nabije verleden. Er wordt nu immers al jaarlijks 14 miljoen kilogram fosfaat minder opgebracht dan pakweg zeven jaar geleden en toch is er geen merkbaar effect van lagere fosfaatresultaten in de MAP-meetpunten.

Ook het probleem van de lagere stikstofbemesting, gericht op een gemiddelde opbrengst in plaats van op een optimale opbrengst, werd nog eens duidelijk gesteld, waarbij de eventuele 10% verhoogde bemesting door de strenge randvoorwaarden door het actieplan al vooraf is uitgehold. Ten slotte werd erop gewezen dat dit actieplan de noodzakelijke verdere koolstofopbouw in de bodem sterk zal bemoeilijken en dat dit strijdig is met andere doelstellingen, die ook door hetzelfde Europa gesteld worden.

Voorstel van decreet

Beide sprekers wezen er duidelijk op dat de oorzaak van te strenge bemestingsnormen niet ligt bij de parlementsleden die een voorstel van decreet indienden. Zij kunnen niet anders dan de bemestingsnormen uit het akkoord met Europa overnemen.

Ze wezen er ook op dat er absoluut bijsturing nodig is voor de 30 kg N uit vloeibare dierlijke mest na de oogst. Sowieso moet er een oplossing zijn voor de vroege teelten en nog geoogste nateelten. Voor zware gronden moet er een vrijstelling komen zoals voor de polders en de 30 kg N/ha moet naar een realistisch niveau. Beide sprekers pleiten in dat verband voor een oplossing deze zomer, zo niet een overgangsregeling – want de stap van 170 kg N/ha naar 30 kg N/ha is veel te groot.

Ook voor de poldergronden moet er een oplossing komen als de bemesting volledig in het voorjaar wordt gegeven, om de 100 kg N op te trekken naar 170 kg N uit dierlijke mest.

De landbouwsector wees het parlement erop dat de keuze tussen werkzame en totale stikstof sowieso omkeerbaar moet zijn in een volgend actieplan. Met betrekking tot de 10% verhoogde bemesting werd onder meer gewezen op de extra staalnamekosten – met de vraag dat de overheid die zou betalen. Ook werden bijkomende teeltcombinaties aangereikt waarvoor het actieplan niet voorziet in normen.

Inzake fosfaatbemesting is toelating van fosfaat uit kunstmest zeer belangrijk voor de akkerbouw en er moet onderzoek komen naar fosfaat dat voor de plant opneembaar en niet-opneembaar is.

Bij reststikstof mogen bemestingsmaatregelen enkel betrekking hebben op stikstof en niet op fosfaat en grazend vee moet buiten beschouwing blijven, zo niet jaagt Europa de koeien op stal.

Eigen vervoer van eigen mest is voor de boeren logisch. Het parlement wil ‘eigen vervoer’ definiëren met ‘eigen trekker’. Dit is op het eerste gezicht logisch, als men tenminste rekening houdt met specifieke bedrijfsomstandigheden. Toch wordt erop gewezen dat heel wat jonge boeren de ‘zwaardere trekker’ van boerende familiegenoten gebruiken om mest te voeren. Dit moet ook mogelijk gemaakt worden als uitzondering in familieverband.  

De rapportering over de evolutie van de milieuresultaten moet in de toekomst evenwichtiger en gecoördineerder gebeuren. De sprekers verwezen onrechtstreeks naar het gevoel van de boeren op het terrein, die zware inspanningen deden en goede resultaten boekten, maar toch afgestraft worden in dit actieplan omdat Europa de betere resultaten ‘niet zo begrepen heeft’.

Bond Beter Leefmilieu en Natuurpunt

Ook de milieubeweging kwam haar visie geven op het voorliggende mestbeleid – een opfrissing voor diegenen die denken dat het MAP niet erger kan. Ze stellen dat de verlaagde stikstof- en fosfaatbemesting evenals de ontrading om na de oogst nog te bemesten hoopgevende elementen zijn voor een verbetering van de waterkwaliteit.

Toch vinden ze dat er in de reststikstofmetingen boetes moeten liggen op zware overtreders en dat de reductie in pakket 3 en 4 op alle bemesting moet gelden. Vanaf pakket 2 pleiten ze evenzeer voor een koppeling aan de toeslagrechten.

Derogatie moet enkel voorbehouden worden voor VHA-zones met een goede waterkwaliteit. Kortom in gebieden met overschrijdingen komt er geen derogatie! Vanuit CD&V-hoek werd er in de vraagstelling terecht op gewezen dat het recente rapport over de derogatie 2007-2010 net uitwees dat derogatie geen enkele negatieve weerslag heeft op het milieu.

De milieubeweging vindt de brongerichte aanpak van het waterkwaliteitsprobleem in dit actieplan nog steeds ondermaats. Ze is van oordeel dat er geen plaats is voor uitbreiding van de niet-grondgebonden veestapel, zolang de waterkwaliteit ondermaats is. Ze vraagt dus opschorting van uitbreiding mits mestverwerking zolang de doelstellingen niet gehaald worden. CD&V-parlementslid Tinne Rombouts, mede-indiener van het voorstel van decreet, wees er terecht op dat precies deze maatregel de mestverwerking in Vlaanderen een ware boost gaf, omdat dit een veel duurzamere oplossing is voor deze sector in plaats van te investeren in lucht van de nutriëntenemissierechten. Daarmee was deze discussie voor de zoveelste keer gesloten.

Biolandbouw

Ten slotte was binnen de toegemeten tijd voor de milieubeweging nog de biolandbouw aan de beurt. Zij hebben veel gelijklopende problemen met de klassieke landbouw en verdedigden vooral een bemestingsnorm van 170 kg N/ha op bedrijfsniveau. Logisch, maar waarom wel voor biolandbouw en niet voor klassieke landbouw? Volgens ons is dit reden voor de controlerende overheid om de benadering die altijd bestaan heeft voort te zetten voor iedereen.

Bert Bohnen, Studiedienst

 
Commentaren
 
NIEUW: Lees je vakbladen nu al online

Je kan je ledenblad 
Boer&Tuinder en je vakblad 
Management&Techniek nu ook online lezen. En dit zelfs een dag vroeger dan hij normaal in je brievenbus valt. Dit is een exclusief voordeel voor onze leden.

Lees meer

Disclaimer | Contact | Site-map