|
Bij de installatie van de groep zuivelexperts (de ‘high level’-groep of HLG) creëerde Europa grote verwachtingen. Vorig najaar, in het dieptepunt van de zuivelcrisis, kondigde voormalig landbouwcommissaris Fischer Boel deze werkgroep aan. In de eerste plaats moest de groep van experts nadenken over kortetermijnoplossingen voor de zuivelcrisis. Daarnaast werden er ook voorstellen verwacht om de zuivelmarkten te organiseren na de afschaffing van de melkquota vanaf 2015. Deze week – ruim een half jaar later – presenteerde de HLG dan zijn eindconclusies, die het gevolg zijn van een ruime discussieronde tussen de zuivelexperts van alle Europese lidstaten. Ook op de jaarvergaderingen van de zuivelindustrie ging het HLG-rapport niet ongemerkt voorbij.

Geen discussie over einde quota
Het werk van de HLG moest de krijtlijnen uitzetten voor het toekomstige zuivelbeleid, met respect voor de keuzes die gemaakt werden tijdens de healthcheckhervorming van eind 2008. Dit betekende concreet dat het al dan niet afschaffen van de quota voor hen geen discussiepunt was. Veel verder dan algemene aanbevelingen, met veel vrijheidsgraden voor de toepassing, is men in dit rapport wel niet geraakt. De echte knopen inzake het toekomstige zuivelbeleid kunnen niet ontward worden zonder een duidelijk budgettair kader, dat uitgezet moet worden in de discussie over het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid na 2013. Volgens de Boerenbond is het alvast positief dat de afschaffing van de quota niet in twijfel getrokken wordt.
Daarnaast wordt in het rapport ook een pleidooi gehouden voor het behoud dvan e interventiemaatregelen als een vangnet in de zuivelmarkt en als buffer voor te grote schommelingen van de prijzen. Dit betekent meteen ook dat er in het GLB na 2013 hiervoor in voldoende budget voorzien moet worden. Anderzijds vreest de Boerenbond dat enkel het behoud van de interventie een onvoldoende wapen is tegen prijsschommelingen. Vorig najaar nog werd aangetoond dat prijzen ondanks interventie schommelen van het enkelvoudige tot het dubbele. Om de volatiliteit van de melkprijzen in te perken zullen er dus meer middelen ingezet moeten worden. Opmerkelijk is de vaststelling van de HLG dat een vaste bedrijfstoeslag voor de melkveehouder helpt om de inkomensschommelingen te beperken. De Boerenbond apprecieert deze uitspraak, die een voorzet is naar de Europese landbouwministers om voldoende middelen te behouden voor de bedrijfstoeslagregeling!
Contracten passen niet bij coöperatief ondernemen
Melkveehouders en de zuivelindustrie zouden door het afsluiten van contracten beter kunnen inspelen op signalen uit de markt. De HLG roept de Europese Commissie op hierover met richtlijnen te komen of zelfs met een concreet wetsvoorstel. De contractpartijen zouden de elementen van zo'n contract (prijs, hoeveelheid, moment van levering, contractduur) moeten vaststellen. Wel zouden EU-lidstaten afzonderlijk moeten kunnen besluiten om dergelijke contracten al dan niet te verplichten, meent de HLG-zuivel.
Volgens de Boerenbond ziet men te veel heil in het afsluiten van contracten. In de eerste plaats zijn contractuele relaties niet te verzoenen met individueel ondernemerschap. In veel andere sectoren is gebleken dat contracten zeker niet zaligmakend zijn. Bovendien is de Europese zuivelindustrie voornamelijk coöperatief georganiseerd, en contracten zijn moeilijk in te passen in het coöperatieve denken. Guido Veys, voorzitter van Milcobel, maakte hierover deze week nog de volgende bedenking tijdens de jaarvergadering van Milcobel. “De aanbevelingen van de zuivelgroep op hoog niveau zijn één grote roep naar meer coöperatie. Alleen weten de experts in essentie niet hoe een coöperatie echt functioneert”, stelt Veys. “Blijkbaar weten ze niet dat de melkprijs het resultaat is van de onderneming en dus per definitie het sluitstuk van de jaarrekening. Wie aanstuurt op contracten en contractueel vastgelegde prijzen, ondermijnt de essentie van de coöperatie. Binnen een coöperatie is de melkprijs niet het resultaat van een onderhandeling met leden, maar is er wel een formeel engagement van de coöperatie ten opzichte van de leden via het huishoudelijke reglement om het resultaat van samen ondernemen te vertalen in een duurzame en transparante melkprijs.”
