|
De intervakgroepvergadering, het Hoofdbestuur en de Bondsraad formuleerden kritische opmerkingen bij het ontwerp van nieuwe Mestactieplan. Daaruit vloeiden enkele suggesties voort naar meer flankerende maatregelen. Afgelopen week werden die ook op de overlegvergaderingen besproken en gebundeld tot een Boerenbondeisenpakket. Minister Schauvliege kreeg ze afgelopen week in Evergem als voorsmaakje overhandigd. Hieronder lees je over deze eisen, die wellicht nog verder aangevuld worden op de MAP-vergaderingen.
Vooraf beklemtoont de Boerenbond dat zonder derogatie, flankerende maatregelen, administratievereenvoudiging, goede bemestingsadviezen en betere systemen om de nitraatresidu’s te bepalen de boeren het nieuwe Mestactieplan onmogelijk kunnen uitvoeren.
Flankerende maatregelen
De overheid moet de financiële middelen van de praktijkcentra substantieel verhogen, met het oog op bijkomend onderzoek naar bemesting in relatie tot optimale productie en kwaliteit, en onderzoek naar invloeds- en reductiefactoren van het nitraatresidu. Daarnaast moeten er voldoende communicatiemiddelen komen om deze informatie zo breed mogelijk te verspreiden. Deze (en andere) bijkomende financiële middelen mogen niet het resultaat zijn van een puur interne verschuiving van middelen.
Ook is bijkomend onderzoek nodig rond zuivering en hergebruik van water, met het oog op de vermindering van spuistroom, met steun voor de introductie van KNS – een nieuw verplicht analyse- en adviessysteem in de tuinbouw.
Vanwege het verbod van bemesten op stoppel zonder groenbedekker en de sterke inperking van mengmestgebruik is er bijkomende opslag nodig. Ook moet er extra bedrijfsopslag van stal- en vaste mest komen bij het wegvallen van de mogelijkheid van tijdelijke opslag op de kopakker. Hiervoor moet de procedure voor het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor het realiseren van deze extra opslag vereenvoudigen – enkel meldingsplicht.
Ook is er steun nodig (in de vorm van beheersovereenkomsten) om bodemverbeterende maatregelen te stimuleren: bekalking, groenbedekker, gebruik van stro en stalmest … Naast een positief effect op de nutrientenproblematiek hebben zij immers ook een positieve invloed in het klimaatverhaal.
Verhoogde investeringssteun is nodig voor de aanschaf/opzet van kleinschalige mestverwerking en onderzoek in dit verband. Bij de Mestbank moet er een persoon of dienst komen die verantwoordelijk is voor mestexport en waar alle knelpunten en administratieve belemmeringen gecentraliseerd kunnen worden. Door middel van een jaarlijks plan van doelstellingen en evaluatie van de effectieve realisaties, kan dit een effectieve stimulans betekenen.
De Boerenbond vraagt aandacht voor maximale valorisatie van informatie die de overheid al ter beschikking heeft (veebezettting, maximale bemestingsruimte …). Het e-loket moet verder uitgebouwd worden naar een voor de landbouwer bruikbaarder milieu-instrument.
Op het terrein moet de overheid de oprichting en ondersteuning van waterkwaliteitsgroepen – zoals gepland in het actieplan van 2007 – nu eens eindelijk financieel en in mankracht ondersteunen, om de evolutie van de meetpunten nauw op te volgen en snelle verbetering te realiseren.
Ten slotte moet er gezocht worden naar oplossingen om de waardering van NER’s te verminderen. Dit veroorzaakt immers extra kosten en oneerlijke concurrentie voor de verschillende sectoren.
Derogatie
Derogatie is al jaren een onmisbaar onderdeel in de uitvoering van het mestbeleid. Onderzoek toont aan dat de vroege derogatie geen negatieve milieu-effecten heeft op reststikstof in de bodem. De derogatie moet dus in 2011 onverwijld doorgezet kunnen worden en de normale melding daarvan in de verzamelaanvraag moet nu gerealiseerd worden.
