Nieuwe structuur met oog op de toekomst - vrijdag 12 februari 2010
categorieën:
 
 

 
Vorige week keurden de Bondsraad en de Nationale Raad van de Boerenbond de nieuwe Grondkeure van de Boerenbond en de nieuwe statuten van de Beroepswerking goed. De voorbereidingen hiervan waren al gestart in oktober 2008. Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche en algemeen secretaris Sonja De Becker volgden dit proces van dichtbij op.

– Waarom veranderen?
Piet Vanthemsche: “Tijdens contacten met leden en bestuursleden kregen wij heel wat opmerkingen over onze werking en suggesties om ze te verbeteren. Wij hechten enorm veel belang aan de democratische opbouw van onze organisatie – van op het plaatselijke vlak, dicht bij de leden, tot in het Hoofdbestuur in Leuven. Het engagement van onze bestuursleden op de verschillende niveaus is voor een organisatie als de Boerenbond enorm belangrijk. Wie boven bestuurt, moet ook aan de basis actief zijn. Maar dat vraagt wel heel veel tijd. Daar staat tegenover dat de economische situatie – maar ook maatschappelijke ontwikkelingen, zoals het feit dat één van de echtgenoten gaat werken – bedrijfsleiders verplicht meer op hun bedrijf aanwezig te zijn. Onze bestuursleden willen zich nog engageren, maar de structuren moeten dan wel functioneel zijn.”
Sonja De Becker: “Op 13 oktober 2008 besliste het Hoofdbestuur om na te gaan of de huidige structuur van de Beroepswerking – met bedrijfsgilden, kringen, vakgroepen, arrondissementsraden, provinciale besturen, Hoofdbestuur … – nog wel beantwoordde aan de noden van onze leden en van onze organisatie. De bedoeling was om, waar mogelijk en nuttig, de structuur nog efficiënter te maken. We wilden zeker niet het kind met het badwater weggooien. Wat goed werkte, moest behouden blijven, maar daar waar het kon, moesten we onze structuur verbeteren.
We namen de optie om enkel de Beroepswerking te evalueren, met inbegrip van de bruggen tussen de Beroepswerking en de Landelijke Beweging. Daarbij focusten we enkel op de ledenstructuren en niet op de professionele omkadering. We trokken een externe organisatieconsultant aan. Die maakte eerst een grondige analyse van de bestaande situatie. Uit het bijwonen van vergaderingen en uit gesprekken met bestuursleden van alle organen en provincies, werd er een stand van zaken opgesteld over het functioneren van onze ledenstructuren in de Beroepswerking. Hij sprak daarvoor met zo’n tweehonderd bestuursleden, die steekproefsgewijs aangeduid werden.”
Piet Vanthemsche: Dat was vorige winter. Ik bezocht in die periode ook alle arrondissementsraden. Dat was telkens een heel interessante uitwisseling van ideeën. Ik kreeg de kans om uit te leggen waarmee we in Leuven bezig zijn. De leden gaven vrank en vrij hun mening en commentaar over de werking van onze beweging en over wat er leeft aan de basis. Ik leerde dat elk arrondissement anders is, met andere bezorgdheden en andere accenten. Die diversiteit is de rijkdom van onze beweging. Die moeten we koesteren en ruimte geven.”

– Wat leverde de bevraging van tweehonderd bestuursleden op?
Piet Vanthemsche: “ Er tekenen zich duidelijk enkele trends af. Zo neemt het aantal boeren jaar na jaar af. We moeten dus het aantal vergaderingen beperken, om overbelasting van onze bestuursleden te vermijden. We stellen vast dat de concentratie en specialisatie toenemen. De actieve seizoenen worden steeds langer en de dossiers worden alsmaar moeilijker. Bestuursleden willen de tijd die ze uittrekken voor de Boerenbond efficiënt kunnen invullen. Anderzijds moeten we de regionale en sectorvertegenwoordiging bewaken en die moet ingevuld worden door competente bestuurders. Ook de toegevoegde waarde van één grote Boerenbond, die alle sectoren vertegenwoordigt, wordt onderlijnd, net als de sterke positie die we hebben door Landelijke Gilden en Beroepswerking in één huis onder te brengen.”
Sonja De Becker: “Vervolgens hebben wij met het Hoofdbestuur enkele scenario’s uitgewerkt die rekening hielden met al deze bevindingen. Het leidende principe is dat het besturen in de Beroepswerking in de eerste plaats gericht moet zijn op efficiënte besluitvorming en belangenbehartiging. Daarbij moeten we meer dan vroeger aandacht hebben voor een goede wisselwerking tussen vakgroepen, sectorvakgroepen, provinciale besturen en het Hoofdbestuur. We wilden zeker ook rekening houden met de vraag naar meer terugkoppeling vanuit centrale bestuursorganen naar de provinciale organen en naar de leden.”
Piet Vanthemsche: “We gingen na welke communicatiekanalen we zouden moeten opzetten om doorstroming van de informatie te verbeteren. Hiervoor maken we een nieuw communicatieplan. Een goede interne communicatie – Wat hebben we beslist en waarom? – vraagt meer aandacht. Tot slot blijft de verbondenheid tussen de Beroepswerking, de Landelijke Gilden, KVLV, KLJ en LRV een belangrijk leidend principe binnen de brede landelijke beweging, want dat maakt de Boerenbond uniek.
We hebben ook veel tijd uitgetrokken voor de tussentijdse communicatie van al onze bevindingen en voor overleg in de provincies en bij onze medewerkers.”