De Boerenbond verwacht dat contracten in een beperkt deel van de markt voor de melkafzet bij private verwerkers gebruikt zullen worden, om het afzetrisico voor de melkveehouders af te dekken. Door het aangaan van contracten verzekeren zuivelverwerkers zich aan de andere kant van voldoende melkaanvoer in functie van hun behoefte.
Producentengroeperingen blijven heikel discussiepunt
Voorts adviseert de HLG om de marktmacht van de melkveehouders te vergroten, door hen toe te laten gezamenlijk afzetvoorwaarden met zuivelverwerkers te onderhandelen in producentengroeperingen. Het rapport somt heel wat voordelen van producentengroeperingen op. Ook op Belgisch niveau werd dit item al op de agenda geplaatst, in overleg met de confederatie van de zuivelindustrie. Er zijn genoeg voorbeelden om aan te tonen dat het interprofessionele overleg – zowel in andere sectoren als in de zuivelketen – op meerdere vlakken een win-winsituatie heeft opgeleverd. Denk maar aan de hele kwaliteitsreglementering en de bijbehorende afspraken die vastleggen hoe de kwaliteit, de inhoud en de hoeveelheid van de opgehaalde melk bepaald moeten worden. Hierover is er binnen de sector geen discussie. Een uitbreiding van dit overleg op vlak van leveringsvoorwaarden lijkt dan ook aangewezen. De gedragscode afgesloten met BCZ, die een aantal aanbevelingen doet voor het uitschrijven van leveringsovereenkomsten, was een eerste stap in de goede richting. Maar als het over producentengroeperingen gaat, kiest de zuivelindustrie voor het defensief. Het persbericht van de zuivelindustrie naar aanleiding van de jaarvergadering laat daarover alleszins geen twijfel bestaan. Volgens BCZ hebben producentenorganisaties geen enkele toegevoegde waarde. Blijkbaar gaat de zuivelindustrie in egelstelling, omdat ze het debat hierover niet wil of durft aangaan!
Tijdig inspelen op marktsignalen
De HLG-zuivel stelt dat de transparantie in de zuivelsector verder moet verbeteren, met behulp van de ‘European Food Price Monitoring Tool’ en met informatie over melkproducten via Eurostat en via nationale onderzoeksbureaus. In een vrije markt is de beschikbaarheid van betrouwbare gegevens over vraag en aanbod immers essentieel. Tegelijk moet volgens de HLG-zuivel ook gedacht worden aan maatregelen om prijsschommelingen tegen te gaan, zoals het gebruik van een Europese termijnmarkt.
In deze discussie is het volgens de Boerenbond belangrijk dat er op het Europese continent een tegenpool komt voor de Fonterraveiling. De laatste maanden bepaalt deze zuivelveiling uit Nieuw-Zeeland immers de prijstendens van alle zuivelgrondstoffen op de interne Europese markten. Het is onaanvaardbaar dat Fonterra de melkprijzen voor de melkveehouders in zo’n mate beïnvloedt, terwijl 85% van de Europese productie voor eigen interne Europese consumptie is! Welke rol spelen de grote Europese zuivelcoöperaties in deze discussie? Kunnen zij hiervoor hun krachten niet bundelen en zelf een termijnmarkt voor zuivelgrondstoffen oprichten, als tegengewicht voor Fonterra?
De HLG-zuivel wil een betere etikettering van melkproducten, zodat het onderscheid met imitatiezuivelproducten die de voedingsindustrie gebruikt duidelijk is. Tot slot adviseert de expertgroep om de bestaande mogelijkheden van onderzoek en ontwikkeling beter te communiceren en te coördineren. Ook in de toekomst blijft innovatie inzake bedrijfsvoering en afzetmarkten in de melkveesector aan de orde.
EU-landbouwcommissaris Dacian Cioloş is opgetogen over het werk van de HLG. Hij kondigde aan dat hij het rapport zal bestuderen en voor het eind van het jaar met wetsvoorstellen zal komen. Zijn voornaamste doel is lessen trekken uit de crisis van 2009 en maatregelen nemen die op middellange en lange termijn de zuivelsector beter kunnen structureren. Dit dossier wordt alvast een belangrijke opdracht voor het Belgische voorzitterschap.
– Guy Vandepoel, Studiedienst
|