|
Met de verkiezingen voor de deur hadden we een dubbelgesprek met uittredend premier Yves Leterme en CD&V-voorzitster Marianne Thyssen. Beiden zijn de landbouwsector niet ongenegen. Meer zelfs, beiden dragen de sector diep in het hart en komen daar ook openlijk voor uit. Waarom? “Landbouwers zijn noeste werkers, die ons meer dan veilig voedsel verzekeren en onze voedselzekerheid meer dan veilig stellen. We zijn ons daar onvoldoende van bewust.”

Marianne Thyssen en Yves Leterme over hun politiek engagement. Het werk is niet af.
Niet onder een stolp
Yves Leterme blijft onze leden vooral bij als Vlaams landbouwminister die de sector opnieuw vertrouwen gaf. “Hij geloofde meer in de sector dan de sector zelf”, lieten we in die periode optekenen. Dat was nodig na jaren van paars-groenbewind. Toen Leterme in 2007 naar de federale regering overstapte, is de hij de sector blijven koesteren. En dat werd door de Vlaamse landbouw sterk gewaardeerd. Die was anders gewoon: uit het oog was uit het hart, maar niet zo bij Leterme.
Marianne Thyssen is ons vooral bekend van haar noeste arbeid in het Europees Parlement – ook om de belangen van boeren en tuinders te ondersteunen. Want de Vlaamse landbouw is in het Europees Parlement stiefmoederlijk bedeeld. ‘Noest’ – zo kenmerkend voor de arbeid van landbouwers en van Marianne Thyssen – betekent ‘met grote toewijding, vlijt of gedrevenheid’; maat het bijvoeglijke naamwoord heeft ook iets bescheidens. Noeste werkers lopen niet in de kijker en staan niet te schreeuwen. Om het met de slogan van Marianne Thyssen op het jongste CD&V-congres te zeggen: “Geloofwaardig ben je niet met je woorden maar met je daden.”
De landbouw en Thyssen hebben nog gemeen dat Yves Leterme beide op het voorplan bracht … Veel mensen hebben nog heimwee naar Leterme als Vlaams landbouwminister – al nam zijn opvolger Kris Peeters meer dan behoorlijk de fakkel over – maar ook als federaal premier kon de landbouwsector op de sympathie en steun van Leterme rekenen. Het heeft volgens Letrme niet enkel te maken met ‘waar het hart van vol is’ maar ook met het feit dat de sector deze extra steun zeker nodig had.
LETERME: “De land- en tuinbouwsector heeft het de laatste tijd niet onder de markt. Dat kan je ook zeggen van andere sectoren, maar de landbouw is geen sector als een andere. Dat was toen – en is ook nu – in de federale regering vaak moeilijk aan de collega’s uit te leggen, maar het lukt, met de nodige herhaling en het nodige geduld. Waar we in 2007 en begin 2008 nog konden genieten van zeer hoge prijzen voor de meeste landbouwproducten, ervaren we sindsdien een heel andere situatie. In deze sector kan het snel verkeren. Vandaar dat er niet enkel Vlaamse maar ook federale maatregelen nodig waren.”
– U verwijst naar het federale herstelplan voor de land- en tuinbouw?
“Het Federale Voedselagentschap (FAVV) nam kostenbesparende maatregelen. Dat agentschap bestaat precies tien jaar. Het heeft in die tien jaar uitstekend werk gericht. Onze voedselveiligheid mag gezien worden en is een voorbeeld voor heel Europa en daarbuiten. We hebben de werking van dat agentschap ook voor de toekomst financieel veiliggesteld, waardoor ook heffingen verlaagd konden worden en administratieve vereenvoudiging doorgevoerd.”
– Dat is geld dat de boeren konden uitsparen. Er waren ook fiscale maatregelen.
“In de zomer van 2009 werd beslist om van 2009 tot 2011 jaarlijks een pakket maatregelen ter waarde van 20 miljoen euro aan fiscale lastenverlaging door te voeren. De maatregelen werden geconcretiseerd, in overleg met uw organisatie en de Vlaamse landbouwminister Peeters. Ze hebben ten overvloede in Boer&Tuinder gestaan. Denk hierbij aan vrijstelling op regionale investeringssteun. Dat is een maatregel waar ik destijds als Vlaams landbouwminister bij de federale regering op aandrong. Vermindering van de fiscaliteit voor bedrijfstoeslag- en zoogkoeienpremies … Tot slot werden ook de taksen op kredietverzekeringen afgeschaft, wat de export moest ten goede komen.
– Een ander heikel punt is de tewerkstelling en het sociale statuut.
“Wij hebben een merkbare verbetering van het sociale statuut van zelfstandigen doorgevoerd. De minimumuitkeringen van zelfstandigen werden op hetzelfde niveau gebracht als die van loontrekkenden. Het wegwerken van het resterende verschil met de minimumpensioenen blijft een uitdaging voor de nabije toekomst. Het werk is niet af! Daarnaast werden er enkele maatregelen genomen om de vaste tewerkstelling in de erg arbeidsintensieve tuinbouw aan te moedigen.”
– Om het met de woorden van Marianne Thyssen op het CD&V-congres te zeggen: “Vlaanderen zit niet onder een stolp!” Het zit het met ons buitenland? Daar worden immers de kaarten gedeeld.
“Van liberalisering weet de landbouwsector alles. Meer dan ooit is landbouw gespreksonderwerp op het internationale, publieke toneel. Er is wereldwijd eerder vrees voor te hoge dan voor te lage landbouw- en voedselprijzen. Dat is moeilijk uit te leggen. Wereldwijd wordt gevreesd dat we de bevolking onvoldoende zullen kunnen voeden. Internationaal wordt ervoor gepleit om de landbouwsector, waar ook ter wereld, te ondersteunen …”
… maar Europa dreigt de steun aan de landbouw af te bouwen.