De Boerenbond vraagt om de verplichte dieptestalen op grasland af te schaffen, naar analogie met Nederland. Het milieukundige nut ervan wordt sterk in twijfel getrokken.
Naast graasdierenmest moet het effluent van biologische mestverwerking als waardevolle kalimeststof gebruikt kunnen worden, ook op derogatiepercelen. De zeer beperkte hoeveelheid stikstof die er na biologische zuivering nog in zit, mag niet op een verbod stuiten.
Verder moet de datum voor toediening van twee derde van de mest van 15 mei naar 31 mei verlaat worden.
Opvolging nitraatresidu en meetnet
Er moet gezocht worden naar systemen om de grote variabiliteit in de resultaten van staalnames te reduceren, in functie van een minimale rechtszekerheid en ook om het geloof in het systeem te behouden. Dit gaat over de periode van staalname zowel als het stadium van de teelten, de grondsoort en de analysemethoden.
Voor de reststikstof moet er een correctie komen op het nitraatresidu, in functie van het humusgehalte van de bodem.
Ten slotte moet er een grondige audit komen van het meetnet. We moeten enerzijds de vraag stellen of er überhaupt wel zoveel punten moeten zijn, of het resultaat van elk punt wel volledig aan de landbouw toegeschreven kan worden en hoe de meetresultaten statistisch verwerkt moeten worden. De rapportering moet in de toekomst afgestemd worden op die van de andere EU-landen.
Bemestingsadviezen tuinbouw
De Boerenbond vraagt om bijvoorbeeld pas na twee jaar definitief de individuele keuze te maken tussen het systeem van totale stikstof en werkzame stikstof. De onomkeerbaarheid van deze keuze zal de (logische) omschakeling naar het systeem van werkbare stikstof immers sterk belemmeren. Sowieso moet de boer bij het volgende actieplan zijn keuze kunnen herzien.
Administratieve vereenvoudiging
Het bemestingsplan moet behouden blijven per gewasgroep, omdat dit de land- en tuinbouwer ertoe aanzet goed na te denken over zijn planning. Indien men ervoor opteert om het register toch te behouden, stelt de Boerenbond dat alle gps-geregistreerde transporten niet meer opgenomen hoeven te worden in het register. Dit vermijdt onnodige fouten en de Mestbank heeft toch al alle gegevens.
Ook is er de vraag of het nog zin heeft om export van pluimveemest te verplichten onder gps en om mede de kost van gezondheidscertificaten bij de export van mest (bevoegdheid van het FAVV) te schrappen.
Mestverwerkingscertificaten rechtstreeks naar de boer
Aan de Mestbank vragen we duidelijke, eenvoudige en controleerbare berekeningswijzen in het kader van uitbreiding mits mestverwerking, overdrachten en omvorming naar vennootschappen of samenwerkingsvormen vader-zoon.
Als de mestaangifte een maand later (op 15 maart) ingediend kan worden, loopt ze gelijk met de wateraangifte en is de nodige inputinformatie ruimer beschikbaar.
Ten slotte moet in de nieuwe regeling voor mesttransporten het inzetten van materiaal van een machinering of uitwisseling van vervoersmateriaal tussen landbouwers mogelijk blijven.
Controlebeleid
Een effectief en efficiënt controlebeleid moet uitgaan van vier trappen, in deze volgorde: strategie, informatie en begeleiding, waarschuwing en in laatste instantie proportioneel sanctioneren.
Daarnaast moet er bij het sanctioneren uitgegaan worden van het gewicht van de eventuele overtreding en van de globale score van op bedrijfsniveau (zoals in lastenboeken). Ten slotte moeten er korte en duidelijke beroepsmogelijkheden komen.
Bert Bohnen, Studiedienst
|