|
Volgende week start in Kopenhagen de zogenaamde Klimaatconferentie, die op zoek gaat naar nieuwe, wereldomvattende akkoorden om de dreigende klimaatverandering zoveel mogelijk terug te dringen. De land- en tuinbouw is naast oorzaak – zoals alle andere menselijke activiteiten – ook een mogelijk slachtoffer én een belangrijk onderdeel van de oplossing.
|
De klimaatverandering is in bepaalde gebieden van de wereld al sterk voelbaar. Andere gebieden zullen volgen. Op de wereldconferentie zullen de inspanningen in het kader van eerdere afspraken – het zogenaamde Kyotoprotocol – geëvalueerd worden en er moeten nieuwe afspraken gemaakt worden voor de langere termijn. De klimaatverandering is een wereldomvattend probleem en ze moet dus wereldwijd aangepakt worden. Iedereen is erbij betrokken.
|
Ons land stuurt een delegatie van 120 personen naar Kopenhagen. Grotere landen zullen met een veelvoud van onderhandelaars aanwezig zijn. De belangen zijn immers groot! Niet alleen de eigen belangen op korte termijn, maar vooral het algemene belang op lange termijn. Inzake maatregelen worden er twee sporen gevolgd. Vooreerst wil men de opwarming van de aarde temperen of milderen en verder wil men zich voorbereiden op of al aanpassen aan een onvermijdelijke wijziging van het klimaat. De eerste maatregelen worden ‘mitigatie’ genoemd, de tweede ‘adaptatie’. Wij vroegen Iris Penninckx, adviseur Milieubeleid van de Boerenbond, om meer uitleg.
– Is er een gezamenlijke doelstelling?
IRIS PENNINCKX: “De hoofddoelstelling is het beheersen van de risico’s van klimaatverandering en het voorkomen van onomkeerbare veranderingen in het systeem. Dit vertaalt zich in de zogenaamde 2 °C-doelstelling, die zowel wetenschappelijk als politiek wordt aanvaard. Om de wereldwijde, gemiddelde temperatuurstijging te beperken tot 2 à 2,4 °C boven het niveau van voor de industriële revolutie – met name 1750 moet volgens deze doelstelling de CO2-concentratie beneden de 450 ppm CO2-equivalenten blijven. Met CO2-equivalenten worden naast de CO2 zelf ook de andere broeikasgassen zoals methaan en lachgas op dezelfde noemer gezet.”
– Waar staan we vandaag?
“Europa heeft beloofd om tegen 2020 de uitstoot met 20% te verminderen, en we zitten op schema. De landbouwsector, verantwoordelijk voor 9%, heeft zijn uitstoot al met 20% verminderd in vergelijking met 1990. Enkel de Europese afvalsector doet het beter. In Vlaanderen is het resultaat nog beter, met name min 30%, vooral als gevolg van de inspanningen in de glastuinbouw en de vermindering van de veestapel.”
– Wat zijn mogelijke gevolgen van de klimaatverandering voor de Vlaamse landbouw?
“Een verhoging van het CO2-gehalte in de lucht heeft per definitie een verhoging van de productie van biomassa tot gevolg. Bovendien zou de waterbehoefte van de planten dalen, omdat de huidmondjes bij hogere CO2-concentratie minder geopend worden en planten dus minder transpireren.”
– Dat is tweemaal winst. Wat met een verhoging van de temperatuur?
“Hier lopen de voorspellingen sterk uiteen, zeker wat Vlaanderen betreft. Veel hangt af van het scenario dat men hanteert. In het slechtste geval – met name bij een zeer sterke toename van de wereldbevolking en een beperkte technologische vooruitgang – kom je tot temperatuurstijgingen tegen het jaar 2100 van 5 tot 7 °C! Het beste scenario gaat uit van een afvlakking van de bevolkingsgroei tegen het midden van volgende eeuw en van een sterke technologische ontwikkeling en snelle toepassing ervan. Volgens dat scenario zou de temperatuurstijging tot 2 °C beperkt kunnen blijven. Vandaar ook die 2 °C-doelstelling. Temperatuurstijgingen hebben tot gevolg dat planten meer gaan groeien, dat groeiseizoenen langer worden of – wat eerder het geval zal zijn – verschuiven. De veranderingen in neerslag worden hier doorslaggevend. Het groeiseizoen zal worden afgebroken door gebrek aan neerslag. Het zal dus wel meer naar voren verschuiven, maar niet meer naar achteren. Wanneer het te droog wordt, gaan planten ook niet groeien. Door die hogere temperaturen zullen planten ook meer water nodig hebben omdat ze meer transpireren.”