“Dat dilemma heeft onze bijzondere aandacht. Het heropstarten van de WTO-onderhandelingen volgen we dan ook met zorg op. Het Belgische standpunt moet een evenwichtig standpunt zijn. In mijn korte periode als minister van Buitenlandse Zaken was ik ook bevoegd voor handel. Ik kan u zeggen: deze onderhandelingen zijn bijzonder complex, maar hebben rechtstreeks gevolgen voor op de toekomst van het Europese – en dus ook Belgische – landbouwmodel.”
Ons land wordt als voorzitter van de EU een bevoorrechte wereldspeler. De rol van voorzitter is, volgens Leterme, bescheiden. Hij bestaat hoofdzakelijk in het bereiken van consensus tussen de 27 lidstaten. Dit gezegd zijnde, kunnen we erop rekenen dat Yves Leterme de belangen van de landbouwsector niet uit het oog zal verliezen.
Het werk is nooit af
Wie Europa zegt, zegt Marianne Thyssen. Zij kent Europa als geen ander. Ze heeft politieke ervaring op het Europese vlak en weet best dat Vlaanderen niet onder een stolp zit, niet geborgen leeft en een vrij en vrolijk, zonnig eiland is. “Als het onweert in Amerika, Griekenland of Spanje, dan stormt het ook bij ons.” Het was Yves Leterme die Marianne Thyssen uit Europa riep om in Vlaanderen de partij te leiden en nu als boegbeeld de verkiezingen in te gaan. De meeste politici gaan de andere weg. Zij beginnen in Vlaanderen, denken dat de nulmeridaan door Vlaanderen loopt en zetten zich af tegen Europa en de wereldpolitiek. Op latere leeftijd – wanneer ze plaatselijk uitgerangeerd zijn – ontdekken ze de wereld en worden ze de grootste pleitbezorgers van Europa. Niet zo bij Marianne Thyssen. Vandaar ook dat haar kijk op de Vlaamse en federale politiek anders is. Zij zegt: “Als alles meezit, kan iedereen besturen. Maar als het tegenzit, wie zal dan het land leiden?”
– De vraag stellen is ze ook beantwoorden.
MARIANNE THYSSEN: “Wie redde in volle bankencrisis de spaarcenten van de mensen? Wie gidste ons land door de zware recessie? Wie zorgde ervoor dat er in ons land minder jobs verloren gingen, onze economie minder klappen kreeg, onze begroting minder diep in het rood ging dan in zoveel andere landen? Niet de roepers aan de kant, maar onze mensen aan het roer. Geloofwaardig ben je niet in woorden maar in daden. We kunnen nog verder gaan in de tijd: wie waren de architecten van alle grote staatshervormingen? Wie waren de bouwmeesters van de onze welvaartsstaat? Wie waren de grondleggers van het Rijnlandmodel, dat overeind bleef nadat eerst het communisme en nadien ook het neoliberale kapitalisme onderuitgingen? Wie zijn de bouwmeester van Europa? Wie loodste ons land in de euro? Wie strijdt mee tegen de aanvallen op die euro? …”
– Het is duidelijk, Europa laat u niet los. Er staat veel op het spel. Is dat niet zo voor alle verkiezingen?
“Deze verkiezingen zijn niet vrijblijvend. Ze gaan over de wezenlijke vraag waar we met ons land naartoe willen. Iedereen moet dat voor zichzelf uitmaken. Wij willen architect zijn van vier belangrijke hervormingen, die leiden tot een werkbare staatsstructuur, een weerbare economie, een gezond budget en een slagvaardige overheid. Staatshervormingen lijken een fluitje van een cent, maar ze zijn dat niet. Herinner u hoe het destijds met de landbouwbevoegdheden gelopen is. In 1970, in 80, in 88 en in 1993 was het telkens volharding in de dialoog die tot resultaten leidde. Met elkaar praten is de enige weg!”
De huidig economische en financiële crisis vraagt een slagvaardige regering.
“Het werk is niet af! Er is verder zuurstof nodig voor de bedrijven. Wij zetten in op duurzame groei, maar de economische kracht van ons land hangt af van wat er in Europa gebeurt. Het zal u wellicht niet verwonderen dat ik dat opmerk. Wie kent Europa nog? De Europese integratie bracht alle lidstaten vrede en welvaart, mede dankzij voldoende voedsel. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid was een van de eerste en lange tijd een van de enige pijlers van de Europese Unie. Maar die Europese bonus is nooit voor eens en altijd verworven. ‘Europa is een werkwoord’ was ooit een van mijn verkiezingsslogans. In Europa is het nu alle hens aan dek. Elke lidstaat is mee verantwoordelijk voor de sterkte van Europa, ook België. Het is niet meer dan normaal dat iedereen budgettair orde op zaken moet stellen, maar het moet gebeuren. Iemand moet het doen. Ook ons land moet de tering naar de nering zetten, zoals uw voorzitter vorige week nog stelde in zijn ‘Op de eerste rij’. Er zullen dus keuzes gemaakt moeten worden. En dan wordt het zaak in wie men het meeste vertrouwen heeft om die keuzes uit te voeren.”
– Iemand die ons kent. Iemand die het politieke memorandum van de Landelijke Beweging van de Boerenbond kent en ter harte neemt. Iemand die nooit opgeeft …
“Dan bent u aan het juiste adres!”
– Jacques Van Outryve
|