– Hoe zal de nieuwe structuur er nu uitzien?
Piet Vanthemsche: “De tekening die nu op tafel ligt, heeft de goede elementen uit de oude structuren bewaard en de minder goede weggewerkt. De nieuwe structuuropbouw laat actieve boeren toe om efficiënter te besturen, zonder te beknibbelen op financiële middelen of personeel. De verbondenheid van de beroepsorganisatie met de Landelijke Beweging blijft behouden, maar we zullen die voortaan realiseren via een nieuw orgaan: het provinciaal overleg Boerenbond.
Binnen de Beroepswerking wordt de regioraad een nieuwe structuur. Het provinciaal bestuur Boerenbond gaat samen met zijn voorzitter de vergaderingen van het Hoofdbestuur voorbereiden. Er zullen geen centrale vakgroepen meer functioneren, waardoor elke sectorvakgroep een rechtstreekse vertegenwoordiger krijgt in het Hoofdbestuur. Kringen worden studiekringen; ze blijven een klankbord en staan in voor vorming. Maar ook vakgroepen, de regioraad en het provinciale bestuur kunnen vormingsmomenten inrichten op lokaal, regionaal of (inter)provinciaal niveau. Alle bestuursorganen kunnen tijdelijke werkgroepen oprichten, die dan heel gericht rond een thema werken, onder voorzitterschap van een van de bestuursleden van de oprichtende structuur van die werkgroep.
Tijdens de discussie wees men er terecht op hoe belangrijk een breed forum als de Bondsraad is. Zo’n forum verbreedt het draagvlak voor beslissingen van het Hoofdbestuur. Het is ook noodzakelijk om de werking van de bestuursorganen – ook van het Hoofdbestuur – geregeld te evalueren. Dat wordt een opdracht voor de nieuwe Bondsraad.
Tot slot wordt ook de lidmaatschapsstructuur vereenvoudigd. In de toekomst zullen er nog maar twee beroepsreeksen zijn: hoofdberoep en nevenberoep. Het lidmaatschap wordt trouwens een bedrijfslidmaatschap.”

– Wanneer gaat deze nieuwe structuur in werking treden?
Sonja De Becker: “In 2010 worden de modaliteiten van alle structuren uitgewerkt en op elkaar afgestemd, zodat we in 2011 alles kunnen klaarmaken voor de verkiezing van nieuwe besturen. In 2012 zullen we de nieuwe structuur dan volledig invoeren. In afwachting daarvan heeft het Hoofdbestuur zich geëngageerd om een vertegenwoordiger van elke sectorvakgroep uit te nodigen voor de discussie over de toekomst van het GLB. Het zal een goede test zijn voor het nieuwe systeem.”

– 2012 wordt dus een historisch jaar?
Piet Vanthemsche: “De Boerenbond maakt zich met deze herstructurering klaar voor de toekomst. In de werking blijven belangenbehartiging en vorming centraal staan. De kracht van onze organisatie blijft de inzet van de duizenden bestuursleden. We hebben erover gewaakt dat een bestuursfunctie combineerbaar blijft met het uitbaten van een actief land- of tuinbouwbedrijf. We hebben het kader hiervoor gecreëerd en het wordt gedragen door de leden van de Bondsraad en de Nationale Raad. We hebben er vertrouwen in dat deze vernieuwing ons zal toelaten alert en daadkrachtig te blijven.”

Patrick Dieleman

   

De standpuntvorming van de Boerenbond gebeurt trapsgewijs. Een fijn netwerk van structuren maakt dat dossiers op heel wat niveaus behandeld worden. Plaatselijke dossiers die alle sectoren aanbelangen worden besproken en opgevolgd in de bedrijfsgilden. Gemeentegrensoverschrijdende en regionale dossiers komen aan bod in de Regioraad. Het provinciale bestuur leidt de provinciale Boerenbond en bereidt de agenda van het Hoofdbestuur voor, waarin de provinciale voorzitter zetelt.
Specifieke sectordossiers worden besproken in de sectorvakgroepen. De bestuursleden hiervan bereiden de agenda van deze vergaderingen voor, samen met hun provinciale collega’s in de (inter)provinciale vakgroepen.
Het Hoofdbestuur bestuurt en bewaakt de werking van de bestuursstructuren van de Beroepswerking. Het is verantwoordelijk voor de sectoroverstijgende belangenbehartiging van de land- en tuinbouwleden op Vlaams, federaal en internationaal niveau. Het Hoofdbestuur wordt gevormd door de provinciale voorzitters, één vertegenwoordiger per sectorvakgroep, een vertegenwoordiger van de Landelijke Gilden en vertegenwoordigers van Agra, Groene Kring en de bedrijven van de Groep Boerenbond.
De Bondsraad bestaat uit de leden van alle provinciale besturen en heeft als taak de werking van het Hoofdbestuur te evalueren. De link met de Landelijke Beweging en de gezamenlijke standpuntinname gebeurt op provinciaal niveau, in het Provinciaal Overleg Boerenbond. Op nationaal vlak hebben we hiervoor het Nationaal Overleg Boerenbond en de Algemene Raad. In dit orgaan vergadert het Hoofdbestuur samen met de Nationale Raad. 

 
Commentaren
 
NIEUW: Lees je vakbladen nu al online

Je kan je ledenblad 
Boer&Tuinder en je vakblad 
Management&Techniek nu ook online lezen. En dit zelfs een dag vroeger dan hij normaal in je brievenbus valt. Dit is een exclusief voordeel voor onze leden.

Lees meer

Disclaimer | Contact | Site-map