– Maar wat met die gematigde temperatuurstijging van 2 °C die voor Vlaanderen wordt gehanteerd?
“De gevolgen zullen verschillen van gewas tot gewas, zoals we in de warme zomer van 2003 gemerkt hebben. Zo zijn bijvoorbeeld aardappelen zeer gevoelig voor hogere temperaturen; andere gewassen hadden een hogere opbrengst.
Indien we onder die 2 °C blijven, zullen noch de CO2-verhoging, noch de temperatuurverhoging in Vlaanderen voor spectaculaire veranderingen zorgen. Belangrijker wordt de verandering in neerslag. Uit voorspellingen blijkt dat de totale jaarlijkse neerslag in Vlaanderen nagenoeg niet zou wijzigen – in tegenstelling tot andere gebieden in de Europa en in de wereld – maar het neerslagpatroon wel! De winters worden natter en de zomers droger. Ook de neerslagintensiteit zal wijzigen. Er zullen meer zware, maar lokale regenbuien voorkomen. Gevolgen? In droge zomers kan verhoogde droogtestress voor problemen zorgen, tenzij er geïrrigeerd wordt. Natte winters zullen zorgen voor lokale overstromingen. Extreme fenomenen zoals stormen en hagelbuien zullen schade veroorzaken aan planten, bodem, landbouwwegen … Bovendien kan die hogere vochtigheid samen met de hogere temperaturen zorgen voor een verhoogde ziektedruk en zelfs nieuwe ziektes en plagen. Gelet op het meer lokale karakter van dat gewijzigde regenpatroon en de verhoogde neerslagintensiteit, zullen de gevolgen van de klimaatverandering sterk verschillen van streek tot streek en dus van bedrijf tot bedrijf. We krijgen een verhoogd risico op opbrengst- en kwaliteitsverlies en dus een toenemende instabiliteit van het bedrijfsinkomen!”
– Met andere woorden, het is moeilijk om een gemiddelde opbrengststijging of -daling te voorspellen voor Vlaanderen?
“Juist! Dat merken we ook in alle computervoorspellingen die de ronde doen. De ene voorspelt voor Vlaanderen een gevoelige opbrengstdaling, de andere een opbrengststijging. Het zal zeer individueel zijn en van bedrijf tot bedrijf verschillen, gelet op het feit dat bij een matige temperatuur- en CO2-stijging het vooral die verandering in het neerslagpatroon zal zijn die bij ons gevolgen zal hebben.”
Iris Penninckx gaat er dan ook vanuit dat wij in Vlaanderen in de komende honderd jaar geen spectaculaire veranderingen in het klimaat zullen kennen wanneer de 2 °C-doelstelling wordt aangehouden. Maar de individuele risico’s zullen veel groter worden. Dat wil zeggen dat de ene bedrijven te maken zullen hebben met overstromingen of andere extreme weerfenomenen – met alle schade aan gewassen van dien – terwijl bedrijven verderop betere opbrengsten zullen realiseren.
– Hoe moeten landbouwers zich aan deze nieuwe situatie aanpassen?
“Zij hebben altijd al rekening moeten houden met wisselende weersomstandigheden. Op zich is dat niet nieuw. Nu kunnen die klimaatomstandigheden wel veel sterker gaan wisselen. Op basis van de bestaande kennis en ervaring, maar ook van nieuwe technologieën, zullen ze op bedrijfsniveau maatregelen moeten nemen.”
Over mogelijke maatregelen en de uitdagingen waarvoor de conferentie in Kopenhagen staat, heeft Iris Penninckx het volgende week.
Jacques Van Outryve
|